Check je bloedvoorraad

Bloed geven, dat doen we letterlijk voor elkaar. Dat jij zeker iemand uit de nood helpt met jouw donatie, is een feit! Maar wist je dat niet alle bloed geschikt is voor iedereen? Aan wie je bloed kan geven en van wie je het mag krijgen, hangt af van je bloedgroep en resusfactor.

De verschillende bloedgroepen

Er zijn 4 verschillende bloedgroepen. Ze worden genoemd naar de antigenen die aan de buitenkant van de rode bloedcellen zitten. Zo is er bloed met antigeen A, antigeen B of met een mix van A en B. Bloed zonder die antigenen bestaat ook. Dat noemen we O. Die O staat eigenlijk voor nul. Als je bloed met een bepaald antigeen zou toedienen aan iemand die zelf dat antigeen niet heeft, dan ziet het lichaam de antigenen als indringers en gaat het ze bestrijden.

Ook de resusfactor moet kloppen om bloed te kunnen toedienen. Die factor wordt aangeduid met een + of – achter de letter van je bloedgroep. Het resus D-antigeen is daarbij het belangrijkste. Als je rode bloedcellen dat antigeen dragen, dan is je bloed resus-positief. In dat geval mag je bloed niet toegediend worden aan patiënten die dat resus D-antigeen niet hebben (en resus-negatief zijn). Als je resus-positief bloed hebt, kan je zowel bloed met als zonder dit resus-kenmerk ontvangen.

Wie help jij?

Om zoveel mogelijk complicaties uit te sluiten, geven ziekenhuizen patiënten bij voorkeur bloed van dezelfde bloedgroep. Bij medische noodgevallen wordt O-negatief bloed toegediend, omdat daar geen antigenen inzitten waarop een patiënt kan reageren. Een donor met O-negatief bloed is dus de universele donor.

Plasma: net zo levensreddend

Plasma is misschien een minder gekende vorm van bloed geven, maar is net zo belangrijk en levensreddend! Of je nu A, B, AB of O bent: we kunnen je plasma zéker inzetten! Heb je bloedgroep AB, dan kan je aan iedereen plasma geven. Maar AB komt het minst voor: bij slechts 5% van de bevolking. Dus ben je AB? Dan doen we een extra warme oproep om plasma te geven!

Ik kom doneren