Eerste hulp van A tot Z

Alcoholvergiftiging

Wat stel je vast?

Bij overmatig gebruik:

  • Gedragsveranderingen (bijvoorbeeld heel vrolijk, neerslachtig of agressief)
  • Lallende spraak
  • Verstoorde coördinatie van de bewegingen
  • Dubbel of wazig zicht
  • Misselijkheid en braken
  • Bewustzijnsproblemen

Bij overdosis:

  • Bewusteloosheid
  • Vertraagde ademhaling
  • Na verloop van tijd: ademhalings- en hartstilstand

Dit doe je!

Reageert het slachtoffer agressief? 

  • Bel 112
  • Wacht de komst van de hulpdiensten af.

Lukt het je om het slachtoffer veilig te benaderen?

  • Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.
  • Is hij bewusteloos en ademt hij niet normaal? 
    • Bel 112.
    • Start onmiddellijk de reanimatie.
  • Is hij bewusteloos, maar ademt hij normaal? 
    • Bel 112.
    • Leg hem in stabiele zijligging, liefst op zijn linkerzijde.
    • Controleer elke minuut opnieuw of de ademhaling normaal blijft. 

Amputatie

Een amputatie kan volledig zijn, maar soms is het lidmaat nog gedeeltelijk vastgehecht aan het lichaam. Wist je dat een amputatie van een (deel van een) lidmaat soms weinig bloedt? Doordat de spieren verkrampen, worden de bloedvaten namelijk samengedrukt en blijft de bloeding vaak beperkt.

Wat stel je vast?

  • Een (deel van een) lidmaat is gedeeltelijk of volledig afgerukt of afgesneden
  • Hevige bloeding na verloop van tijd (niet onmiddellijk na ongeval)

Wat doe je?

  1. Laat het slachtoffer rond en op de wonde drukken.
  2. Laat het lidmaat onbeweeglijk houden.
  3. Trek wegwerphandschoenen aan.
  4. Help om te gaan liggen.
  5. Ga na wat er mis is.
  6. Bel 112.
  7. Druk op de wonde met een drukverband, zwachtels of een propere handdoek.
  8. Is het lichaamsdeel volledig geamputeerd? Pak het lichaamsdeel in.
    • Wikkel het in een steriel kompres.
    • Stop het in een propere plastic zak die je goed afsluit.
    • Vul een tweede plastic zak met ijsblokjes en water.
    • Dompel de eerste zak in het water en sluit de zak af.
    • Geef de zak mee naar het ziekenhuis.

Beroerte

Een beroerte kan verschillende symptomen veroorzaken: verwardheid, afwezigheid, opwinding, duizeligheid, slechter zien, scheve mond, moeilijk spreken, verlamming aan één zijde van het lichaam. De symptomen van een beroerte treden plots op en zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van het deel van de hersenen dat getroffen is. Daarom zal je niet altijd alle vermelde symptomen zien.

Wat stel je vast?

  • Stoornissen in het bewustzijn (bewusteloosheid, slaperigheid, verwarring …)
  • Duizeligheid en braakneigingen
  • Eenzijdige verlammingsverschijnselen (bijvoorbeeld één arm of been)
  • Hoofdpijn
  • Verminderd zicht en/of gehoor
  • Scheve mond en moeite met spreken of slikken 

Dit doe je!

  • Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.

  • Is het slachtoffer bewust?
    1. Bel 112.
    2. Laat hem zitten.
    3. Doe onmiddellijk de FAST-test.
      • Face (gezicht): vraag om te lachen of zijn tanden te laten zien. Staat zijn mond scheef of hangt één mondhoek naar beneden?
      • Arm: vraag om beide armen tegelijkertijd voor zich uit te strekken met de handpalmen naar boven. Blijven de armen of gelijke hoogte?
      • Speech (spraak): spreekt hij onduidelijker of kan hij niet op zijn woorden komen? Vraag het aan het slachtoffer zelf of aan omstaanders die hem kennen.
      • Time (tijd): probeer te achterhalen wanneer de klachten begonnen zijn.
    4. Geef het slachtoffer geen eten of drinken.
    5. Stel hem gerust. Blijf zelf rustig tegen hem praten.

  • Is of wordt het slachtoffer bewusteloos, maar ademt hij normaal?
    1. Bel 112.
    2. Leg hem in stabiele zijligging.
    3. Controleer elke minuut opnieuw of de ademhaling normaal blijft.

Blaren

Blaren ontstaan door wrijving op de handen of voeten.

Omdat blaren hinderlijk kunnen zijn, of aan de voeten gemakkelijk stuk getrapt worden, kan je deze op een steriele manier openprikken. Het knippen of prikken in de losse huid van een blaar is niet pijnlijk. Wel voelt het slachtoffer pijn zodra je de gevoelige onderhuid aanraakt of erop drukt.

Wat stel je vast?

Een blaar op de hand of voet door wrijving

Dit doe je!

  1. Trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Raadpleeg een arts als er tekenen van infectie optreden.

Is de blaar open?

  1. Reinig de blaar en de omgeving met stromend water of een waterig, niet-verkleurend ontsmettingsmiddel.
  2. Neem de wondfranjes vast met een pincet en knip deze kort bij de intacte huid af.
  3. Dek de blaar af.

Is de blaar gesloten en niet hinderlijk?

Laat hem intact.

Is de blaar gesloten en hinderlijk of bestaat de kans dat ze spontaan open scheurt?

  1. Reinig de blaar en de omgeving met stromend water of een waterig, niet-verkleurend ontsmettingsmiddel.
  2. Houd een naald evenwijdig met de huid en prik enkele malen aan de basis van de blaar.
  3. Druk met een steriel kompres het vocht uit de blaar.
  4. Reinig de wonde en de omgeving opnieuw.
  5. Droog de wondomgeving af.
  6. Dek de wonde af.

Blauwe plek

Wat stel je vast?

Een blauw-rode verkleurde vlek op de huid die pijnlijk kan aanvoelen

Dit doe je!

  1. Ga na wat er mis is.
  2. Ga naar een arts als:
    • het slachtoffer bijkomende klachten heeft (hoofdpijn, duizeligheid, ademhalingsmoeilijkheden, buikpijn)
    • hij grote of vaak voorkomende blauwe plekken heeft op verschillende plaatsen van het lichaam
    • zijn toestand achteruit gaat
  3. Koel de blauwe plek maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water

Bloedingen

Wat stel je vast?

Niet elke bloeding is bedreigend. Een huidwonde kan ook licht bloeden. Deze kan je vaak zelf verzorgen.

Wanneer je veel bloed uit de wonde ziet lopen of spuiten, gaat het om een gevaarlijke bloeding. 

Dit doe je!

Een bloeding stelp je steeds op dezelfde manier.

  1. Trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Help om te gaan liggen.
  3. Is het een gevaarlijke bloeding? Bel 112.
  4. Druk op de wonde met een drukverband, zwachtels of een propere handdoek.
  5. Blijft de wonde bloeden?
    • Leg er nog een extra zwachtel of handdoek bovenop.
    • Druk nog steviger op de plaats van de wonde.
  6. Blijf drukken op de wonde tot de hulpdiensten aankomen.

Bloedneus

Wat stel je vast?

Bloed druipt of loopt uit de neus

Dit doe je!

Trek wegwerphandschoenen aan.

  1. Ga na wat er mis is.
  2. Raadpleeg een arts als de bloedneus het gevolg is van een slag of stoot, deze erger wordt of gepaard gaat met andere symptomen.
  3. Laat het slachtoffer zitten met het hoofd lichtjes voorovergebogen.
  4. Laat hem de neusvleugels 5 minuten ononderbroken dichtknijpen, net onder het harde gedeelte van de neus.
  5. Controleer na 5 minuten of de bloeding gestelpt is.
  6. Is de bloeding niet gestopt?
    • Vraag de neus opnieuw 5 minuten dicht te knijpen.
    • Controleer na deze 5 minuten opnieuw of de bloeding gestelpt is.
    • Blijft de neus bloeden? Ga naar een arts.
  7. Is de bloeding gestopt?
    • Maak de buitenkant van de neus schoon met water.
    • Adviseer om het rustig aan te doen en de eerste uren de neus niet te snuiten.

Braken of overgeven

Wat stel je vast?

  • Braken of braakneigingen
  • Koorts en zweten
  • Zwakte
  • Diarree
  • Gezwollen buik
  • Buikpijn

Dit doe je!

  1. Trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Geef het slachtoffer een emmer of plastic zak. Help hem, indien mogelijk, zich te verplaatsen naar de badkamer of het toilet.
  3.  Ga na wat er mis is.
  4. Raadpleeg een arts als de toestand van het slachtoffer achteruit gaat, hij belangrijke medicatie inneemt, het braaksel bloed bevat of zwart gekleurd is, hij koorts, diarree of hevige buikpijn heeft, hij een jong kind of oudere persoon is, of als je twijfelt.
  5. Ruim het braaksel op en help het slachtoffer zich op te frissen.
  6. Is het braken voorbij?
    • Adviseer hem om kleine hoeveelheden water of sportdrank te drinken. Geef hem geen (gebluste) cola.
    • Raad aan de eerste uren niet te eten. Nadien kan hij yoghurt, een boterham of beschuit eten.

Brandwonden

Wat stel je vast?

Brandwonden kunnen op verschillende manieren ontstaan: door vuur of een andere warmtebron, door chemische producten, elektriciteit of straling (denk maar aan zonnebrand). 

  • Eerstegraadsbrandwonde: rood, gezwollen, pijnlijk
  • Tweedegraadsbandwonde: blaren, pijnlijk
  • Derdegraadsbrandwonde: zwart, perkamentachtig of wit

Arts of 112?

Raadpleeg een arts bij grote eerstegraads- en kleine tweedegraadsbrandwonden.

Bel 112 bij grote tweedegraads- en derdegraadsbrandwonden, bij brandwonden in mond, keelholte of functionele gebieden.

Wat doe je?

  1. Is de oorzaak van de brandwonde weggenomen?
  2. Trek wegwerphandschoenen aan.
  3. Eerst water, de rest komt later! Koel de brandwonde zo snel mogelijk af met koel of lauw leidingwater.
  4. Richt de waterstraal net boven de brandwonde en laat het water over de wonde stromen.
  5. Koel minstens 10 minuten. Blijf koelen tot de pijn verlicht is.
  6. Probeer de ernst van de brandwonde in te schatten.
  7. Is het een kleine eerstegraadsbrandwonde?
    • Breng een vochtinbrengend product aan.
    • Dek de wonde af met een pleister of een steriel kompres.
  8. Is het een kleine tweedegraadsbrandwonde en is de huid intact?
    • Dek de wonde af met een verband dat speciaal ontwikkeld is voor brandwonden.
  9. Is het een grote tweede- of is het een derdegraadsbrandwonde?
    • Dek de brandwonde af met een natte, zuivere handdoek.
    • Bel een arts.

Breuken

Wat stel je vast?

  • Abnormale stand van het lidmaat
  • Beendergeknars bij beweging van het lidmaat
  • Pijn, zwelling en blauwverkleuring ter hoogte van de breuk
  • Het lidmaat kan niet of moeilijk gebruikt worden
  • Bij een open breuk: wonde met bloedverlies en soms botfragmenten zichtbaar

Dit doe je!

  1. Zorg ervoor dat het slachtoffer het lidmaat zo weinig mogelijk beweegt.
  2. Trek wegwerphandschoenen aan als het slachtoffer een open botbreuk heeft.
  3. Ga na wat er mis is.
  4. Is het een gesloten breuk?
    • Koel de breuk maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water.
    • Waar bevindt de breuk zich?
      • Bovenste ledematen:
        • Verwijder de ringen van het slachtoffer.
        • Breng het slachtoffer zelf naar het ziekenhuis of bel 112 als je twijfelt.
      • Onderste ledematen: bel 112.
  5. Is het een open breuk?
    • Bel 112.
    • Druk voorzichtig op de wonde om de bloeding te stoppen.
    • Is het een breuk van de bovenste ledematen? Verwijder de ringen van het slachtoffer.
    • Maak een steriel kompres nat met water of een waterig, niet-verkleurend ontsmettingsmiddel. Dek hiermee de open breuk af.

Buikpijn

Wat stel je vast?

  • Pijn in de buik
  • Misselijkheid, braken en buikkrampen
  • Diarree of constipatie
  • Zwart verkleurde stoelgang
  • Verminderde eetlust
  • Bleke huid

Dit doe je!

  1. Heeft het slachtoffer braakneigingen? Trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Raadpleeg een arts of bel 112 als het slachtoffer naast de pijn ook last heeft van één van de volgende symptomen:
    • koorts
    • zweten
    • bleek zien
    • snelle ademhaling
    • harde, gespannen of opgezette buik
    • verminderd bewustzijn
    • bloed braken
    • snelle achteruitgang van zijn toestand
  4. Zoek samen met het slachtoffer naar de meest comfortabele houding. Vaak is dit een liggende houding met opgetrokken knieën.
  5. Geef hem de kans zich op te frissen als hij gebraakt heeft.

CO-vergifting

Wat stel je vast?

Vaak kan je enkel afleiden uit de omstandigheden dat het gaat om een koolstofmonoxidevergiftiging (bijvoorbeeld badkamer met gasboiler, gesloten garageruimte). Volgende symptomen kunnen voorkomen:

  • hoofdpijn, duizeligheid, sufheid en vermoeidheid
  • hyperventilatie
  • misselijkheid en braken
  • roze huid
  • na verloop van tijd: bewustzijnsverlies, coma en overlijden

Dit doe je!

  1. Kan je het slachtoffer niet benaderen zonder jezelf in gevaar te brengen?
    • Bel 112 en wacht de komst van de hulpdiensten af.
  2. Lukt het je om het slachtoffer veilig te benaderen (bijvoorbeeld door deuren en ramen van buitenaf te openen, de gasboiler uit te schakelen en het slachtoffer te evacueren)?
    • Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.
    • Bel 112.
  3. Is hij bewusteloos en ademt hij niet normaal?
    • Start onmiddellijk de reanimatie.
  4. Is hij bewusteloos, maar ademt hij normaal?
    • Leg hem in stabiele zijligging.
    • Controleer elke minuut opnieuw of de ademhaling normaal blijft.
  5. Is hij bewust?
    • Help hem een comfortabele houding aan te nemen.
    • Controleer regelmatig het bewustzijn en de ademhaling.

Diabetes (suikerziekte)

Diabetes is een ziekte waarbij de verwerking van suikers in het lichaam verstoord is.

Dankzij een gezonde levenswijze, vaak gecombineerd met medicatie (zoals het inspuiten van insuline), kan een diabetespatiënt zijn bloedsuikergehalte min of meer stabiel houden. Soms loopt daarbij iets mis (bijvoorbeeld door verhoogde inspanning of bij ziekte).

Wordt het bloedsuikerniveau te laag, dan spreken we van hypoglycemie. Een overmaat aan bloedsuiker wordt hyperglycemie genoemd. Bij een ‘hypo’ moet je snel optreden. Hyperglycemie verloopt veel trager (uren tot zelfs dagen).

Wat stel je vast?

  • Plotse stoornissen in het bewustzijn (duizeligheid, flauwte, zenuwachtig, tekenen die lijken op dronkenschap …)

  • Hoofdpijn

  • Troebel of dubbel zicht

  • Bleke huid

  • Fel zweten

  • Plotse honger

  • Beven

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Bel 112 als:

  • het slachtoffer bewusteloos is of wordt;
  • de toestand van het slachtoffer niet verbetert nadat je hem suikers hebt gegeven.

 3. Vraag of het slachtoffer aan suikerziekte lijdt.

4. Voelt hij zich flauw, maar is hij goed bewust?

  • Geef hem eerst snelle suikers, bijvoorbeeld een blikje frisdrank of enkele tabletten druivensuiker.
    Herhaal dit als hij zich na 15 minuten nog altijd hetzelfde voelt.
  • Voelt hij zich beter? Geef hem dan trage suikers, bijvoorbeeld een boterham of een wafel.

5. Laat, indien mogelijk, het bloedsuikergehalte meten door het slachtoffer of een familielid.

 

Diarree

Wat stel je vast?

  • Vloeibare, waterige, dunne stoelgang
  • Frequente en soms problematische drang tot stoelgang
  • Buikkrampen en soms braken
  • Een gezwollen buik
  • Koorts en zweten
  • Algemene zwakte en gevoel van ziekte

Dit doe je!

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Raadpleeg een arts als:
    • de toestand van het slachtoffer achteruit gaat
    • hij belangrijke medicatie inneemt (bijvoorbeeld hart- of diabetesmedicatie)
    • hij bloederige diarree heeft, er etter bij de stoelgang zit, hij hevige krampen heeft of hij hoge koorts (meer dan 38,5 °C) heeft
    • hij een jong kind of oudere persoon is
    • zij een zwangere vrouw is
    • je twijfelt
  4. Help het slachtoffer, indien mogelijk, zich te verplaatsen naar het toilet.
  5. Ga na of het slachtoffer ook koorts heeft, moet braken of hevige buikkrampen heeft.
  6. Adviseer hem om kleine hoeveelheden water, sportdrank, thee of lichte bouillon te drinken. Geef hem geen (gebluste) cola!
  7. Adviseer hem geen darmprikkelende of gasvormende voedingsstoffen (zoals paprika, peper, knoflook, prei of kool) te eten.
  8. Heeft het slachtoffer last van frequente, hinderlijke diarree, maar heeft hij geen andere alarmerende symptomen? Dan mag hij medicatie gebruiken om de diarree te stoppen.

Epilepsie

Epilepsie kan verschillende symptomen veroorzaken. Soms begint een lichaamsdeel (bijv. een arm, been of het hoofd) oncontroleerbare schudbewegingen te maken.

In andere gevallen lijkt het alsof het slachtoffer er plots even niet bij is, zonder dat hij daarbij valt. Enkel bij een grote aanval (ook ‘vallende ziekte’ genoemd)  is het nodig om eerste hulp te verlenen.

Wat stel je vast?

Het slachtoffer:

  • spant zich op
  • maakt schokkende bewegingen
  • kan op zijn tong bijten
  • verliest urine of stoelgang
  • kan blauwe nagels en lippen hebben
  • kan wegdraaiende ogen hebben
  • is nadien meestal erg moe en verward, en herinnert zich vaak niets

Dit doe je!

  1. Zorg voor veiligheid:
    • Verwijder voorwerpen waaraan het slachtoffer zich kan kwetsen.
    • Leg een plat kussen of een zachte trui onder zijn hoofd.
    • Steek niets in zijn mond of tussen zijn tanden.
    • Houd het slachtoffer niet vast en probeer hem niet tegen te houden.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Haal het kussen of de trui onder het hoofd weg eens het schokken voorbij is.
  4. Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.
  5. Bel 112 als:
    • het slachtoffer ernstige letsels oploopt tijdens de aanval
    • de aanval langer dan 5 minuten duurt
    • niemand het slachtoffer kent
    • het gaat om de eerste epileptische aanval van het slachtoffer
    • het slachtoffer langer dan enkele minuten bewusteloos blijft na de aanval
    • er telkens opnieuw een grote aanval begint
  6.  Leg het bewusteloos slachtoffer in stabiele zijligging.
  7. Is hij terug bewust? Zorg dat hij in een rustige omgeving kan bijkomen.

Flauwte

Een flauwte (ook ‘syncope’ genoemd) is een kort en plots bewustzijnsverlies als gevolg van een tijdelijk verminderde bloedtoevoer naar de hersenen.

Een flauwte kan een reactie zijn op pijn, uitputting of een emotie (zoals angst of het zien van bloed). Het komt ook voor bij slachtoffers die lang rechtstaan of stilzitten (zeker in een warme omgeving).

Wat stel je vast?

  • Het slachtoffer
  • wordt bleek
  • voelt zich duizelig en ziet zwarte vlekjes of sterretjes voor de ogen
  • begint te zweten, maar heeft een koude en klamme huid
  • verliest het bewustzijn

Dit doe je!

  1. Zie je de flauwte aankomen? Laat het slachtoffer neerliggen of ondersteun hem bij het vallen.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Raadpleeg een arts als het slachtoffer:
    • flauwgevallen is zonder enig duidelijke oorzaak
    • herhaaldelijk flauwvalt
    • vermoedelijk hartproblemen heeft
    • flauwgevallen is na val of een slag of stoot tegen het hoofd
  4. Bel 112 als het slachtoffer niet bijkomt na 2 minuten.
  5. Zorg voor frisse lucht en laat omstaanders afstand houden.
  6. Maak kledij los die de ademhaling kan hinderen.
  7. Leg koude kompressen of een vochtig washandje op het voorhoofd.
  8. Is het slachtoffer langer dan 2 minuten buiten bewustzijn?
  9. Leg hem in stabiele zijligging.
  10. Controleer elke minuut opnieuw of de ademhaling normaal blijft.
  11. Komt het slachtoffer opnieuw bij? Laat hem dan nog even liggen en geleidelijk aan rechtzitten en opstaan.

Hartaanval

Wat stel je vast?

  • Drukkende pijn en beklemmend gevoel in de borststreek
  • Uitstraling van pijn naar de armen, schouders, tanden, kaken of maagstreek
  • Kortademigheid
  • Bleke of grauwe huidskleur
  • Blauwverkleuring van lippen en vingernagels
  • Zweten
  • Angstig zijn
  • Misselijkheid

Dit doe je!

  1. Ga na wat er mis is.
  2. Bel 112.
  3. Laat het slachtoffer zijn inspanning stoppen en rusten.
  4. Help hem een comfortabele houding aan te nemen.
  5. Vraag of hij deze pijn al eerder ervaren heeft en of hij er geneesmiddelen voor neemt. Laat hem zijn medicatie innemen als hij dat wil.

Hitte- en zonneslag

Het lichaam produceert doorlopend warmte, die moet afgevoerd worden om de lichaamstemperatuur constant te houden. Dat gebeurt ondermeer door zweten en het verhogen van de huiddoorbloeding (waardoor de huid rood en warm wordt). Als de warmteproductie in het lichaam te hoog wordt in vergelijking met de warmteafgifte, ontstaan er allerlei problemen. Wordt een dergelijk slachtoffer niet snel geholpen, dan kan hij een hitteslag krijgen, wat levensbedreigend is.

Als de symptomen veroorzaakt werden door directe zonnestraling op het hoofd, spreken we van een zonneslag.

Wat stel je vast?

  • Hoofdpijn
  • Duizeligheid
  • Zwarte vlekken zien of zelfs flauwte
  • Misselijkheid en braken
  • Spier- of buikkrampen
  • Rode huid
  • Zweten: in het begin fel, nadien mindert dit
  • Stuipen
  • Bewustzijnsprobleme

Dit doe je!

  1. Ga na wat er mis is.
  2. Bel 112 als het slachtoffer:
    • bewustzijnsstoornissen heeft
    • abnormaal gedrag vertoont
    • stuipt
    • stopt met zweten
    • niet kan drinken zonder te braken
    • een lichaamstemperatuur heeft die hoger is dan 39 °C
  3. Haal het slachtoffer uit de zon of de warme omgeving.
  4. Laat hem rusten.
  5. Verwijder te warme kledij.
  6. Koel het slachtoffer onmiddellijk af.
    Hoe ernstiger de symptomen, hoe drastischer je te werk mag gaan:
    • Richt een ventilator op hem
    • Leg ijsblokjes in een zakje water of natte doeken op zijn lichaam (bijvoorbeeld in de lies, onder de oksels of in de nek)
    • Besprenkel of overgiet hem met koud water
  7. Is het slachtoffer goed bij bewustzijn? Geef hem iets koels te drinken. 

Hoofdwonde

Wat stel je vast?

  • Fel bloedende wonde aan het hoofd
  • Loshangende flap van de hoofdhuid
  • Buil
  • Verlies van bloed of helder vocht uit de neus, mond en/of oor
  • Blauwe verkleuring rond de ogen of achter de oren
  • Hoofdpijn
  • Sufheid, onrust, verwardheid, duizeligheid, geheugenverlies of bewusteloosheid
  • Last van licht en/of geluid
  • Misselijkheid en braken
  • Vertraagde ademhaling

Dit doe je!

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Ga naar een arts als:
    • het slachtoffer zich onwel voelt of zijn toestand verslechtert;
    • je twijfelt
  4. Bel 112 als:
    • het slachtoffer bewusteloos is (geweest) of een verminderd bewustzijn heeft
    • een hevige kracht op het hoofd heeft ingewerkt
    • je een wervelletsel vermoedt
    • je één van de volgende symptomen opmerkt
    • verlies van bloed of helder vocht uit de neus, mond en/of oor
    • blauwe verkleuring rond de ogen of achter de oren
    • last van licht en/of geluid
    • misselijkheid en braken
    • vertraagde ademhaling
  5. Heeft het slachtoffer een hoofdwonde?
  6. Is het een lichte hoofdwonde? Verzorg deze zoals elke andere huidwonde.
  7. Is het een ernstige hoofdwonde?
    • Reinig niet met water of ontsmettingsmiddel.
    • Laat de huidflap liggen op het hoofd.
    • Leg een licht drukkend verband aan met kompressen en een zwachtel.
    • Ga naar een arts.
  8. Heeft het slachtoffer een buil? Koel de buil maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water of een koelzakje. 

Huidwonde

Wat stel je vast ?

Schaaf-, snij-, steek-, scheur- of bijtwonde

Dit doe je!

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Ga naar een arts als:
    • de wonde blijft bloeden
    • er vuil in de wonde blijft zitten
    • het een grote of diepe wonde is
    • het een scheur- of bijtwonde is
    • het een steekwonde met een vuil voorwerp is
    • het gezicht, de ogen of de geslachtsdelen geraakt zijn
    • het slachtoffer vermoedelijk onvoldoende beschermd is tegen tetanus
    • het slachtoffer suikerziekte of een verlaagde weerstand heeft
  4. Stelp een eventuele bloeding door op de wonde te drukken.
  5. Reinig de wonde met stromend water:
    • Laat het water rechtstreeks over de wonde stromen om vuil weg te spoelen.
    • Eventueel mag je ook lichtjes wrijven met een steriel kompres, om zo het vuil te verwijderen.
  6. Geen water voorhanden? 
    • Gebruik een waterig, niet-verkleurend ontsmettingsmiddel.
    • Spuit het over de wonde of dep het met een kompres op de wonde. Lichtjes wrijven mag om vuil te verwijderen.
    • Zit er veel vuil in de wonde? Neem regelmatig een nieuw kompres.
    • Ontsmet nog een laatste keer met een zuiver kompres.
  7. Droog de huid rond de wonde af.
  8. Dek de wonde af met een steriel kompres of een wondpleister.

Huidwonde met een vreemd voorwerp

Wat stel je vast?

Er zit een vrij groot vreemd voorwerp (bijvoorbeeld een stuk glas) vast in een huidwonde.

Dit doe je!

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
  3. Ga naar een arts.
  4. Laat het voorwerp in de wonde zitten.
  5. Zorg dat het voorwerp onbeweeglijk blijft:    
    • Leg steriele kompressen aan beide kanten van het voorwerp.
    • Vul aan beide zijden het hoogteverschil tussen de huid en het voorwerp op, bijvoorbeeld met zwachtels.
  6. Leg een verband aan rond de wonde:
    • Let erop dat je het voorwerp niet beweegt.
    • Zorg ervoor dat het verband niet op het voorwerp drukt.

 

Hyperventilatie

Wat stel je vast?

  • Snelle en diepe ademhaling
  • Snelle polsslag, hartkloppingen en benauwd of draaierig gevoel
  • Gevoel van kortademigheid
  • Angst en onrust
  • Duizeligheid
  • Misselijkheid
  • Tintelingen in vingers en om de mond
  • Beven en zweten
  • Hoofdpijn
  • Verkrampende vingers en tenen

Dit doe je!

  1. Ga na wat er mis is.
  2. Bel 112 als:
    • de paniekaanval blijft aanhouden
    • de hyperventilatie geen psychische oorzaak heeft
    • het slachtoffer blauwpaars kleurt
    • je twijfelt
  3. Breng het slachtoffer naar een rustige plek en houd omstaanders op een afstand.
  4. Stel het slachtoffer gerust.
  5. Vraag hem om geleidelijk langzaam en rustig in en uit te ademen. Geef zelf het voorbeeld.
  6. Vraag hem om zijn handen tot een schelp te vouwen en hierin in en uit te ademen.
  7. Is hij al rustiger geworden en ben je zeker dat de hyperventilatie een psychische oorsprong heeft? Laat hem dan in een zakje ademen.
  8. Blijf bij hem tot de aanval voorbij is en hij terug normaal ademt.

 

Insectensteek

Beten en steken van allerhande gevleugelde en andere beestjes: eerder vervelend dan gevaarlijk. In enkele gevallen kan een insectensteek toch ernstig zijn. Als het slachtoffer bijvoorbeeld verschillende keren gestoken wordt, kan de ingespoten hoeveelheid gif voldoende zijn om een ernstige reactie uit te lokken. Ook een steek in de keelholte kan levensbedreigend zijn, omdat de zwelling de luchtweg kan belemmeren. Bij iemand die overgevoelig is voor insectengif, kan zich na één steek al een allergische reactie voordoen die kan leiden tot shock en zelfs tot de dood.

Wat stel je vast?

  • Plaatselijke zwelling en roodheid van de huid

  • Jeuk en soms pijn op de plaats van de steek of beet

  • Soms hoofdpijn en duizeligheid

  • Soms misselijkheid en diarree

Bij een ernstige allergische reactie:

  • Zwelling, roodheid, jeuk en pijn over het hele lichaam

  • Ademhalingsmoeilijkheden

  • Slikproblemen

  • Heesheid

  • Onwel worden

  • Buikkrampen

  • Bewustzijnsverlies

Dit doe je!

  • Ga na wat er mis is.

  • Ga naar een arts als:
    • je de achtergebleven angel niet zelf kan verwijderen;
    • de roodheid, jeuk, pijn en zwelling uitbreidt;
    • het slachtoffer zich slecht begint te voelen;
    • hij heel veel gestoken werd;
    • hij vermoedelijk onvoldoende beschermd is tegen tetanus.

  • Bel 112 bij een steek in de mond of keelholte of bij een ernstige allergische reactie. 

  • Stel het slachtoffer gerust.

  • Stel het slachtoffer gerust.

  • Verwijder de angel zo snel mogelijk:
    • Druk van onder de insteekplaats opwaarts.
    • Glijd erover met een bot voorwerp (je vingernagel, een bankkaart of de botte kant van een mes).
    • Reinig het wondje met water of ontsmettingsmiddel.
    • Koel de gestoken plaats maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water.
    • Bij een steek in de mond of keelholte: laat het slachtoffer op ijs zuigen of de mond koelen met koud water.
    • Heeft hij moeite met ademen? Zoek samen met hem naar de meest comfortabele houding.
    • Heeft een slachtoffer met een gekende allergie voor insectengif een adrenaline-auto-injector bij zich? Laat hem deze gebruiken. Zo kan hij zichzelf behandelen. 

Kneuzingen

In de ledematen bevinden zich – naast botten en gewrichten – ook zachte weefsels, zoals bloedvaten, spieren, pezen, zenuwen en vetweefsel. Door een val, een stoot of een beklemming kunnen deze weefsels beschadigd raken. Bij een kneuzing beperkt de schade zich vooral tot gescheurde onderhuidse bloedvaatjes, maar ook de zenuwen kunnen beschadigd zijn. De inwendige bloeding is zichtbaar als een blauwe verkleuring van de huid.

Bij een ernstige kneuzing kan je zelf moelijk een onderscheid maken met andere letsels, zoals een verstuiking of een breuk. Bij twijfel ga je daarom best uit van de ergste situatie.

Wat stel je vast?

  • Pijn, zwelling en blauwverkleuring van het lidmaat.

  • Het lidmaat kan niet of moeilijk gebruikt worden.

Wat doe je?

  • Ga na wat er mis is.

  • Ga naar een arts bij:

    • zeer uitgesproken zwelling;
    • abnormale stand van het lidmaat;
    • abnormale (on)beweeglijkheid van het lidmaat;
    • gevoelsstoornissen;
    • twijfel.

  • Laat het slachtoffer het lidmaat zo weinig mogelijk bewegen.
  • Is het een kneuzing van de bovenste ledematen? Verwijder de ringen van het slachtoffer.
  • Koel de kneuzing maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water.

Koorts

Wat stel je vast?

Het slachtoffer:

  • heeft het koud, maar voelt warm aan;
  • zweet, maar heeft kippenvel;
  • kan rillen en klappertanden;
  • boelt zich onwel en kan hoofdpijn en spierpijn hebben;
  • kan tekenen van uitdroging vertonen: droge mond, dorst, diepliggende ogen, minder soepele huid, weinig urineproductie of zwakheid;
  • kan stuipen.

Dit doe je!

  • Ga na wat er mis is.
  • Ga naar een arts als:
    • het slachtoffer een baby tussen 1 en 3 maanden is die een lichaamstemperatuur heeft hoger dan 38,5 °C;
    • de koorts langer dan 3 dagen blijft aanhouden;
    • de koorts opnieuw oploopt na enkele koortsvrije dagen;
    • er bijkomende symptomen optreden waarover je ongerust bent;
    • je twijfelt.
  • Meet de lichaamstemperatuur van het slachtoffer onder de tong, de oksel, in de aars of in het oor.
  • Laat hem geen zware inspanningen doen.
  • Laat hem voldoende drinken.
  • Is de koorts hoger dan 38,5 °C? Laat hem een koortswerend middel innemen.
  • Verleen indien nodig eerste hulp bij koortsstuipen.

Koortsstuipen

Vooral bij kinderen jonger dan vijf jaar kunnen stuipen optreden bij snel stijgende koorts. Soms zijn koortsstuipen zelfs het eerste teken dat het kind ziek is. Koortsstuipen zijn meestal éénmalig en betekenen niet automatisch dat het kind aanleg heeft voor epilepsie (vallende ziekte). Wel komen ze meer voor in sommige families.

Wat stel je vast?

  • Koorts
  • Schokkende bewegingen
  • Bewustzijnsverlies
  • Haperende ademhaling
  • Blauwverkleuring van lippen en nagels
  • Wegdraaiende ogen

Dit doe je!

  • Zorg voor veiligheid:
    • Verwijder voorwerpen waaraan het slachtoffer zich kan kwetsen.
    • Leg een plat kussen of een zachte trui onder zijn hoofd.
    • Steek niets in zijn mond of tussen zijn tanden.
    • Houd het slachtoffer niet vast en probeer hem niet tegen te houden.
  • Ga na wat er mis is.
    • Haal het kussen of de trui onder het hoofd weg eens het schokken voorbij is.
    • Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.
    • Raadpleeg sowieso een arts.
  • Bel 112 als:
    • het kind moet braken;
    • hij last heeft van licht;
    • hij kleine puntvormige huidbloedingen heeft;
    • hij meerdere aanvallen heeft tijdens dezelfde koortsperiode;
    • de aanval langer dan 2 minuten duurt;
    • het gaat om de eerste aanval van het kind tussen 3 maanden en 5 jaar oud.
  • Is hij bewusteloos, maar ademt hij normaal?
    • Leg hem in stabiele zijligging.
  • Is hij bewust?
    • Meet de lichaamstemperatuur van het kind.
    • Probeer de koorts te doen zakken:
      • Kleed het kind uit.
      • Dep het met lauw water, tenzij het daardoor overstuur geraakt.
  • De ouders mogen het kind een koortswerend middel geven.
  • Geef het kind geen eten of drinken.
  • Zorg dat het kind kan bijkomen in een rustige omgeving.

Kortademigheid

Kortademigheid is een situatie waarbij het slachtoffer plots, zonder dat er een vreemd voorwerp de luchtwegen blokkeert, niet meer goed kan in- of uitademen. Dit kan het gevolg zijn van bepaalde chronische aandoeningen zoals astma en COPD. Soms is er een andere oorzaak voor de kortademigheid, zoals een hartaandoening, een hevige allergische reactie of een zware sportinspanning.

Wat stel je vast?

  • Hoesten, eventueel met slijm ophoesten
  • Opvallende beweging van de neusvleugels
  • Angst, onrust, versnelde hartslag of hartkloppingen
  • Blauwverkleuring van lippen, nagels of neus
  • Soms trekken hals- en schouderspieren mee samen met het ademen

Dit doe je!

  1. Ga na wat er mis is.
  2. Verwijs het slachtoffer door naar een arts als dit de eerste keer is dat hij een dergelijke aanval krijgt.
  3. Bel 112 als:
    • de aanval meerdere minuten duurt
    • het slachtoffer het bewustzijn verliest
    • de lippen, nagels of neus blauw verkleuren
    • de medicatie (puffer) na 5 minuten nog geen effect heeft
  4. Stel het slachtoffer gerust.
  5. Laat hem rusten.
  6. Help hem een comfortabele houding aan te nemen. Vaak voelt hij zich het best wanneer hij voorovergebogen zit met de ellebogen op tafel.
  7. Maak knellende kledij los.
  8. Als hij medicatie bij zich heeft (bijvoorbeeld een puffer), laat hem deze dan innemen als hij wil.
  9. Blijf bij hem tot de aanval voorbij is en hij opnieuw normaal ademt.

 

Kwallenbeet

Wat stel je vast?

  • Rode vlekken en bultjes op de huid
  • Jeuk, pijn en een branderig gevoel op de plaats van de beet
  • Soms heeft het slachtoffer last van algemene reacties:
  • misselijkheid en braken
  • krampen
  • ademhalingsmoeilijkheden
  • hartritmestoornissen
  • bewustzijnsverlies

Dit doe je!

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2.  Ga na wat er mis is.
  3. Ga naar een arts als je handelingen onvoldoende helpen.
  4. Bel 112 als het slachtoffer algemene reacties vertoont (bijvoorbeeld ademhalingsmoeilijkheden, hartritmestoornissen, bewustzijnsverlies).
  5. Spoel de wonde zo snel mogelijk met zeewater.
  6. Ga naar een strandhulppost. Dompel daar de wonde 20 tot 30 minuten onder in warm water (zo warm mogelijk, maar niet te heet).
  7. Verwijder tentakels:
    • Zijn ze zichtbaar? Verwijder ze met een pincet.
    • Zijn ze niet zichtbaar? Breng scheerschuim aan op de wonde en schraap met de rand van een bankkaart van de vingers of tenen naar boven toe.
  8. Heeft het slachtoffer hevige jeuk? Ga naar een apotheker voor een zalf.

Onderkoeling

Wat stel je vast?

  • Oncontroleerbaar rillen, klappertanden
  • Koude, bleke, droge huid met blauwe lippen, oren, vingers en tenen
  • Ademhaling wordt snel en evolueert naar langzaam en oppervlakkig
  • Moeilijk om te bewegen en te spreken
  • Verwardheid
  • Bewustzijnsproblemen (sufheid, geheugenverlies, irrationeel gedrag, vermoeidheid)

Dit doe je!

  1. Vermijd bruuske en schokkende bewegingen.
  2. Verplaats het slachtoffer horizontaal.
  3. Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling voldoende lang.
  4. Bel 112 als:
    • het slachtoffer niet meer rilt
    • zijn spieren verstijven
    • hij bewustzijnsstoornissen vertoont
  5. Breng het slachtoffer naar een warmere omgeving
  6. Trek natte kledij volledig uit.
  7. Meet de lichaamstemperatuur.
  8. Rilt het slachtoffer nog en is hij nog goed bij bewustzijn? Doe aan passieve opwarming.
  9. Laat het slachtoffer opwarmen in een slaapzak of een (isolatie-)deken. Bedek ook het hoofd.
  10. Laat warme, droge kledij aantrekken.
  11. Geef een warme, suikerrijke drank te drinken.
  12. Rilt het slachtoffer niet meer? Heeft hij een verminderd bewustzijn? Dan is de situatie ernstig. Doe aan actieve opwarming.
  13. Warm het slachtoffer actief op (bijvoorbeeld onder een elektrisch deken, kersenpitkussen of warmwaterkruik).

Ontwrichting

Wat stel je vast?

  • Abnormale stand van het gewricht

  • Het gewricht kan niet meer normaal bewogen worden

  • Hevige pijn, zwelling en blauwverkleuring ter hoogte het gewricht

  • Bij een open ontwrichting: wonde met bloedverlies en soms botfragmenten zichtbaar 

Dit doe je!

1. Zorg ervoor dat het slachtoffer het gewricht zo weinig mogelijk beweegt.

2. Trek wegwerphandschoenen aan als het gaat om een open ontwrichting.

3. Ga na wat er mis is.

4. Waar bevindt de ontwrichting zich?

  • Bovenste ledematen: breng het slachtoffer zelf naar het ziekenhuis of bel 112 als je twijfelt.
  • Onderste ledematen: bel 112.
    • Is het een ontwrichting van de bovenste ledematen? Verwijder de ringen van het slachtoffer.
    • Is het gesloten ontwrichting? Koel het letsel maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water.
    • Is het een open ontwrichting?
  • Druk voorzichtig op de wonde om de bloeding te stoppen.
  • Maak een steriel kompres nat met water of een waterig, niet-verkleurend ontsmettingsmiddel. Dek hiermee de open breuk af.

Overdosis drugs

Wat stel je vast?

  • Omstandigheden wijzen op het gebruik van drugs (bijvoorbeeld lege injectiespuit, poeder-resten of verpakking)
  • Volgende symptomen kunnen voorkomen:
    • bewustzijnsstoornissen;
    • waanvoorstellingen of psychosen;
    • gedragsveranderingen (bijvoorbeeld agressie);
    • stuipen;
    • symptomen van een hartaanval;
    • ademhalings- en hartstilstand.

Dit doe je!

1. Reageert het slachtoffer agressief?

  • Bel 112.
  • Wacht de komst van de hulpdiensten af.

 2. Lukt het je om het slachtoffer veilig te benaderen? Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.

3. Bel 112.

4. Is het slachtoffer bewusteloos en ademt hij niet normaal?

  • Verwijder voorzichtig een eventuele naald of knevel.
  • Start onmiddellijk de reanimatie.

5. Is hij bewusteloos, maar ademt hij normaal?

  • Verwijder voorzichtig een eventuele naald of knevel.
  • Leg hem in stabiele zijligging, liefst op zijn linkerzijde.
  • Controleer elke minuut opnieuw of de ademhaling normaal blijft.

6. Is hij bewust?

  • Houd hem rustig en laat hem niet rondlopen.
  • Praat over concrete dingen in je directe omgeving.
  • Haal er een vriend of familielid van het slachtoffer bij, zodat die met hem kan praten.

Reisziekte

Wat stel je vast?

  • Misselijkheid en braakneigingen of braken

  • Duizeligheid

  • Hoofdpijn

  • Bleke huid

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Kan je het voertuig zelf laten stoppen? Laat het slachtoffer even uitstappen.

3. Gaat dat niet? 

  • Laat hem rechtdoor naar buiten kijken naar een vast punt in de verte.

  • Zorg voor frisse lucht.

  • Laat hem traag en regelmatig ademen.

  • Leid hem af, bijvoorbeeld door wat muziek op te zetten.

 

Rugpijn

Wat stel je vast?

  • Het slachtoffer heeft plotse of langdurige rugpijn.
  • Soms gaat dit gepaard met:
    • nekpijn;
    • uitstraling van de pijn naar een arm of been;
    • gevoelsstoornissen of krachtverlies in een arm of been.

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Ga naar een arts bij:

  • plotse verlammingsverschijnselen;
  • plotse gevoelsstoornissen;
  • problemen met ophouden van stoelgang en urine.

3. Bel 112 als de plotse pijn hevig is en lang aanhoudt.

4. Heeft het slachtoffer een verkeersongeval of een valpartij meegemaakt? Geef dan eerste hulp bij een wervelletsel.

5. Is dit niet het geval?

  • Zoek samen met het slachtoffer naar de meest comfortabele houding. Vaak is dit de 90/90-houding.
  • Breng warmte aan op de rug. Gebruik hiervoor warme kledij of een warmtezakje.

 

Spier- of peesscheur

Wat stel je vast?

  • Plotse, hevige pijn in het lidmaat;

  • Betrokken lidmaat kan minder goed of zelfs niet meer gebruikt worden;

  • Zwelling en blauwverkleuring;

  • Soms is een indeuking in de spier voelbaar.

Dit doe je!

  • Zorg ervoor dat het slachtoffer het lidmaat zo weinig mogelijk beweegt.

  • Ga na wat er mis is.

  • Ga naar een arts.

  • Verwijder de ringen van het slachtoffer.

  • Koel het letsel maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water.

Spierkramp

Wat stel je vast?

De spier voelt hard aan, is pijnlijk en minder beweeglijk.

Dit doe je!

1. Laat het slachtoffer zijn inspanning stoppen.

2. Ga na wat er mis is.

3. Ga naar een arts als het slachtoffer vaak verkrampte spieren heeft zonder duidelijke oorzaak.

4. Rek de spier geleidelijk en voorzichtig:

  • Kuitkramp? Trek de tenen omhoog.
  • Kramp achteraan in de dij? Strek het been.

5. Masseer de spier lichtjes.

6. Plaats een warmtezakje op de spier of zorg voor warme kledij.

Splinter

Wat stel je vast?

Een wondje met een splinter.

Dit doe je!

1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.

2. Ga na wat er mis is.

3. Ga naar een arts als:

  • het uiteinde van de splinter niet goed zichtbaar is;
  • het een metaalsplinter, glassplinter of splinter van tropisch hardhout is;
  • het een grote splinter is;
  • de splinter in of rond het oog zit;
  • de splinter afbreekt tijdens het verwijderen;
  • het slachtoffer vermoedelijk onvoldoende beschermd is tegen tetanus;
  • het splinterwondje infecteert.

4. Is het een kleine houtsplinter en is het uiteinde goed zichtbaar? Probeer de splinter dan zelf te verwijderen:

  • Reinig de wonde en de omgeving ervan voorzichtig met water.
  • Leg een splinterpincet gedurende 1 minuut in ontsmettingsalcohol. Wacht nadien enkele seconden tot de alcohol verdampt is (niet blazen).
  • Houd het pincet in het verlengde van de splinter en grijp het uiteinde van de splinter.
  • Trek de splinter uit de huid.
  • Dek het huidwondje af met een wondpleister of kompres.

 

 

Tand afgebroken of uitgevallen

Wat doe je?

  1. Trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Ga na wat er mis is.
    • Laat het slachtoffer zijn mond spoelen met fris, drinkbaar water.
    • Druk met een vochtig kompres of een nat washandje tegen het wondje of laat het slachtoffer erop bijten.
    • Bescherm eventueel scherpe randen van een afgebroken tand met een kompres.
    • Neem een uitgevallen tand vast aan de kroon. Dat is het gedeelte dat normaal zichtbaar is en dus niet in het tandvlees zit.
    • Spoel een zichtbaar vervuilde uitgevallen tand maximaal 10 seconden in melk of onder koud kraantjeswater.
    • Bewaar de tand tijdelijk in een potje met melk, tot aankomst bij de tandarts.
  3. Ga naar een tandarts. Neem het potje met de tand mee.

Tekenbeet

Wist je dat…
een teek niet kan springen of vliegen maar aan planten of gras hangt te wachten tot hij zich op een mens of dier kan laten vallen om bloed te zuigen ? Een tekenbeet op zich is doorgaans niet gevaarlijk, maar de teek kan wel een rol spelen in het overbrengen van verschillende ziektes, zoals de ziekte van Lyme.

Wat stel je vast?

  • Een tekenbeet is niet pijnlijk en wordt vaak niet of enkel toevallig opgemerkt.

  • Teken zitten meestal in de nek, oksels, knieholten, liesstreek of op het hoofd of de enkels.

  • Na enkele uren begint de beet te jeuken.

  • Een volgezogen teek is ongeveer even groot als een kleine erwt.

Dit doe je!

1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.

2. Ga na wat er mis is.

3. Je moet niet bij elke tekenbeet naar een arts.

4. Ga naar een arts als het slachtoffer last krijgt van:

  • een rode vlek of kring op de huid in de eerste weken na de tekenbeet;
  • andere ziektetekenen, zoals koorts of gewrichtspijn.

5. Verwijder de teek zo snel mogelijk met een tekentang. Gebruik een pincet enkel als je geen tekentang hebt.

  • Neem de teek vast bij de monddelen en zo dicht mogelijk tegen de huid van het slachtoffer.
  • Trek de teek geleidelijk, maar stevig uit de huid:
    • Gebruik je een tekentang type grijptangetje? Trek de teek recht uit de huid.
    • Gebruik je een tekentang type koevoet? Maak een draaiende beweging.
    • Gebruik je een pincet? Trek de teek recht uit de huid.

6. Reinig de wonde uitgebreid met stromend water.

7. Ontsmet de wonde nadien met een niet-verkleurend ontsmettingsmiddel.

8. Noteer de datum van de beet en de plaats van de wonde.

Uitdroging

Als een slachtoffer meer vocht verliest dan hij inneemt, ontstaat uitdroging (dehydratatie). Het slachtoffer verliest niet alleen vocht, maar ook zouten en andere voedingsstoffen. Deze ernstige toestand kan ontstaan bij hevige diarree, braken, zweten of koorts. Het slachtoffer  gaat zich steeds zwakker voelen. Het grootste risico bestaat bij baby’s, jonge kinderen, bejaarden en door ziekte verzwakte personen.

Wat stel je vast?

  • Zwakte en algemeen ziektegevoel

  • Duizeligheid en/of misselijkheid

  • Braken of diarree

  • Dorst

  • Droge mond en slijmvliezen

  • Weinig soepele huid

  • Snelle, diepe ademhaling en trage polsslag

  • Weinig urineproductie (urine ruikt sterk en is donker gekleurd)

  • Bij ernstige uitdroging: bewustzijnsstoornissen (verwardheid, moeilijk wakker te krijgen)

Dit doe je!

1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.

2. Ga na wat er mis is.

3. Ga naar een arts als:

  • het slachtoffer:
    • een jonge of oudere persoon is;
    • geen vocht kan inhouden (bijvoorbeeld door hevig braken);
    • weinig of niet urineert en de urine donker van kleur is;
    • koorts heeft;
  • je twijfelt.

4. Bel 112 als het slachtoffer bewustzijnsstoornissen heeft.

5. Laat het slachtoffer regelmatig kleine hoeveelheden drinken:

  • Meestal is water, sportdrank, thee of lichte bouillon voldoende. Geef hem geen (gebluste) cola.
  • In ernstigere gevallen geef je hem best een kant-en-klare rehydratatieoplossing, zoals ORS.

Verdrinking

Wat stel je vast?

  • Het slachtoffer bevindt zich nog in het water of werd al uit het water gehaald.
  • Hij kan last hebben van:
    • een belemmerde ademhaling;
    • braken;
    • onderkoeling (bijvoorbeeld oncontroleerbaar rillen, koude huid, bewustzijnsstoornissen).

Dit doe je!

1. Probeer de drenkeling te redden zonder zelf in het water te gaan. Ga enkel zelf het water in als je daarvoor getraind bent.

2. Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.

3. Alarmeer de reddingsdiensten in het zwembad of aan zee.

4. Bel 112.

5. Is het slachtoffer bewusteloos en ademt hij niet normaal?

  • Start onmiddellijk de reanimatie.
  • Vooraleer je start met defibrilleren met een AED-toestel:
    • Droog de borstkas van het slachtoffer af.
    • Zorg er indien mogelijk voor dat hij op een droge ondergrond ligt.

6. Is hij bewusteloos, maar ademt hij normaal?

  • Leg hem in stabiele zijligging.
  • Controleer elke minuut opnieuw of zijn ademhaling normaal blijft.

7. Is hij bewust?

  • Verplaats het slachtoffer horizontaal naar een warmere omgeving.
  • Trek zijn kledij volledig uit, droog hem af en dek hem warm toe.
  • Laat hem zo weinig mogelijk bewegen.

Vergiftiging door inslikking

Wist je dat veel vergiftigingen door inslikken gebeuren bij kinderen onder de 6 jaar? Nog steeds staan flessen met giftige producten in keukenkasten en badkamers waar ze kunnen gevonden worden door peuters en kleuters.

Wat stel je vast?

  • Omstandigheden wijzen op een vergiftiging door inslikken (bijvoorbeeld lege geneesmidde-lenverpakking, geopende fles poetsproduct)
  • Afhankelijk van het product kunnen volgende symptomen voorkomen:
    • Braken of braakneigingen
    • Buikkrampen
    • Zeer grote of zeer kleine pupillen
    • Brandwonden in mond of keelholte
    • Ademhalingsmoeilijkheden

Dit doe je!

1. Trek handschoenen aan.

2. Plaats resten van het product op een veilige plaats.

3. Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.

4. Bel altijd het Antigifcentrum: 070 245 245. Volg het gegeven advies strikt op.

5. Bel 112 als er ernstige symptomen zijn (bewusteloosheid, ademhalingsmoeilijkheden).

6. Is het slachtoffer bewusteloos, maar ademt hij normaal? Leg hem in stabiele zijligging, liefst op zijn linkerzijde.

Verslikking

Bij een verslikking komt een voorwerp, voedsel of drank terecht in de luchtweg. Gelukkig lost ons lichaam het probleem meestal zelf op. Door even flink te hoesten wordt het voorwerp verwijderd.

Soms is de toestand echter ernstig: een brok voedsel of een voorwerp kan de luchtweg helemaal afsluiten. Ademen wordt dan heel moeilijk of zelfs onmogelijk. Dit is een levensbedreigende situatie die onmiddellijke actie vereist!

Wat stel je vast ?

Lichte verslikking

  • Het slachtoffer heeft zich verslikt.
  • Hij kan nog spreken, hoesten, huilen of ademen.

Ernstige verslikking

  • Het slachtoffer heeft zich verslikt.
  • Hij kan niet praten, hoesten, huilen of ademen.
  • Hij maakt hoestbewegingen zonder geluid.
  • Zijn hoofd kan blauw worden.

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Bel 112 als het slachtoffer het bewustzijn verliest.

  • Leg hem voorzichtig op de grond.
  • Start de reanimatie.

3. Ga naar een arts als hij:

  • blijft hoesten;
  • moeilijk kan slikken;
  • het gevoel heeft dat er iets in zijn keel zit;
  • buikstoten kreeg.

4. Lichte verslikking?

  • Moedig het slachtoffer aan om te hoesten.
  • Blijf bij hem tot hij opnieuw normaal ademt.
  • Ernstige verslikking?
  • Sla tot 5 keer op de rug:
    • Sla met de hiel van je hand tussen de schouderbladen.
  • Bij een baby:
    • Leg de baby op zijn buik op je onderarm.
    • Ondersteun zijn onderkaak met je hand.
    • Sla met de hiel van je hand tussen de schouderbladen.

5. Hebben de rugslagen niet geholpen? Geef dan tot 5 buikstoten:

  • Laat hem voorover leunen.
  • Plaats een vuist op het bovenste deel van de buik.
  • Trek met je andere hand de vuist krachtig naar jezelf en naar boven toe.
  • Bij een baby:
    • Leg de baby op zijn rug op je onderarm met zijn hoofdje naar beneden.
    • Ondersteun het hoofdje met je hand.
    • Plaats twee vingers in het midden van de borstkas.
    • Duw de borstkas een derde van haar diepte in (4 cm).

6. Is het probleem nog steeds niet opgelost? Blijf 5 rugslagen afwisselen met 5 buikstoten.


 

 

Verstuiking

We spreken van een verstuiking als de bewegingsmogelijkheid van een gewricht overschreden wordt. De botuiteinden blijven ter plaatse ten opzichte van elkaar. Bij een verstuiking worden de gewrichtsbanden uitgerekt of scheuren ze, wordt het gewrichtskapsel soms beschadigd en lopen soms ook de omgevende bloedvaten, zenuwen en andere weefsels schade op.

Wat stel je vast?

  • Pijn, zwelling en blauwverkleuring ter hoogte van het gewricht.

  • Het gewricht kan moeilijk gebruikt worden.

Dit doe je!

1. Zorg ervoor dat het slachtoffer het lidmaat zo weinig mogelijk beweegt.

2. Ga na wat er mis is.

3. Ga naar een arts als:

  • de pijn niet overgaat na het koelen;
  • je twijfelt.

4. Is het een verstuiking van de bovenste ledematen? Verwijder de ringen van het slachtoffer.

5. Koel de verstuiking maximaal 20 minuten af. Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje of koud water.

 

Voorwerp in de neus

Wat stel je vast?

  • Moeilijke of luidruchtige ademhaling door de neus
  • Zwelling van de neus
  • Tranende ogen
  • Slecht ruikend of bloederig neusslijm
  • Neuspeuteren

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Ga naar een arts als:

  • het voorwerp niet loskomt;
  • je denkt dat het voorwerp niet volledig verwijderd is;
  • je twijfelt.

3. Laat het slachtoffer zijn niet-verstopte neusgat dicht houden en terwijl zijn neus snuiten.

4. Is het kind te jong om zijn neus te kunnen snuiten en ken je het kind goed? Gebruik de blaaskus-techniek:

  • Zeg het kind dat je het een ‘dikke kus’ gaat geven.
  • Plaats je mond rond de lichtjes geopende mond van het kind.
  • Houd het niet-verstopte neusgat dicht.
  • Blaas maximaal 5 keer kort en scherp lucht in de mond van het kind. Hierdoor kan het voorwerp losschieten.

 

Voorwerp in het oog

Wat stel je vast?

  • Er zit een (on)zichtbaar voorwerp in het oog.

  • Het oog doet pijn, traant en is rood.

  • Uit het oog kan helder vocht of bloed komen.

  • Het slachtoffer heeft problemen met het zicht.

Dit doe je!

1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.

2. Ga na wat er mis is.

3. Bel 112.

4. Laat het slachtoffer een comfortabele houding aannemen.

5. Adviseer hem van zo weinig mogelijk oogbewegingen te maken en niet in de ogen te wrijven.

6. Dek beide ogen af met kompressen of een propere, droge doek.

Voorwerp in het oor

Wat stel je vast?

  • Pijn of kriebelingen in het oor
  • Gehoorproblemen
  • Het trommelvlies is waarschijnlijk geperforeerd als het slachtoffer:
    • klaagt over constant geruis en gehoorvermindering;
    • oorpijn heeft;
    • bloed verliest langs het oor;
    • duizelig is en evenwichtsstoornissen heeft.

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Ga naar een arts.

3. Laat het slachtoffer een comfortabele houding aannemen.

4. Adviseer hem om zijn hoofd stil te houden en niet in zijn oor te wrijven.

5. Vermoed je dat het trommelvlies geperforeerd is?

  • Dek het oor af met een droog kompres.
  • Zorg dat er geen water in de gehoorgang komt. 

Voorwerp ingeslikt

Wat stel je vast?

  • Pijn of een vreemd gevoel in de keel, slokdarm of maag
  • Braakneigingen

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Bel 112 als het gaat om een groot of scherp voorwerp.

3. Bel het Antigifcentrum (070 245 245) als het gaat om een voorwerp dat mogelijk giftig is (bijvoorbeeld een sigarettenpeuk, cosmetica). Volg het gegeven advies strikt op.

4. Ga naar een arts als:

  • het ingeslikte voorwerp een knoopbatterij is;
  • het slachtoffer keelpijn heeft of moeilijk slikt;
  • het slachtoffer braakt, buikpijn of een bloederige stoelgang heeft.

5. Controleer of het slachtoffer het voorwerp echt heeft ingeslikt.

6. Probeer te achterhalen welk voorwerp hij heeft ingeslikt.

7. Gaat het om een klein of afgerond voorwerp? Controleer gedurende enkele dagen de ontlasting. Meestal verlaat het voorwerp het lichaam via de stoelgang.

Vuiltje in het oog

Wat stel je vast?

  • Schurend gevoel bij het knipperen of bewegen van de ogen
  • Rood, tranend oog (dat het slachtoffer krampachtig gesloten houdt)

Dit doe je!

1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.

2. Ga na wat er mis is.

3. Ga naar een arts als je het vuiltje niet kan verwijderen.

4. Vraag het slachtoffer om niet in zijn ogen te wrijven.

5. Laat hem zijn bril afnemen of contactlenzen uitdoen.

6. Spoel het oog overvloedig met water:

  • Laat hem zijn hoofd achterover kantelen.
  • Spreid voorzichtig beide oogleden open met je duim en wijsvinger.
  • Laat water stromen uit de kraan of uit een kan. Spoel vanaf de neus naar de zijkant van het gezicht.
  • Vraag hem om afwisselend naar boven, onder, links en rechts te kijken.

Wervelletsel

Een wervelletsel is een breuk of verschuiving van één of meerdere wervels. Dit kan zowel in de hals als ter hoogte van de rug optreden. Bij een wervelletsel is er gevaar voor beschadiging van het ruggenmerg. Als het ruggenmerg ter hoogte van de hals beschadigd is, kan een groot deel van het lichaam verlamd raken of kan het slachtoffer overlijden. Ruggenmergletsels ter hoogte van de rug kunnen een verlamming van het onderlichaam veroorzaken.

Je kan een wervelletsel vermoeden bij een ongeval met grote kracht op het lichaam, zoals een verkeersongeval of een val van een trap of ladder.

Wat stel je vast?

Denk aan een mogelijk wervelletsel als het slachtoffer:

  • betrokken was bij een verkeersongeval, een val van een hoogte of een duikongeval;
  •  

    ernstige verwondingen heeft aan het hoofd of nek;

  • pijn heeft aan de nek of rug;

  • een verminderd bewustzijn heeft of bewusteloos wordt na een ongeval;

  • klaagt over verminderd gevoel of tintelingen in de ledematen.

Volgende symptomen kunnen voorkomen:

  • Gevoelsstoornissen of verlammingsverschijnselen

  • Pijn in de nek, hals, rug of achteraan het bekken (spontaan of bij beweging)

  • Blijvende hevige hoofdpijn

  • Vreemd gedrag (bijvoorbeeld prikkelbaarheid)

  • Sufheid, slaperigheid, onrust, geheugenverlies of bewusteloosheid

  • Geen goede herinnering van wat er gebeurd is

     

  • Misselijkheid en braken

  • Ernstige hoofdwonde

Dit doe je!

1. Verplaats het slachtoffer niet!

2. Controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.

3. Bel 112.

4. Is het slachtoffer bewusteloos, maar ademt hij normaal?

  • Laat hem op zijn rug liggen.
  • Kantel het hoofd achterover en til de kin omhoog.
  • Controleer elke minuut het bewustzijn en de ademhaling.
  • Is het slachtoffer bij bewustzijn en ademt hij normaal?
  • Kalmeer hem en overtuig hem om niet te bewegen.
  • Immobiliseer zijn hoofd en nek. Doe dit enkel als hij wil meewerken.

 

Zonnebrand

Wat stel je vast?

  • Vuurrode en pijnlijke huid
  • Kleine of grotere vochtblaasjes op de huid
  • Misselijkheid

Dit doe je!

1. Ga na wat er mis is.

2. Ga naar een arts als:

  • er grote blaarvorming is;
  • het slachtoffer een klein kind is;
  • er symptomen zijn van zonneslag of uitdroging;
  • hij zich onwel voelt.

3. Breng het slachtoffer naar de schaduw.

4. Koel de huid met natte doeken of een zachte douche.

5. Dep de huid zachtjes droog.

6. Breng een vochtinbrengend product aan.

7. Adviseer het slachtoffer om:

  • lichte, niet-schurende en niet-knellende kledij te dragen;
  • regelmatig kleine slokjes fris water te drinken.
  • Als hij pijn heeft, mag hij een eenvoudige pijnstiller nemen.

Stel je vraag

  • Geboortedatum

  • Alle gegevens die je invult in dit formulier worden volgens het gegevensbeleid verwerkt. Wil je meer weten over dit beleid én over wat we met jouw gegevens doen? Klik hier voor meer info.

  • verzend

Nieuws