;

Hyperventilatie: Eerste hulp bij hyperventilatie

Hyperventilatie betekent letterlijk ‘te snel ademen’. Het bloed krijgt een overaanbod aan zuurstof en doordat er te veel koolstofdioxide wordt uitgeademd, ontstaat daarvan een tekort in het bloed. Dit lokt symptomen uit die voorbijgaan als de ademhaling weer normaal wordt.

In emotionele situaties kan het gebeuren dat iemand te snel en te diep ademt. Vaak gaat het om jonge slachtoffers. Maar hyperventilatie kan ook het gevolg zijn van lichamelijke aandoeningen (zoals een hartaandoening, een hersenletsel of druggebruik). Bij hyperventilatie moet je er als eerstehulpverlener van uit gaan dat er een onderliggende oorzaak is die aan een ziekte is gerelateerd, tot het tegendeel is bewezen.

Wat stel je vast?

  • Er is soms sprake van een emotionele oorzaak van de klachten.
  • Het slachtoffer ademt snel en diep.
  • Hij heeft een snelle polsslag, soms hartkloppingen. Hij kan een benauwd of draaierig gevoel hebben.
  • Het slachtoffer heeft vaak het gevoel kortademig te zijn, waardoor hij nog sneller gaat ademen. Daardoor kunnen de klachten nog verergeren.
  • Hij voelt zich angstig of is onrustig.
  • Soms is hij duizelig. Hij kan het gevoel hebben flauw te vallen.
  • Het slachtoffer kan zich misselijk voelen.
  • Soms voelt het slachtoffer tintelingen in de handen, de voeten en om de mond.
  • Hij heeft het gevoel een krop in de keel te hebben.
  • Hij kan hoofdpijn hebben.
  • Hij kan beven en zweten.
  • Hij kan niet helder nadenken.
  • Als de aanval langer duurt, kunnen de vingers en tenen verkrampen.
  • Hij kan pijn op de borst waarnemen.

Dit doe je!

De onderstaande behandeling gebruik je enkel als je zeker weet dat het om een paniekaanval gaat en de er geen onderliggende lichamelijke aandoening is.

1

STAP 1: Zorg voor veiligheid

2

STAP 2: Beoordeel de toestand van het slachtoffer

Ga na wat er mis is. Ben je zeker dat het slachtoffer hyperventileert door een paniekaanval?
3

STAP 3: Raadpleeg gespecialiseerde hulp

  • Moedig het slachtoffer aan gespecialiseerde hulp te raadplegen bij terugkerende paniekaanvallen.
  • Alarmeer de Noodcentrale 112 als:

- de paniekaanval blijft aanhouden;

- de hyperventilatie geen psychische oorzaak heeft;

- het slachtoffer een blauw-paarse verkleuring vertoont;

- je twijfelt.

4

STAP 4: Verleen verdere eerste hulp

  • Breng het slachtoffer naar een rustige plek, indien mogelijk. Vraag omstanders om afstand te houden.
  • Verwijder, als dat kan, de oorzaak van de paniekaanval.
  • Stel het slachtoffer gerust. Gedraag je kalm. Beweeg rustig en voorspelbaar, spreek traag en gebruik eenvoudige taal.
  • Kalmeer het slachtoffer en vraag hem om langzaam en rustig in en uit te ademen. Geef het voorbeeld en laat het slachtoffer jouw ademhalingsritme volgen. Het kan helpen om 1 seconde te laten inademen via de neus, en 3 seconden uit te ademen via de mond.
  • Laat het slachtoffer in- en uitademen in zijn, tot een schelp gevouwen, gesloten handen.
  • Als het slachtoffer rustiger is geworden en meer medewerking verleent, laat hem dan een proper, plastieken of papieren, zakje voor de mond en neus houden en laat hem daarin in- en uitademen. Doe dat enkel als je zeker bent dat het over hyperventilatie met een psychische oorsprong gaat en als het slachtoffer dit toelaat.
  • Zorg ervoor dat het slachtoffer vrij kan ademen. Maak knellende kleding losser.
  • Motiveer het slachtoffer om te ademen vanuit de buik.
  • Blijf bij het slachtoffer tot de aanval voorbij is en hij weer normaal ademt. Laat hem terug omgevingslucht inademen zodra hij rustiger wordt.