;

De inzet van Rode Kruis-Vlaanderen: sprekende cijfers op een rij

Mechelen – 16 april 2020. Rode Kruis-Vlaanderen kan de stille kracht achter het bestrijden van de coronacrisis genoemd worden. De organisatie ondersteunt verschillende geledingen van de zorgsector in de strijd tegen het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt. De cijfers zijn indrukwekkend: 5.700 crisisvrijwilligers staan klaar om de woonzorgcentra te helpen met logistieke en verzorgende taken, 162 vrijwilligers bieden een luisterend oor aan Vlamingen die worstelen met het omgaan met deze crisis en meer dan 200 genezen coronapatiënten registreerden zich als kandidaat-plasmadonor. Hun plasma wordt gebruikt voor klinische studies die nagaan of het ingezet kan worden als medicijn voor zieke coronapatiënten.  

162 vrijwilligers van Dringende Sociale Interventie geven telefonisch psychologische bijstand aan burgers die het emotioneel moeilijk hebben met deze gezondheidscrisis. De vrijwilligers ondersteunen de calltakers van het 0800-infonummer dat door de overheid opgezet werd. Sinds de start van hun inzet op 20 maart voerden ze samen al 542 gesprekken, goed voor meer dan 143 uren beltijd.
 
Sinds 13 maart werden al meer dan 400 hulpdienstvrijwilligers van het Rode Kruis ingezet als ambulancier of zorgverlener. Ze vervoerden sinds het begin van de crisis meer dan 1.800 patiënten. Deze vrijwilligers bemannen 7 dagen op 7, 24 uur op 24 11 speciale COVID-ziekenwagens, op vraag van de FOD Volksgezondheid. Op die manier levert Rode Kruis-Vlaanderen een belangrijke bijdrage in de ondersteuning van het 112-netwerk.
 
Sinds 19 maart registreerden zich 5.700 crisisvrijwilligers die vooral ingeschakeld worden voor de ondersteuning bij logistieke taken. Ze zijn actief op 106 verschillende plaatsen, waarvan het merendeel woonzorgcentra (85). Met het inschakelen van de crisisvrijwilligers speelt Rode Kruis-Vlaanderen een belangrijke ondersteunende rol voor verschillende instellingen. Door logistieke taken uit handen te nemen van bijvoorbeeld het zorgpersoneel in ziekenhuizen en woonzorgcentra, kunnen zij zich focussen op het verzorgen van coronapatiënten.
 
Rode Kruis-Vlaanderen hecht veel belang aan wetenschappelijk onderzoek en levert dan ook graag haar bijdrage. Ten eerste maakt de organisatie mensen en middelen vrij in haar Centraal Donorlaboratorium waar normaal gezien alleen de bloestalen van donoren getest worden, om zelf ook tests op corona te gaan uitvoeren aan de hand van neus- en keelstalen. 4 onderzoekers van het Centraal Donorlaboratorium (CELA) engageerden zich om deze tests uit te voeren en dat doen ze samen met 4 laboranten van de KU Leuven (die op dit moment technisch werkloos zijn). Sinds de start van de testings werden al ongeveer 518 COVID-19 tests uitgevoerd.
 
Sinds donderdag 2 april stelt het Rode Kruis een groot aantal bloedstalen van donoren ter beschikking aan het Belgisch instituut voor gezondheid, Sciensano. Zij zullen de stalen testen op de aanwezigheid van antistoffen in het bloed. Zo kan de groepsimmuniteit tegen het coronavirus in kaart gebracht worden, net zoals het effectieve aantal besmettingen in Vlaanderen. De informatie die de resultaten van het onderzoek opleveren, kan leiden tot goede, betrouwbare modellen die de evolutie van de epidemie in kaart brengen. Deze kennis kan dan weer gebruikt worden om ons goed voor te bereiden tegen een, mogelijke, tweede coronagolf. Ondertussen ontving Sciensano de eerste 1.615 stalen.
 
Een andere bijdrage aan de wetenschap is het plasma van genezen mannelijke coronapatiënten dat ingezameld wordt. Op 7 april deed Rode Kruis-Vlaanderen hiervoor een oproep en ondertussen registreerden zich al meer dan 200 genezen coronapatiënten als plasmadonor. Bedoeling is dat onderzocht wordt of het plasma (en de antistoffen tegen het coronavirus die daarin aanwezig zijn) van deze genezen patiënten gebruikt kan worden voor het genezingsproces van patiënten die op dit moment nog ziek zijn. Er wordt ook onderzocht of preventief toegediend kan worden aan bijvoorbeeld zorgverleners of risicogroepen zodat zij tijdelijk immuun worden tegen het virus.