In the name of humanity

Op zaterdag 18 februari 2017 heeft het team van de KU Leuven de 10de editie van de Frits Kalshoven competitie over internationaal humanitair recht (IHR) gewonnen. Tijdens deze feesteditie gingen zij in de finale de strijd aan met het team van Universiteit Leiden. “Het was een nipte overwinning”, zei rechter Orie, voorzitter van de erejury. Hij benadrukte het belang van teamwork en de noodzaak te weten wie je verdedigt. Een goede balans tussen juridische kennis en kennis over de feiten is essentieel om een jury te overtuigen. De prijs voor de beste individuele spreker werd uitgereikt aan Frederik Van den Abeele, van Universiteit Antwerpen. De prijs voor het beste rollenspel ging naar het team van de Vrije Universiteit Amsterdam.

In the name of humanity

Het thema van dit jaar was ‘in naam van de menselijkheid’ (‘in the name of humanity’). Deskundigen van onder andere het Internationale Rode Kruiscomité, het Belgische Ministerie van Defensie en het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken gingen dieper in op verschillende aspecten van dit actuele thema. Het programma van de competitie bestond uit o.a. lezingen, rollenspelen en een bezoek aan het Internationaal Strafhof.

Aan deze competitie namen negen teams deel. Vijf teams van Belgische universiteiten (Antwerpen, Gent, Leuven en 2 uit Brussel (Saint-Louis en de Vrije Universiteit Brussel)) en vier teams uit Nederland (Leiden, Maastricht, Utrecht en Amsterdam).

Paneldebat ‘Protecting Humanity’

Speciaal voor deze tiende editie werd een extra element toegevoegd aan de competitieweek. Op zaterdag mochten drie experten hun visie geven over ‘protecting humanity’ in een paneldebat. De experten werden gevraagd welke regel van het internationaal humanitair recht, volgens hen, het principe van menselijkheid (‘humanity’) het meest levendig weerspiegeld. Een vraag die ook door de studenten reeds was beantwoord tijdens de aanmeldingsprocedure van de competitie.

Ciaran Burke (Friedrich Schiller Universiteit, Jena en alumnus van de competitie) modereerde het debat en haalde aan dat de antwoorden van de studenten zeer uiteenlopend waren. Een tendens die we ook tijdens het debat opmerkten.

Yin en Yang

De experten kwamen zeer voorbereid aan de start van het debat. Zo had Vincent Bernard, (Internationale Rode Kruiscomité) de vraag voorgelegd aan zijn team waarbij onder andere het verbod op foltering, bescherming van de doden en de Martens-clausule werden besproken. Vincent Bernard besluit hieruit dat elke persoon vanuit bepaalde vooroordelen redeneert. ‘Oorlog’ wordt door sommigen als een donkere situatie bekeken waarbij alles is toegestaan en waarbij geweld moeilijk te stoppen is. Anderen zien geweld als een zeer gelimiteerde situatie waarbij menselijkheid domineert. Nog anderen vertrekken vanuit het idee dat de scheidingslijn tussen IHR en mensenrechten steeds meer en meer aan het vervagen is. Elke visie levert een ander antwoord op.

Voor Vincent Bernard zijn menselijkheid en militaire noodzaak als yin en yang. Beide elementen werken op elkaar in en krijgen hun betekenis juist door de andere. Internationaal humanitair recht bestaat ter bescherming van de vijand en erkent de menselijkheid van de tegenpartij. Militaire noodzaak fungeert hierbij als scharnier waarbij geweld noodzakelijk om de tegenpartij te verzwakken en de oorlog te winnen toegestaan is, maar waarbij elke andere vorm van geweld dit niet is. Vincent Bernard verwijst hiervoor naar een uitdrukking van de Chinese filosoof Lao Tzu “the good man wins a victory and then stops” (‘De goede man wint de overwinning en stopt dan’).

Welk soort geweld precies noodzakelijk is om de oorlog te winnen hangt af van de interpretatie van de feiten en bij de boordeling hiervan is het principe van menselijkheid noodzakelijk als maatstaf.

Menselijkheid als fundamenteel principe

Menselijkheid is niet voor niets een van de zeven fundamentele principes van de Rode Kruis en Rode Halve Maanbeweging. Bij het verspreiden van kennis over internationaal humanitair recht stelt Vincent Bernard dat het niet alleen belangrijk is om regels te hebben, maar ook handvaten om te zorgen voor de naleving ervan en bestraffing bij schendingen zijn noodzakelijk.

Politieke beslissingen hebben een invloed op de naleving, waarbij politieke beslissingen op hun beurt beïnvloedt worden door de publieke opinie. Het is dan ook zeer belangrijk om te weten hoe de bevolking denkt over ‘menselijkheid’. In 2016 werd de ‘People of War’-enquête uitgevoerd waarbij op te merken valt dat er een groeiende aanvaarding is voor het gebruik van foltering tijdens gewapende conflicten om informatie te bekomen van de tegenpartij. Wanneer een persoon echter niet meer deelneemt aan de vijandelijkheden moet je die persoon ook zien als een mens, en niet langer als de vijand. Daarom concludeert Vincent Bernard dat voor hem de regel over de bescherming van gewonden op het slagveld het principe van menselijkheid het meest levendig weerspiegeld

Individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid

Ook Pubudu Sachithanandan (Internationaal Strafhof) ervaart dat er verschillende perspectieven bestaan over de balans tussen menselijkheid en militaire noodzakelijkheid. Sommige militairen argumenteren dat sommige regels van het internationaal humanitair recht mooi zijn in theorie, maar niet werken op het terrein. Slachtoffers zijn op hun beurt verontwaardigd dat sommige gebeurtenissen strafbaar zijn en andere niet.

Het balanceren tussen beide begrippen komt altijd terug, niet alleen bij het ontwikkelen van regels, maar ook bij de naleving en tijdens bestraffingsprocessen. Pubudu verwijst naar de Bahr Idriss Abu Garda zaak (Prosecutor v. Bahr Idriss Abu Garda, Internationaal Strafhof) waarin de vraag gesteld werd of je eenzelfde standaard kan verwachten van gewapende rebellen als van een overheidsleger.

Pubudu benadrukt dat het belangrijk is om de balansoefening zoals gemaakt op het terrein, te hernemen tijdens strafrechtelijke beoordelingen. In zijn professionele werkzaamheden merkt hij hierbij de uitdaging op voor advocaten zonder militaire achtergrond om het bewijs op een dergelijke manier te interpreteren. Pubudu haalt de Gotovina et Al zaak aan als voorbeeld (Prosecutor v. Ante Gotovina et Al case, IT-06-09). In deze zaak moest het Joegoslavië tribunaal een oordeel vellen over de rechtmatigheid van enkele artillerie aanvallen. In eerste aanleg werd betoogd dat wanneer elementen van de artillerie binnen een radius van 200 meter van het militaire objectief terechtkomen dat de artillerie ook gericht was op dit militair objectief. Het zou dan niet gaan om een niet-onderscheidende aanval zoals verboden onder het internationaal humanitair recht. Deze redenering werd echter verworpen in de beroepsprocedure.

Gemeenschappelijke artikel 3

Chris De Cock (Belgische Ministerie van Defensie) begint zijn betoog met te stellen dat het internationaal humanitair recht in zijn geheel er op gericht is om te zorgen dat menselijkheid en militaire noodzakelijkheid met elkaar in balans blijven. Het zou dan ook onnatuurlijk zijn om slechts één regel te kiezen waarin het principe van menselijkheid het meest levendig in wordt weerspiegeld. Daarom kiest Chris De Cock voor Gemeenschappelijk artikel 3 bij de Verdragen van Genève van 1949.

Chris argumenteert vurig dat er een minimum standaard is waar elke mens recht op heeft. Deze realiteit ziet hij gereflecteerd in het Gemeenschappelijk artikel 3, dat zoals hij stelt ‘enkele elementaire beschouwingen van menselijkheid’ bevat. Deze minimumwaarden zijn van toepassing zowel in internationaal gewapende conflicten als in niet-internationaal gewapende conflicten. Elke soldaat moet zich bewust zijn van deze minimumwaarden en dat er gevolgen zijn wanneer hij/zij deze regels niet naleeft. Het is dan ook de voornaamste verplichting van de commandant om deze waarden te leren aan zijn soldaten. Dit is niet de verantwoordelijkheid van de advocaten. Voorkomen is de eerste stap en pas in tweede orde komt de bestraffing.

Is de humanitaire kaart te vaak gespeeld?

Vincent Bernard stelt dat bij de meeste gewapende conflicten het bestraffingsluik nog te beperkt aanwezig is. Er is dan ook een noodzaak voor meer menselijkheid. Waar staten vroeger zeer terughoudend waren om een bepaalde situatie van geweld te kwalificeren als een gewapend conflict waarop het IHR van toepassing is, is er een verschuiving merkbaar en is die terughoudendheid verdwenen. Het is belangrijk te benadrukken dat IHR enkel van toepassing is in situaties van gewapende conflicten en niet bedoeld is voor ordehandhaving bij situaties van interne onrust.

Chris De Cock bevestigt noch ontkent dat de humanitaire kaart al te vaak gespeeld is. Hij benadrukt nogmaals dat het IHR een balans is tussen menselijkheid en militaire noodzakelijkheid en dat dit een verdienste is van de staten. Er zijn tendensen merkbaar waarbij het onderscheid tussen IHR en mensenrechten vervaagt. Hij waarschuwt dat het om twee verschillende rechtstakken gaat en dat wanneer je die grens wilt wegwerken, je je ervan bewust moet zijn dat je dan de doos van Pandora zou kunnen openen. De regels van het IHR zoals we die vandaag kennen mogen dan niet perfect zijn, ze werken wel. Als voorbeeld haalt hij de problematiek van oproerbestrijdingsmiddelen aan zoals pepperspray. Deze mogen volgens de huidige regelgeving niet gebruikt worden tijdens gewapende conflicten. Dit is een voorbeeld van een discussie die volgens Chris De Cock gevoerd moet worden wanneer staten zouden besluiten dat de regels van IHR herschreven moeten worden.

Pubudu Sachithanandan vult aan dat het IHR wel door de staten gemaakt is, maar dat de interpretatie ervan niet altijd door de staten gebeurt. Pubudu heeft de indruk dat bij het toepassen van het IHR en de mensenrechten er soms vanuit wordt gegaan dat het een menu is waar je naar vrijheid uit kan kiezen. De tribunalen zijn er om dit speelveld in te perken en erop toe te zien dat de juiste regels op de juiste situatie worden toegepast.

De panelleden zijn het erover eens dat goede advocaten die het recht bediscussiëren in de rechtbank noodzakelijk zijn. De Frits Kalshoven Competitie was voor de negen teams alvast een goede oefening hierin!

Meer artikels van deze expert

      De websites van Rode Kruis-Vlaanderen maken gebruik van cookies om jouw bezoek zo vlot mogelijk te laten verlopen. We installeren daarvoor technische cookies die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van deze websites en analytische cookies om het algemeen gebruik van de websites te meten. Door verder te surfen op onze websites ga je akkoord met ons cookiebeleid.