;

Voor bewoners en zorgverleners zijn we als crisisvrijwilliger toch wel een lichtpuntje in deze zware periode

Wannes (21) – in het dagelijkse leven vliegtuigtechnieker en Chiroleider – zette zich half maart voor het eerst in als crisisvrijwilliger in een woonzorgcentrum. Omdat zijn job op een laag pitje kwam te staan tijdens de eerste coronapiek, ging hij op zoek naar een nieuwe uitdaging. Al snel kwam hij op onze website terecht waar hij onze oproep naar crisisvrijwilligers zag staan. Hij registreerde zich en een aantal dagen later nam hij al logistieke taken over van het zorgpersoneel in het woonzorgcentrum.

Een verademing voor iedereen

“Tijdens die eerste piek in maart en april sprong ik eerst bij in verschillende woonzorgcentra, maar na een tijdje ging ik steeds helpen in hetzelfde centrum. Ik had er een goeie klik met het personeel, de bewoners leerden mij kennen … dat gaf mij meteen een goed gevoel. Het is nu in datzelfde centrum dat ik sinds half oktober opnieuw ga helpen.

Net zoals bij mijn eerste inzet als crisisvrijwilliger deel ik mee eten en drinken uit aan de bewoners die allemaal op hun eigen kamer moeten blijven. Ik help nadien mee opruimen en tussendoor doe ik een babbeltje met hen. Dat is niet alleen voor de bewoners een verademing maar ook voor het personeel dat het ontzettend druk heeft.”

Extra veiligheidsmaatregelen

Voor Wannes is er één groot verschil tussen de eerste en tweede piek van de coronacrisis: “In het woonzorgcentrum waar ik help waren er in het begin geen coronabesmettingen. Er was wel een gesloten afdeling waar COVID-19 patiënten uit andere woonzorgcentra opgevangen werden nadat ze genezen waren. Ze bleven daar nog 14 dagen in afzondering zodat alle gevaar zeker geweken was. Ondertussen is het centrum wel rechtstreeks getroffen en dat zorgt toch wel voor een heel ander gevoel. De veiligheidsmaatregelen zijn dan ook verder aangescherpt: ik mag nu geen enkele kamer binnen zonder het nodige beschermingsmateriaal. Naast een mondmasker en handschoenen, draag ik nu ook een face shield en een schort en ook het babbeltje met de bewoners gebeurt nu vanop een grotere afstand.”

Voor bewoners is die tweede piek dan ook zwaar om te dragen. Zij moeten het opnieuw met minder (of zelfs zonder) bezoek stellen, activiteiten worden ingeperkt: “Nu weten ze ook perfect wat hen te wachten staat en welke zware periode ze tegemoet gaan. En uiteraard snakken de zorgverleners naar een rustigere periode. Toch heeft dit alles ook een positieve kant: iedereen is zó dankbaar dat er crisisvrijwilligers zijn. Ik ga echt iedere keer met een heel goed gevoel naar huis omdat ik merk en voel dat mijn inzet het verschil maakt voor veel mensen.”

Zelf crisisvrijwilliger worden? Registreer je hier.

Die (h)erkenning, daar doe ik het voor

“Op het eerste zicht lijkt het misschien niet logisch dat ik als vliegtuigtechnieker ga helpen in een woonzorgcentrum, maar wie mij beter kent, weet dat dit in mijn aard ligt. Het is tof om te zien hoe de bewoners mij nog herkennen van toen ik tijdens de eerste coronapiek kwam helpen. Je bouwt echt wel een band op met iedereen na zo’n periode. Voor bewoners en zorgverleners zijn we als crisisvrijwilliger toch wel een lichtpuntje in deze zware periode. Onze inzet wordt echt geapprecieerd. De dank u wel en de glimlach die we ervoor terugkrijgen, zijn voor mij het belangrijkste. Het zijn de kleine momenten die me zullen bijblijven.

Het is pas nu, door me zelf in te zetten als crisisvrijwilliger, dat ik het belang van een organisatie als het Rode Kruis inzie. Het helpen in deze moeilijke tijden werkt echt verruimend, het is een unieke ervaring. Ik ben dan ook blij dat ik die stap gezet heb!”