Updates

Het conflict in Syrië duurt ondertussen al 10 jaar. Het conflict teistert het land nog steeds en zorgt al jaren voor een verwoestende humanitaire crisis. Honderdduizenden mensen zijn omgekomen, 13 miljoen mensen rekenen op hulp om te overleven en 60% van de Syrische bevolking heeft geen toegang tot voldoende en veilig voedsel. De collega's van de Syrische Rode Halve Maan staan al 10 jaar aan de frontlinie om humanitaire hulp te bieden, vaak met gevaar van eigen leven.

Live nieuws updates

Een trieste verjaardag: 10 jaar conflict in Syrië

Een decennium van geweld laat diepe sporen na in Syrië. Tien jaar na de start van het conflict ligt het land in puin en wordt de bevolking geconfronteerd met een veelheid aan humanitaire crises: ze leven tussen aanhoudend geweld, met daar bovenop een economische crisis en de COVID-19-pandemie. Bovendien is de infrastructuur in het hele land verwoest en zijn mensen niet in staat om in hun basisnoden te voorzien vanwege een ernstig tekort aan onder meer voedsel, water, brandstof en medicijnen. 

Humanitair dieptepunt

Op een inwoneraantal van ongeveer 18 miljoen mensen hebben vandaag 13,4 miljoen Syriërs – bijna drie kwart van de bevolking - nood aan humanitaire hulp. “Dat is twintig procent meer dan twaalf maanden geleden. Syrië is momenteel de grootste en meest complexe operatie van het Internationale Rode Kruiscomité in de wereld,” aldus Peter Maurer, voorzitter van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC).

De prijs van levensmiddelen is in het afgelopen jaar meer dan verdubbeld en een voedselcrisis lijkt onvermijdelijk. Ongeveer 12,4 miljoen mensen kan niet genoeg voedzaam eten kopen. Naar schatting leeft meer dan 90 procent van de bevolking onder de armoedegrens en meer dan de helft bevindt zich in extreme armoede. Zo’n 5,6 miljoen Syriërs hebben hun toevlucht gezocht in buurlanden. Meer dan 6 miljoen personen zijn intern ontheemd, velen onder hen moesten meermaals vluchten. 

Bovenop de al immense humanitaire behoeften in Syrië, dreigt het gevaar van de COVID-19-pandemie, zo stelt Francesco Rocca, voorzitter van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen (IFRC): “Voor de meeste Syriërs is zich zorgen maken over het virus een luxe die ze zich niet kunnen veroorloven. Ze hebben niet de middelen om zichzelf te beschermen. Ze kunnen zich niet thuis afzonderen, anders zou er geen eten op tafel komen. En zelfs als ze besmet raken door het virus, is het gezondheidssysteem zo zwaar gehavend dat de toegang tot medische behandeling en zorg beperkt is.”

Inzet van het Rode Halve Maan en Rode Kruis

Sinds de begindagen van het conflict staat de Syrische Rode Halve Maan aan de frontlinie van de humanitaire respons. Met steun van de gehele Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging levert de nationale vereniging meer dan 60% van de humanitaire hulp in heel Syrië. De vrijwilligers riskeren daarbij hun eigen leven en gezondheid: al 73 hulpverleners kwamen om tijdens hun werk in Syrië, terwijl ze zich inzetten om anderen te helpen.

Internationaal humanitair recht

Het Rode Kruis roept op tot respect voor het internationaal humanitair recht (IHR): “We vragen dat alle partijen bij het conflict het internationaal humanitair recht respecteren en ervoor zorgen dat de rechtsregels in hun operaties wordt nageleefd,” verklaart Peter Maurer (ICRC).

  • Indien de conflictpartijen niet zelf voor deze basisbehoeften (voedsel, kledij, medicijnen, …) van de bevolking kunnen instaan, moeten ze het mogelijk maken voor onpartijdige humanitaire organisaties, zoals het Rode Kruis, om hulp te bieden.
  • Burgers en burgerobjecten zijn beschermd onder het internationaal humanitair recht, ze mogen niet het voorwerp van de aanval zijn. Niet onderscheidende aanvallen zijn verboden.
  • Burgers genieten daarnaast ook bescherming tegen de gevolgen van de vijandelijkheden, evenals tegen willekeur en onmenselijke behandeling wanneer ze onder de controle van de tegenpartij vallen, zoals bij gevangenneming. Daarnaast beschermt het IHR de burgerbevolking tegen foltering en collectieve straffen, uithongering als oorlogsmethode en de vernietiging van voor haar overleving onmisbare goederen.
  • Ze hebben ook het recht om te weten wat er met hun geliefden is gebeurd. 

Humanitaire toegang, de bescherming van de burgerbevolking en de menselijke behandeling van gevangenen vallen niet onder de categorie ‘nice to have’, maar vormen zowel een morele als juridische verplichting.

Peter Maurer

Voorzitter Internationale Rode Kruiscomité (ICRC)

Toekomstperspectief?

Tien jaar sinds de start van de Syrische crisis zijn de humanitaire behoeften buitengewoon. Meer dan ooit heeft de Syrische bevolking nood aan internationale solidariteit en steun. Helaas lijkt vandaag de internationale aandacht voor het conflict te verminderen, ondanks het feit dat de humanitaire situatie verslechtert. 

Het conflict mag nochtans niet in de vergetelheid geraken. “De bevolking van Syrië kan niet nog een jaar zo doorstaan, laat staan ​​nog eens tien. De internationale gemeenschap mag zich niet afwenden van Syrië. De bevolking heeft nood aan een politieke oplossing, financiële steun en een toekomst voor iedereen die zoveel verloren heeft,” aldus Maurer.

Syrië: conflict bereikt piek in burgerslachtoffers

Nieuwe aanvallen op burgers lieten het conflict in Syrië afgelopen maand opnieuw opflakkeren. Bij het geweld kwamen tientallen mensen om het leven en sloegen meer dan 150.000 anderen op de vlucht. In Aleppo is de intensiteit van het conflict hierdoor te vergelijken met de bijzonder zware situatie in 2016.

De afgelopen dagen is er constant sprake van artillerievuur en bombardementen in Aleppo. Het geweld houdt ondertussen al maanden aan maar kent nu een nieuwe opflakkering. Het aantal burgerslachtoffers zal de komende dagen en weken alleen maar toenemen indien er geen voorzorgsmaatregelen genomen worden. De inwoners van de stad zullen bovendien zwaar getraumatiseerd achterblijven.

Lorenzo Redalié

ICRC - Aleppo

Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) roept alle betrokken partijen opnieuw op om burgers en burgelijke infrastructuur te vrijwaren tijdens het conflict. Ook hulpverleners, ambulances en ziekenhuizen mogen niet aangevallen worden volgens het internationaal humanitair recht (IHR). Het negeren van deze regels heeft desastreuze gevolgen voor de bevolking. Gevolgen die bovendien jarenlang kunnen aanslepen. 

Samen met de Arabische Rode Halve Maan (SARC) staat het ICRC paraat om de humanitaire hulp op te schalen van zodra mogelijk om zoveel mogelijk mensen die getroffen worden door het conflict te helpen.

"We hoorden een explosie naast ons huis. We sloegen op de vlucht en stapten 2 dagen lang."

"We hadden net gedaan met eten toen we een luide explosie hoorden net naast ons huis. Onze kindjes begonnen meteen te wenen. Mijn man en ik namen hen op, verlieten ons huis en begonnen te lopen. We stapten urenlang - 2 dagen in totaal - om Hassakeh te bereiken. Nu verblijven we in een school die omgebouwd is tot opvangcentrum. We voelen ons er een beetje veiliger, maar hebben er geen voedsel of water."

Um Ali (38)

Slachtoffer in Syrië

Het Internationale Rode Kruis (ICRC) en de Syrische Rode Halve Maan (SARC) bieden momenteel steun aan 515 families of 2.500 mensen in verschillende scholen in Hassakeh. Ze delen er voedsel, dekens, matrassen en waterflesjes uit. 

Het waterstation dat dit gebied bevoorraadt werd beschadigd door de gevechten waardoor het ICRC en de SARC nu ook vrezen voor een tekort aan veilig en proper water in de stad Hassakeh waar zo'n 400.000 mensen verblijven. Het noordoosten van Syrië is zo goed als volledig afhankelijk van de waterbronnen in het noorden van de regio. Aangezien deze bronnen vlak naast de frontlinie liggen, is het noodzakelijk om deze zo goed mogelijk te beschermen.

De teams van het ICRC en SARC zijn dan ook op zoek naar alternatieve mogelijkheden om iedereen toch van veilig water te voorzien. Zo voorzien ze boorgaten van de nodige uitrusting om drinkwater te leveren in geval van nood, proberen ze trucks met water naar Hassakeh te laten rijden zodat het ziekenhuis, de twee bakkerijen en de gevluchte burgers toch water ter beschikking hebben.

Help de slachtoffers in Syrië

Syrië: watervoorziening veilig stellen is prioriteit

We zien nu al de verwoestende gevolgen op burgers nu het geweld in het noordoosten van Syrië toeneemt. Tienduizenden mensen sloegen sinds afgelopen vrijdag op de vlucht. De situatie verandert niet alleen razendsnel in het conflictgebied, het conflict verergert ook dag na dag. 

Het aantal mensen dat vlucht, blijft toenemen en zij zijn op zoek naar onderdak en humanitaire hulp. Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) ondersteunt momenteel honderden families in Hassakeh waar dagelijks nieuwe mensen toestromen in de tijdelijke noodopvangcentra die nu al uit hun voegen barsten.

Watervoorziening is nu prioritair

Het waterstation dat dit gebied bevoorraadt werd beschadigd door de gevechten waardoor het ICRC en de Syrische Rode Halve Maan nu ook vrezen voor een tekort aan veilig en proper water in de stad Hassakeh waar zo'n 400.000 mensen verblijven. Het noordoosten van Syrië is zo goed als volledig afhankelijk van de waterbronnen in het noorden van de regio. Aangezien deze bronnen vlak naast de frontlinie liggen, is het noodzakelijk om deze zo goed mogelijk te beschermen.

Ziekenhuizen onder druk

Verschillende ziekenhuizen in het noordoosten van Syrië hebben moeite om het hoofd boven water te houden. De instroom aan patiënten die kampen met chronische ziekten is immens en verschillende instellingen sloten noodgedwongen de deuren omdat de veiligheid van de medewerkers niet langer gegarandeerd kon worden. Lokale autoriteiten melden zelfs dat er nog amper 1 ziekenhuis (Tal Tahmir) up and running is in een gebied waar voor de opflakkering van het conflict al meer dan 100.000 burgers verbleven. 

Belang van het internationaal humanitair recht

Overal in Syrië is de nood aan humanitaire hulp immens, de situatie in het noordoosten van het land was al bijzonder complex. Hulpverleners moeten volgens het internationaal humanitair recht (IHR) de nodige ruimte blijven krijgen om hun levensreddende werk verder te zetten zonder hun eigen leven in gevaar te brengen.

Bij het uitvoeren van militaire operaties moet er een voortdurende zorg van de partijen bij het conflict zijn om de burgerbevolking en burgerlijke infrastructuur te sparen, door alle mogelijke voorzorgsmaatregelen te nemen.

Enkele cijfers

  • Verschillende scholen werden omgebouwd tot opvangplaatsen voor families op de vlucht. Het Internationale Rode Kruiscomité en de Syrische Rode Halve Maan delen er voedsel, dekens, matrassen en water uit. In totaal gaat het om humanitaire hulp voor zo'n 515 families - of 2.500 mensen - tot nu toe.

  • In het noordoosten van Syrië (Hassakeh, Raqqa en Deir Ezzor provincies) vinden meer dan 100.000 mensen op de vlucht onderdak in opvangkampen. In het Al Hol kamp alleen leven al meer dan 68.000 mensen. Twee derden van hen zijn kinderen.

  • Het conflict in SyrIë duurt ondertussen al langer dan 8 jaar. 11,7 miljoen mensen hebben nood aan humanitaire hulp. 2,1 miljoen kinderen kunnen door het conflict niet naar school, een zware hypotheek op de toekomst van het land.

Help de slachtoffers in Syrië

Syrië - faciliteren van humanitaire hulp in het noordoosten is levensnoodzakelijk

Het conflict in Syrië duurt ondertussen al 8 jaar. Bijna 12 miljoen mensen hebben nood aan humanitaire hulp, maar het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) is zeer bezorgd over de mogelijke opflakkering van het conflict in het noordoosten van het land. Het ICRC vreest voor de nu al zwaar getroffen bevolking.

Vandaag zien honderduizenden mensen - of ze nu in tijdelijke opvangkampen, gevangenissen of in hun eigen dorpen wonen - opnieuw een opflakkering van het conflict aankomen. De nood aan humanitaire hulp in Syrië is immens en het Internationale Rode Kruis probeert hen zoveel mogelijk te helpen in een nu al een ongelooflijk complexe omgeving. Maar die ruimte om hulp te bieden moet gewaarborgd worden en blijven.

Fabrizio Carboni

Internationale Rode Kruiscomité

In het noordoosten van Syrië (Raqqa, Hassakeh en Deir Ezzor provincies) worden momenteel meer dan 100.000 mensen opgevangen in kampen. Alleen al in het Al Hol-kamp, waar het ICRC een veldhospitaal runt, verblijven meer dan 68.000 mensen. Twee derden van hen zijn kinderen. 

Jaren van intensieve gevechten maakten de meest essentiële voorzieningen in Syrië extreem kwetsbaar. De helft van de ziekenhuizen in Syrië werkt niet of draait maar op een fractie van haar capaciteit. 2 miljoen kinderen kunnen door het conflict niet naar school en dat werpt een donkere schaduw op de verdere toekomst van het land. 1 op 2 Syriërs sloeg trouwens op de vlucht doorheen de jaren van het conflict. 

Gezien deze nieuwste escalatie in Syrië is het van belang dat alle partijen bij het conflict de regels van het internationaal humanitair recht herinneren en respecteren. Deze regels houden in dat de partijen bij het conflict ten allen tijde het onderscheid moeten maken tussen burgers en strijders, en dat aanvallen alleen gericht mogen worden op strijders. Bij het uitvoeren van militaire operaties moet er een voortdurende zorg zijn om de burgerbevolking en burgerlijke objecten te sparen. Alle mogelijke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om het incidenteel verlies van burgers, letsel aan burgers en schade aan burgerobjecten te vermijden of op minst te beperken. Daarnaast moeten de partijen snelle en ongehinderde doorgang van humanitaire hulp voor burgers in nood toelaten en faciliteren.

Help de slachtoffers in Syrië

Idlib (Syrië) - Als toestand verslechtert, zal wanhoop omslaan naar grotere ellende

Het geweld in Idlib, Syrië, lijkt een nieuw hoogtepunt te bereiken. Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) vreest dan ook dat de wanhoop die nu al leeft bij miljoenen burgers zal omslaan in nog grotere ellende en de humanitaire crisis opnieuw zal opflakkeren.

Momenteel leven er 2,5 miljoen mensen in de omgeving van Idlib. Voor de oorlog woonden er maar 1,5 miljoen mensen. Van die 2,5 miljoen inwoners is minstens de helft al één keer of meerdere keren moeten vluchten. Veel mensen leven er dus in geïmproviseerde kampen, waar de toegang tot basisvoorzieningen ontoereikend is. De levensomstandigheden zijn er erg moeilijk. (Laura De Grève, internationaal humanitair recht Rode Kruis-Vlaanderen)

Het geweld kostte afgelopen jaren niet alleen het leven aan veel burgers en hulpverleners, het bracht ook zware schade toe aan de ziekenhuizen in de omgeving. Indien de situatie opnieuw escaleert zullen zij het dus extra zwaar hebben om de instroom aan slachtoffers op te vangen. Het ICRC roept alle betrokken partijen dan ook op om het internationaal humanitair recht niet te schenden en burgers en levensnoodzakelijke infrastructuur zoals ziekenhuizen, watersystemen, ... te sparen. Verder vraagt het Rode Kruis ook toegang tot het conflictgebied om humanitaire hulp te bieden.

Momenteel hebben we geen toegang maar we staan klaar als die toestemming toch wordt verleend door de strijdende partijen. De Syrische Rode Halve Maan, onze zusterorganisatie, is nog wel actief in het gebied maar ook hun middelen zijn ontoereikend. (Laura De Grève, internationaal humanitair recht Rode Kruis-Vlaanderen)

De impact van het geweld in cijfers

  • Van de 28 ziekenhuizen in de buurt zijn er 8 volledig buiten gebruik omwille van eerder geweld. De schade aan één ziekenhuis - Kafr Nobol - berooft zo'n half miljoen mensen van levensnoodzakelijke medische hulp.
  • Naar schatting hebben afgelopen 8 maanden 600.000 tot 800.000 mensen hun huis noodgedwongen moeten achterlaten.
  • 60% van alle watervoorzieningen in Idlib werken niet meer of moet het doen met een beperkte capaciteit.
  • Generatoren zijn de enige bron van elektriciteit in de regio. De beperkte voorraad aan brandstof maakt het moeilijk voor ziekenhuizen en waterpompen om naar behoren te functioneren.

Humanitaire hulp in Oost-Ghouta in cijfers

Momenteel zijn er meer dan 50.000 mensen gevlucht uit Oost-Ghouta, maar de komende dagen worden er nog duizenden vluchtelingen verwacht in de opvangkampen opgericht in de buitenwijken van Damascus.

De humanitaire cijfers

  • De Syrische Rode Halve Maan (SARC) heeft momenteel een duizendtal vrijwilligers die non-stop helpen. Een team van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) brengt dagelijks bezoek aan de verschillende opvangkampen en speelt in op de meest kritische noden van de gezinnen.
  • Iedere dag wordt er voor brood gezorgd voor 25.000 mensen en produceren 4 mobiele keukens 21.500 maaltijden per dag.
  • Naast het leveren van conserveblikken voor 45.000 mensen zorgt het ICRC ook voor hygiënekits (30.000 mensen), matrassen (13.000 mensen), dekens voor zo'n 30.000 mensen en 84.000 luiers.
  • Het ICRC ondersteunt de eerstehulpposten van de SARC waar 25 ambulances en 100 hulpverleners ingezet worden voor noodhulp.
  • Er werd ook een medische hulppost opgezet in het opvangkamp in Dweir met specifieke aandacht voor zwangere en pasbevallen vrouwen en kinderen.
  • Ondertussen werken ingenieurs en vrijwilligers van het ICRC en de SARC volop aan het verbeteren en verruimen van de capaciteit in de opvangcentra, worden waternetwerken hersteld en toiletten gebouwd. Van levensbelang als je weet dat 70% van de gezondheidsproblemen gelinkt is aan diarree. 

SARC biedt hulp aan 50.000 gevluchte mensen uit Oost-Ghouta

Na een week non-stop noodhulp bieden blijft de Syrische Rode Halve Maan (SARC) verder inzetten op het helpen van de burgers die Oost-Ghouta ontvluchtten. De 54.268 gevluchte mensen zoeken onderdak en hulp in tijdelijke opvangkampen in Ad-Dwair, Hirjeleh, Adra, Nashabeih en Maahad Al-Kahraba.

SARC helpt helpen

  • Distributie van 15.000 kant-en-klare maaltijden, conserven en andere voedingsproducten zoals energierepen en boter.
  • Distributie van matrassen, deken, hygiënekits, luiers, keukenkits, zeep en flessen voor water.
  • Distributie van water aan de mensen in de humanitaire passages en bussen terwijl ze wachten om naar één van de opvangkampen gebracht te worden.
  • Ondersteunen van deze opvangkampen door dagelijks mobiele watertanks te leveren.
  • Op amper 24 uur tijd werd een medische hulppost met 15 bedden opgericht in het opvangkamp in Ad-Dwair.
  • 10 mobiele ziekenhuizen en 6 mobiele teams zorgen dagelijks voor medische check ups, medicijnen, vaccinaties, ... aan de mensen in de opvangcentra.
  • 20 ambulances rijden dagelijks over en weer tussen de humanitaire doorgang en de opvangcentra zodat de meest kritieke patiënten meteen naar het ziekenhuis kunnen.
  • Er zijn ook 4 teams ter plekke om psychosociale hulp te bieden.
  • En dat dankzij de meer dan 1.000 vrijwilligers en medewerkers van SARC.

Conflict in Syrië gaat 8e jaar in

Vandaag, op 15 maart en precies 8 jaar na de start van het conflict in Syrië, kan opnieuw hulp geleverd worden in Douma, Syrië. 25 vrachtwagens van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC), de Syrische Rode Halve maan (SARC) en de Verenigde Naties leveren 5.220 voedselpakketten en 5.220 zakken graan. Het hulpkonvooi ondersteunt op die manier 26.100 mensen in het gebied.

"De afgelopen zeven jaar eiste het conflict een immense menselijke tol. We moeten echt een manier vinden om het lijden van al deze mensen te verminderen. Er zijn drie cruciale punten die verbeterd moeten worden: toegang tot het conflictgebied voor humanitaire hulp, de bescherming van burgers en een menswaardige behandeling van gevangenen. Maar hoe lang gaan de betrokken partijen de gevechten nog toestaan? Een oorlog uit wraak is per definitie een oorlog zonder einde. En het is een oorlog waarin iedereen verliest." Peter Maurer - voorzitter ICRC 

Hulpteams vastbesloten om zo snel mogelijk terug te keren naar Oost-Ghouta

Gisteren slaagden het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC), de Syrische Rode Halve Maan (SARC) en de Verenigde Naties erin om eindelijk toegang te krijgen tot Oost-Ghouta in Syrië. Met een konvooi van 46 vrachtwagens kon er voor het eerst sinds 12 november vorig jaar hulp geleverd worden aan tienduizenden mensen.

"Het konvooi is een eerste stap in de goede richting en de medische hulp zal sommige burgers alvast kunnen helpen. Maar 1 konvooi, hoe groot ook, zal nooit genoeg zijn om de vreselijke omstandigheden waarin burgers leven op te vangen. Het is echt nodig om op regelmatige basis humanitaire hulp toe te laten", zegt Robert Mardini van het ICRC. 

Het hulpkonvooi verliet het gebied trouwens vroegtijdig omdat het te gevaarlijk werd voor de teamleden: "Het team is veilig, maar gezien de veiligheidssituatie is er besloten om voorlopig terug te keren. Er is zoveel mogelijk hulpmateriaal uitgeladen, maar niet alle materiaal kon dus al geleverd worden", zegt Iolanda Jaquemet van het ICRC.

Nu de hulpteams de situatie in Oost-Ghouta met eigen ogen zagen, zijn ze vastbesloten om zo snel mogelijk terug te keren met meer hulp en steun. Daarom blijft het ICRC de strijdende partijen oproepen om veilige toegang voor meer humanitaire hulp te waarborgen.

Eindelijke hulp voor Oost-Ghouta

De Syrische Rode Halve Maan (SARC), het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) en de Verenigde Naties (VN) zijn erin geslaagd om toegang te krijgen tot Oost-Ghouta in Syrië. 46 vrachtwagens brachten voedsel voor 27.500 mensen én nog eens medische hulpmiddelen voor zo'n 70.000 mensen in Douma. Het hulpkonvooi bevatte met andere woorden niet alleen voedselpakketten maar ook bloem, medicijnen, babymelk en een mobiele hulppost om nierpatiënten te behandelen.

Dit mobiele ziekenhuis moet de nodige ondersteuning bieden voor de nog werkende medische faciliteiten in Douma en moet snel de nodige medische hulp bieden aan kinderen en kwetsbare mensen.

Het is het eerste hulpkonvooi dat toegelaten wordt sinsds 14 februari.

 

Hulp voor 50.000 mensen in Afrin

Donderdag 1 maart slaagden het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) en de Syrische Rode Halve Maan (SARC) erin om hulpgoederen te leveren voor zo'n 50.000 mensen in Afrin. Het is de eerste hulp die de burgers er krijgens sinds begin december vorig jaar.

Het konvooi bestond uit 29 vrachtwagens die volgeladen waren met (vaak levensnoodzakelijk) materiaal:

  • 7.450 voedselpakketten
  • 1.700 hygiënekits
  • 2.500 matrassen
  • 20.000 dekens
  • 2.080 stuks winterkledij

De huidige situatie in Afrin en andere gebieden in Syrië is verontrustend. In de buurt zijn nog maar 4 ziekenhuizen operationeel. Dokters en verpleegkundigen worden overspoeld en kunnen de toestroom aan gewonden niet langer aan. Heel wat medische instellingen werden vernietigd of beschadigd door het conflict en ook hulpverleners en medici raakten gewond door de aanhoudende gevechten.

Ondertussen blijft het ICRC verder aandringen bij de strijdende partijen om ook toegang te krijgen tot Oost-Ghouta, een ander gebied in Syrië waar humanitaire hulp NU nodig is.

Wat de mensen het meeste nodig hebben, is medische hulp en medicijnen

"In deze kritieke situatie is elk initiatief dat burgers enige rust gunt van deze meedogenloze vijandigheden meer dan positief. Het Internationale Rode Kruiscomité en de Syrische Rode Halve Maan zijn klaar om het gebied te betreden en levensnoodzakelijke hulp te bieden aan mensen die getroffen worden door het conflict."

Robert Mardini, regionaal directeur van het ICRC in het Midden-Oosten, is duidelijk als het over de situatie in Oost-Ghouta (Syrië) gaat. 

"Het is immens belangrijk om te weten dat mensen momenteel het meeste nood hebben aan medische hulp en medicijnen. Heel wat zieken of gewonden in Oost-Ghouta zouden geholpen kunnen worden, moest er geregeld een nieuwe voorraad medicijnen geleverd worden in het gebied."

Over de humanitaire corridors, die burgers de mogelijkheid moeten geven het gebied veilig te verlaten, vertelt Mardini het volgende: "Het ICRC maakt geen deel uit van dit initiatief, maar dit moet goed voorbereid worden. Mét de goedkeuring van alle strijdende partijen. Dat is de enige manier waarop mensen veilig kunnen vertrekken indien ze dat wensen. De nodige maatregelen moeten getroffen worden om hen te begeleiden en nadien te voorzien van onderdak. Burgers die toch in Oost-Ghouta willen blijven, moeten beschermd worden van mogelijke aanvallen. Het is dan ook noodzakelijk dat humanitaire hulpgoederen op ieder moment geleverd kunnen worden. Het tijdelijk staakt-het-vuren van vijf uur per dag is wat ons betreft niet voldoende om een humanitair hulpkonvooi klaar te hebben. Onze ervaring leert ons dat het in Syrië vaak al 24 uur duurt om voorbij de verschillende checkpoints te geraken, ondanks de eerder gemaakte afspraken tussen de verschillende partijnen. En dan moet het uitladen van de goederen nog volgen. Dit zorgt ervoor dat ook het leven van onze hulpverleners op het spel komt te staan."

Oost-Ghouta kreunt onder aanhoudende conflict in Syrië

Afgelopen dagen vielen opnieuw honderden doden in Syrië, meer bepaald in Oost-Ghouta. Het gebied wordt al sinds 2013 belegerd, maar de escalatie van geweld is momenteel immens.

"Het geweld zal de komende dagen en weken waarschijnlijk nog toenemen. Onze teams moeten echt toegang krijgen tot Oost-Ghouta om gewonden te helpen," zegt Marianne Gasser (ICRC Syrië)

  • Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) roept de strijdende partijen op om toegang te verlenen tot Oost-Ghouta om humanitaire hulp ter plekke te krijgen.

  • De militaire operaties gaan onverminderd voort waardoor de situatie ondraaglijk wordt voor de inwoners van de betrokken gebieden. Het ICRC verwacht bovendien dat de situatie nog zal verergeren de komende dagen.

  • In bepaalde delen van Oost-Ghouta kunnen inwoners niet meer schuilen voor het geweld. Gezinnen blijven doodsbang achter door de steeds toenemende intensiteit van de beschietingen.

  • Medische diensten en reddingsdiensten zijn zwaar overbelast. Het ICRC ontving reeds verschillende berichten over (lucht)aanvallen op medische faciliteiten. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om medische hulp te verlenen.

  • Tientallen mortieraanvallen kostten nu al het leven aan verschillende mensen in de residentiële wijken van Damascus. De aanvallen zorgen voor een overweldigend gevoel van angst en onveiligheid in de buurt waardoor ouders hun kinderen niet langer naar school sturen. Burgers kunnen en mogen nooit een doelwit vormen!

  • Steeds meer mensen keren zich tegen elkaar door het toenemende geweld. Enig gevoel van eenheid en verdraagzaamheid is dan ook ver te zoeken. En er is geen enkele mogelijkheid om het haatgevoel dat momenteel heerst tegen te houden.

  • Het ICRC roept de betrokken partijen op om medische hulp toe te laten in het getroffen gebied. Niet morgen, maar NU. 

"Wat momenteel gebeurt in Oost-Ghouta is waanzin én moet stoppen. Mensen raken gewond, krijgen geen gepaste medische behandeling en sterven. Het gevoel van lijden is immens."

Het ICRC slaagde er in november vorig jaar voor het laatst in om humanitaire hulp te leveren in Oost-Ghouta.

 

 

Medische evacuatie jonge patiëntjes uit Syrisch oorlogsgebied

Vrijwilligers van de Rode Halve Maan hebben afgelopen nacht (26 december) voor het eerst in lange tijd toegang gekregen tot Oost Ghouta. Op vraag van alle strijdende partijen evacueerden ze zwaar zieken en gewonden, waaronder talrijke kinderen. In totaal werden 500 mensen in veiligheid gebracht.

In de afgesloten regio wonen nog 400.000 mensen waarvan 12% zwaar ondervoede kinderen en kinderen met onbehandelde en levensbedreigende kankers. Alle patiëntjes werden overgebracht naar ziekenhuizen in de hoofdstad Damascus.

Naast de evacuatie kregen verschillende gezinnen 'cash transfers'. Met deze financiële steun zijn ze in staat medicijnen te kopen.

“De Rode Halve Maan en Internationale federatie konden deze evacuatie uitvoeren door een overeenkomst tussen alle strijdende partijen. Op hun vraag hebben we de onze neutrale rol als humanitaire intermediaire opgenomen”. Vertelt Anastasia van het ICRC “ Het is de eerste keer sinds 12 november dat we toegang kregen tot dit gebied. Meer details kunnen we nog niet geven omdat de situatie erg kwetsbaar is en we de veiligheid van de mensen ter plaatse niet in gevaar willen brengen”.

Gevechten in Syrië blijven toenemen

Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) is gealarmeerd door de steeds toenemende gevechten in Oost-Ghouta (Damascus) die een zware tol eisen op het dagelijkse leven in de buurt. Tientallen burgers werden gedood of raakten gewond sinds de gevechten opnieuw heviger werden op 14 november. 

"De humanitaire situatie in Oost-Ghouta bereikte haar kritieke punt. Zoals zo vaak in Syrië de afgelopen 6 jaar zitten mensen opnieuw gevangen in een situatie waarin (over)leven zo goed als onmogelijk wordt en waar de goederen en hulp zwaar gelimiteerd zijn." Robert Mardini - ICRC 

Medische hulpverleners ter plekke spreken van honderden gewonden en zieken die geen gepaste, vaak levensnoodzakelijke, medische hulp meer krijgen. Het koude weer dreigt de situatie nog erger te maken. Er is zo goed als geen brandstof meer beschikbaar waardoor mensen zonder enige vorm van verwarming vallen. 

"Mensen die leiden aan chronische ziekten of mensen die zware verwondingen hebben, vinden nog maar moeilijk de juiste hulp. Zij mogen niet gebruikt worden als pionnen in de onderhandelingen tussen de verschillende betrokken partijen. Sommige families kunnen amper één maaltijd per dag betalen. Bijzonder zwaar voor mensen met kinderen! Dit betekent dat steeds meer mensen terugvallen op hulp van humanitaire organisaties. Geen enkele militaire of politieke winst kan dit leed goedpraten. Niet in Oost-Ghouta, niet in de rest van Syrië."

Nog duizenden lichamen onder puin in Mosul  

Na de bevrijding van de Noord-Iraakse stad Mosul meet het Internationale Rode Kruis (ICRC) er de schade op. De ravage van de aanhoudende stadsoorlog is enorm. Bijna alle gebouwen zijn er volledig verwoest.

Hoewel er geen officieel vermistenaantal is, is het nu al duidelijk dat er nog duizenden mensen onder het puin liggen. Het ICRC ondersteunt de reddingswerken en biedt lijkzakken aan om de lichamen respectvol te bergen.

Daarnaast het zet ICRC ook in op het informeren van de inwoners die willen terugkeren. De gevechten in de stad doven dan wel uit, veilig is het er nog niet. Regelmatig vallen er slachtoffers onder burgers en reddingswerkers omwille van de vele explosieven die IS er achterliet. Ook drinkbaar water is er niet.

Sinds het begin van de gevechten zijn al meer dan 800.000 mensen gevlucht. Zij verblijven op dit moment nog buiten de stad.

Littekens voor het leven: het explosieve einde van de oorlog

Op 10 juli 2017 maakte Iraaks Eerste Minister verklaarde de vrede in Mosoel. Hiermee kwam einde aan de militaire actie die de streek in de ban hield sinds oktober 2016.

Ondanks het feit dat de gevechten gestaakt werden, blijven de humanitaire behoeften enorm. Zowel in als buiten de stad heerst een hoge nood aan hulp. Meer dan 800.000 mensen leeft nog altijd op de vlucht, ver van hun thuis. Wie naar huis terugkeert, wacht een tergende tocht. Vele wijken, huizen, wegen en bruggen, waterstations, elektriciteitscentrales, ziekenhuizen en scholen zijn met de grond gelijk gemaakt.

We helpen mee heropbouwen

Eén van de grootste bezorgdheden, blijft de toegang tot zuiver water. ICRC heeft in het oostelijke deel van Mosoel al acht waterzuiveringsstations hersteld. Zo voorzien ze proper water aan ongeveer 600.000 mensen. Ze zijn momenteel nog actief op vijf andere locaties.

Daarnaast werkt hun mobiele chirurgische team mee in het ‘Mosul General Hospital’, waar ze intussen al meer dan 650 mensen hebben geholpen. Ze zien een stijgend aantal gevallen van gewonden door restanten van explosieven.

Help ons nog meer doen

Dokter Julia Schurch werkt in het ziekenhuis op ongeveer een kilometer van de frontlinie. Ze klaagt aan dat meer dan 90% van de trauma's die ze te zien krijgt, een direct gevolg zijn van schoten, of van letsels door rondzwervende granaten die ontploft zijn. “We zien hier een enorm groot aantal oorlogskwetsuren, van kleine oppervlakkige letsels tot dodelijke verwondingen.”

ICRC-directeur van het Midden-Oosten Robert Mardini, bevestigt dit en hekelt dat veel van de gewonden erg jong zijn. “Ze zullen littekens dragen voor de rest van hun leven.”

Ondanks het staakt-het-vuren in Mosoel, eindigt de lijdensweg niet voor vele honderdduizenden burgers. Intussen hielpen we al ruim een miljoen mensen. Dit doen we door essentiële hulpmiddelen aan te leveren, te helpen voorzien in zuiver water en in medicijnen.

Van Beirut naar Damascus

Collega's Trui en Laura kwamen enkele dagen geleden terug van een missie in Syrië maar zijn nog steeds onder de indruk van wat ze zagen. De twee medewerkers van Internationale Samenwerking vlogen naar Beirut, de hoofdstad van buurland Libanon, om van daaruit verder te reizen naar Damascus. Trui ging de resultaten bekijken van de door ons gesteunde projecten die werden uitgevoerd door de Syrische Rode Halve Maan (SARC), Laura legde dan weer een focus op het internationale humanitaire recht ter plekke. Hun verhaal ...

Steun van Belgische bevolking en overheid 

De weg tussen Beirut en Damascus is zeer divers. Tot aan de grens met Syrië was er veel verkeer op de weg en passeerden we continue een stroom aan winkeltjes. Aan de grenspost is het even spannend: ons visum is op voorhand aangevraagd en goedgekeurd, maar dit is geen garantie dat je zonder problemen het land in komt. Na een halfuur volgt de verlossende duim omhoog van de SARC-chauffeur: we kunnen onze trip verder zetten. De weg naar Damascus is zo goed als verlaten, en ligt bezaaid met checkpoints. Telkens identificeren we ons als Rode Kruis/Rode Halve Maan en kunnen we vlot doorrijden. Een uur na het oversteken van de grens komen we aan in Damascus.

Om na te gaan wat er met de financiële steun van de Belgische bevolking, de Belgische en de Vlaamse overheid gebeurt, trokken we verder naar Tartous, in het oosten van het land, waar we twee magazijnen gingen bekijken. Via onze bijdrage werd het opslagsysteem geoptimaliseerd waardoor er 3 x meer opslagcapaciteit is en waardoor dus ook meer mensen geholpen kunnen worden. De noden in Syrië zijn en blijven hoog maar soms ook onvoorspelbaar. Dankzij deze opslagplaatsen is de Syrische Rode Halve Maan in staat om de nodige flexibiliteit te tonen en kan ze snel reageren als er nieuwe noden zijn, bv. wanneer toegang wordt verleend tot moeilijk bereikbare of belegerde gebieden.

In het magazijn worden onder andere voedsel- en hygiënepakketten gestockeerd. Zo'n pakket biedt steun voor 1 gezin en dat gedurende 1 maand. Maandelijks worden er vanuit het logistieke centrum in Tartous, meer dan dan 650.000 pakketten verspreid onder de bevolking.

De inhoud van een hygiënepakket:

  • een handdoek;
  • 5 tandenborstels;
  • 4 pakken maandverband;
  • wc-papier;
  • zakdoeken;
  • 2 pakken waspoeder;
  • 10 pakken zeep;
  • 2 flessen shampoo;
  • 2 flessen wasproduct;
  • sponsjes;
  • scheermesjes en -gel;
  • 3 tubes tandpasta

De inhoud van een voedselpakket:

  • 6 kg witte rijst;
  • 6 kg suiker;
  • 900 gr thee;
  • 2 kg witte bonen;
  • 3 l zonnebloemolie;
  • 800 gr tomatenpuree in blik;
  • 800 gr Fava bonen in blik;
  • 6 blikjes tonijn, elk 160 gr;
  • 500 gr zout;
  • 1 kg groentenpasta;
  • 2 kg linzen;
  • 4 kg bulgur;

Veiligheid

Veiligheid is en blijft een relatief gegeven in Syrië. Via verschillende informatiebronnen van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) en de Syrische Rode Halve Maan (SARC) werd dagelijks bepaald of de voorziene bezoeken konden doorgaan of niet, welke route we moesten nemen, ... Verder reden we de hele tijd rond in een wagen met daarop duidelijk het embleem van SARC. Dit embleem moet voor bescherming en respect van hulpverleners, vrijwilligers en medewerkers van het Rode Kruis/Rode Halve Maan zorgen. Het respect dat alle strijdende partijen tonen voor dit embleem, vormt onze grootste bescherming. Het is dus absoluut niet zo dat wij onder gewapende begeleiding rondreden in Syrië.  

In Damascus verbleven we in een "yellow" zone. De meest veilige zones, de groene, komen ondertussen niet meer voor in de stad, oranje of rode zones des te meer. Ondanks het feit dat je in de meest veilige omgeving verblijft, hoor je toch constant bombardementen op amper 3 kilometer afstand en zijn er mortieraanvallen op minder dan 1 kilometer. Onbewust ben je dus constant op je hoede voor mogelijk gevaar en dat begint na een aantal dagen toch te wegen op mentaal vlak. En dat na een verblijf van amper een vijftal dagen ... we kunnen ons dus alleen maar voorstellen hoe moeilijk het moet zijn voor de mensen die er wonen en dagelijks geconfronteerd worden met het conflict en bijhorende geweld!

Burgers in Mosul zijn nergens veilig nu gevechten opnieuw toenemen

De gevechten in Mosul worden dagelijks heviger. In de smalle straten van de oude wijk van de stad zitten tienduizenden burgers gevangen. Blijven ze ter plekke dan riskeren ze hun leven, maar ook vluchten houdt datzelfde risico in. Om Mosul te ontvluchtten moeten mannen, vrouwen en kinderen een spervuur aan kogels, bommen en granaten ontwijken. In het Mosul General Hospital, slechts honderden meters verwijderd van de gevechten, blijven patiënten toekomen.

"Sinds vorige week zijn dat vooral kinderen. De meesten van hen raakten gewond terwijl ze Mosul probeerden te ontvluchtten. Anderen keerden terug naar huis omdat ze dachten dat het veilig was. Achtergebleven explosieven zorgen dan voor een grote ravage." - Fysiotherapeut Guido Versloot van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC)

Het ICRC roept opnieuw alle partijen in het conflict op om het nodige te doen om burgers te beschermen. 

"Het gaat hier niet alleen over de vreselijke verwondingen die mensen oplopen. Er is ook onnoemelijk veel psychologisch leed. Iedereen komt hier binnen met een eigen verhaal, vooral de kinderen. Ze willen erover praten maar huilen vaak, ze willen weten of hun ouders nog in de buurt zijn,... "

In het ziekenhuis proberen dokters en verpleegkundigen zich sterk te houden omwille van de kinderen: "We moeten naar hen luisteren, we moeten hen steunen en aanmoedigen om verder te gaan. We proberen ervoor te zorgen dat ze zich thuisvoelen in het ziekenhuis ... voor zover dat kan."

 

Opnieuw vrijwilliger gedood in Syrië

De Syrische Rode Halve Maan (SARC) en het Rode Kruis rouwen opnieuw om de dood van een vrijwilliger. Mohamed Jamal Al-Wardi kwam gisteren om het leven bij een verschrikkelijk ongeval tijdens het uitoefenen van zijn humanitaire werk.

Vorige week nog kwam vrijwilliger Firas Hussain door marteling om het leven. Ook nu gaan onze gedachten uit naar de familie, vrienden en collega-vrijwilligers van Mohamed!

Gifgasaanval maakt 100 doden in Idlib

Vandaag en morgen vindt in Brussel een conferentie plaats over de humanitaire hulp aan en de toekomst van Syrië. Uitgerekend op dat moment vond in Idlib een gifgasaanval plaats waarbij ondertussen al zeker 100 doden zijn gevallen.

Er zijn ook meer dan 400 gewonden die vooral te kampen hebben met ademhalingsproblemen. Kort na de gifgasaanval werd het ziekenhuis waar de slachtoffers behandeld worden, gebombardeerd.  Het Internationale Rode Kruiscomité is ontzet over de aanval.

Ook minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo was, net zoals vertegenwoordigers van 70 andere landen, aanwezig op de conferentie. Hij veroordeelt de aanval met klem: "De inzet van chemische wapen is het overschrijden van een rode lijn." De Croo hoopt dat er concrete stappen kunnen vloeien uit de conferentie want "na zeven jaar conflict moeten we erover waken dat er geen gewenning optreedt."

Syrië-conferentie in Brussel

Vandaag gaat in Brussel een conferentie door over de toestand in Syrië. Een situatie waar iedereen over moet blijven praten én waar iedereen moet naar blijven luisteren: alleen zo kan de waardigheid en de hoop van de Syriërs opnieuw hersteld worden. Het conflict duurt al meer dan zes jaar, de nood aan humanitaire hulp blijft immens.

Humanitaire situatie

  • Het conflict in Syrië is de grootste en meest complexe humanitaire crisis ter wereld. Naar schatting wachten maar liefst 13,5 miljoen mensen - waarvan de helft vrouwen en kinderen - op hulp. Het aantal gevluchtte mensen in Syrië bedraagt ondertussen 6,3 miljoen.
  • De acute nood blijft stijgen aangezien 5 miljoen mensen in belegerde of moeilijk bereikbare gebieden verblijven.
  • Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) blijft hulp bieden maar dringt erop aan dat de politiek meer inspanningen levert zodat toegang voor hulpkonvooien, ook achter de frontlinie, mogelijk wordt.

Politieke hulp

  • Humanitaire hulp alleen zal de crisis niet oplossen: er moet gezocht worden naar een politieke oplossing. Het ICRC wijst erop dat ter plekke gezocht moet worden naar oprechte, positieve en duurzame veranderingen. 
  • Humanitaire hulp moet los staan van politieke processen. Hulporganisaties moeten onvoorwaardelijke, ongehinderde toegang krijgen tot miljoenen mensen die dringend hulp nodig hebben. En dat op regelmatige basis.
  • De steun voor hulporganisaties moet opgedreven worden, net zoals de steun voor activiteiten die gunstige effecten op het eigen levensonderhoud. 

De toekomst

  • Er is geen toekomst voor Syriërs indien er geen politieke oplossing gevonden wordt voor het conflict. Er is enkel hoop voor de toekomst wanneer alle betrokken partijen streven naar vrede.
  • In afwachting blijft de toekomst er somber uitzien. Voor miljoenen mensen is de steun van hulporganisaties zoals het ICRC en de Syrische Rode Halve Maan (SARC) de enige manier om te overleven. 
  • Waar mogelijk blijft het ICRC de mensen ter plekke steunen om sterker en veerkrachtiger te worden. In gebieden waar stilaan aan heropbouw gedacht kan worden, moet meer geïnvesteerd worden in projecten die voorzien in eigen levensonderhoud.
  • Het ICRC roept partners ook op om meer te investeren in de capaciteit van het SARC en andere nationale verenigingen. SARC bijvoorbeeld biedt namelijk hulp aan meer dan 5 miljoen mensen per maand! In heel wat gebieden is het de enige organisatie die toegang heeft tot deze mensen in nood.

Internationaal humanitair recht en bescherming

  • Zolang er geen politieke oplossing komt, dienen alle betrokken partijen het internationaal humanitair recht respecteren. Dit is een 'must', geen 'nice to have'.
  • Wanneer hulpverleners aangevallen worden en medische voorzieningen aangevallen worden, zijn de gevolgen niet te overzien. 

De unieke rol van het ICRC en SARC

  • De Syrische Rode Halve Maan blijft een immense rol spelen in het leveren van vitale ondersteuning in extreme omstandigheden. Het is bovendien de grootste community-based hulporganisatie in Syrië. Door partnerships met het ICRC, de Verenigde Naties, de Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en andere internationale NGO's slagen SARC-vrijwilligers erin om iedere maand hulp te bieden aan 5 miljoen mensen.  Dit betekent dat de SARC instaat voor de levering van bijna 40% van alle UN-hulp.
  • Nochtans betaalt de SARC daar een hoge prijs voor: 63 medewerkers en hulpverleners kwamen om het leven sinds het begin van het conflict.

Fondsenwerving

  • Het Syrië van vandaag is niet meer het Syrië van zes jaar geleden. De wederopbouw zal generaties lang aanslepen, om de noden van de mensen tegemoet te komen is meer dan 210 miljoen euro nodig. Hulp is en blijft dus nodig!

Rode Kruis rouwt om dood van vrijwilliger in Syrië

Het Rode Kruis en de Syrische Rode Halve Maan (SARC) rouwen opnieuw om de dood van een vrijwilliger. Afgelopen maandag kwam Firas Al-Hussein om het leven in Raqqa (Syrië) tijdens het uitoefenen van zijn humanitaire werk. Iedereen binnen het Rode Kruis leeft mee met de familie, vrienden en collega's van Firas. 

#NotaTarget

Sinds het begin van het conflict in Syrië meer dan 6 jaar geleden werden al 71 vrijwilligers en hulpverleners gedood. Het Rode Kruis en de Syrische Rode Halve Maan herhalen dan ook hun eis dat alle partijen in het conflict zich houden aan de regels van het internationaal humanitair recht. Hulpverleners mogen NOOIT een doelwit zijn!

 

[OPINIESTUK] Voorbij alle grenzen in Syrië

De oorlog in Syrië gaat deze maand zijn zevende jaar in. Meer dan ZES JAAR conflict. Het aantal doden is er ondertussen opgelopen tot meer dan 400.000. Bijna 15 miljoen personen hebben nood aan humanitaire hulp, 5 miljoen van hen bevinden zich in moeilijk bereikbare en belegerde gebieden. Meer dan 6 miljoen personen zijn in eigen land op de vlucht.

Lees het opiniestuk van Laura

[BLOG] Ooit keer ik terug naar Syrië

Jeroen werkte jarenlang voor het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) en trok onder andere naar Oeganda, Dafur, Congo en Colombia in het kader van humanitaire hulpverlening. In mei 2011 kwam hij in Syrië terecht waar hij twee jaar lang hulpgoederen verdeelde. Sinds kort is hij aan de slag bij Rode Kruis-Vlaanderen maar ooit hoopt hij terug te keren naar Syrië. In onze blog vertelt hij waarom ...

Lees het blogbericht van Jeroen

Deze vrijwilligers zetten dagelijks hun leven op het spel in Syrië

Ondanks alle hinderpalen op het terrein is de Internationale Rode Kruis- en de Rode Halve Maanbeweging al sinds de start van het conflict actief in Syrië. Bijna 10.000 vrijwilligers zijn de ‘laatste mijl’ of de laatste schakel om internationale hulp tot bij Syriërs in nood te krijgen. Dit vaak met gevaar voor eigen leven. Sinds het begin van het conflict kwamen al 60 vrijwilligers van de Syrische Rode Halve Maan om het leven en dat terwijl ze mensen in nood hielpen.

Dít zijn enkele van de 10.000 vrijwilligers die dagelijks hun leven op het spel zetten om anderen te helpen.

Layla werkt sinds vorig jaar als voedingsdeskundige voor het Salemiyeh ziekenhuis van de Syrische Rode Halve Maan.

"Door het conflict is er niet voldoende eten en al zeker niet voor zij die gevlucht zijn. Sommige families zijn heel groot en hebben het moeilijk om te overleven - zo hebben we onlangs een moeder met acht kinderen behandeld. Sommige ouders zijn zich ook niet bewust van juiste voedingspatronen."

In het ziekenhuis worden vooral patiënten met ondervoeding behandeld en krijgen ouders informatie over goede voedingsstoffen. 

"Ik ben een emotioneel iemand, maar ik probeer mijn emoties op een positieve manier in te zetten om zo patiënten beter te begrijpen. En ja, ik heb nog steeds een foto in mijn zak zitten van de eerste jongen die ik gered heb!"

 

 


Al meer dan 10 jaar geeft Hilal het beste van zichzelf als vrijwilliger. Momenteel reist hij mee met een mobiele SARC-team in Syrië.

"We gaan naar het platteland en naar steden om mensen die ondervoed zijn te helpen. Soms zijn ze geholpen met vitaminen, maar vaak moeten ze naar het ziekenhuis voor een medische behandeling en voedingssupplementen. Ons team, bestaande uit 9 vrijwilligers, is verantwoordelijk voor zo'n 74 steden. Het is onmogelijk om ze allemaal op regelmatige basis te bereiken maar we streven ernaar om iedere stad om te zes maanden te bezoeken."

Het mobiele team onderzoekt gemiddeld 50 kinderen per stad. 7 à 10 van hen vertonen tekenen van ondervoeding. 

"Ik herinner me nog drie broers en zussen met ondervoeding. Hun familie had niets, leefde in een tentje. De jongen was er erg aan toe, maar dankzij onze interventie doet hij het ondertussen veel beter. Daar doe je voor, anderen helpen bezorgt me een intens gevoel van geluk."

 

Dr. Attasi werkt sinds twee jaar als kinderarts in het Homs Ghouta centrum en ziet zo'n 35 patiënten per dag.

"Eén van de patiënten die ik nooit zal vergeten, is een vijfjarig meisje dat amper vijf kilo weegt. Ze heeft een ziekte die ervoor zorgt dat ze niet kan praten, horen of eten. Ze is enkel in staat om melk te drinken. Het meisje verblijft ondertussen geruime tijd in het centrum maar haar toestand blijft ongewijzigd. Heel triestig om te zien, vooral als je weet dat ik zelf twee kinderen heb."

De dokter beseft dat ze voor heel wat andere patiënten wél het verschil kan maken: "Als er resultaat geboekt wordt, ben ik ontzettend blij. Het is heel druk in het centrum, maar ik hou van mijn werk omdat ik zo anderen kan helpen."

 

 

 

 

Zeina is verpleegster in het Salemiyeh ziekenhuis en is sinds 2014 vrijwilliger bij de Syrische Rode Halve Maan.

"Ik hou van mijn vrijwilligerswerk en geniet ervan om zwangere vrouwen en kinderen te helpen. Het is vreselijk om mama's te zien worstelen met het feit dat ze geen borstvoeding kunnen geven. Heel pijnlijk en moeilijk om te verwerken aangezien ze al zoveel zorgen en stress hebben."

Zeina herinnert zich een vrouw die samen met haar baby behandeld werd. Haar echtgenoot was ontvoerd door gewapende mannen en ze was helemaal in shock. Hierdoor kon ze geen borstvoeding meer geven. In het ziekenhuis kreeg ze advies en hulp waardoor ze na een tijdje opnieuw in staat was om haar baby te voeden.

"Het is ongelooflijk wat er door je heen gaat wanneer je iemand kan helpen. De glimlach op het gezicht van een vrouw of kind dat hersteld is: onbeschrijflijk!"

 

 

 

 

 

Staakt het vuren aangekondigd

Rode Kruis steunt elke inspanning om menselijk leed te verzachten. Op verschillende plekken in Syrië wordt op dit moment nog gevochten. Heel wat gebieden liggen afgelegen en zijn moeilijk bereikbaar voor hulpverleners.

Federale overheid schenkt 50.000 euro voor humanitaire hulp in Syrië

De federale regering heeft zopas 50.000 euro aan Rode Kruis-Vlaanderen geschonken voor onze humanitaire hulp in Syrië en dat in het kader van Music for Life, de jaarlijkse solidariteitsactie van Studio Brussel.

Het bedrag zal via onze zusterorganisatie de Syrische Rode Halve Maan (SARC) ingezet worden voor volgende zaken:

  • verdeling van hygiënekits aan meer dan 1.000 intern ontheemde gezinnen in Syrië. Dit gaat over basishygiëne bij erg kwetsbare groepen in tijdelijke onderkomens of bij gastgemeenschappen. Zo lopen jonge kinderen makkelijk ziektes en infecties op door het gebrek aan de meest essentiële verzorgingsproducten zoals luiers of zeep.

  • logistieke steun aan SARC voor extra magazijnen voor noodhulpgoederen, gecombineerd met aangepast materiaal en trainingen voor lokale vrijwilligers. Met haar 10.000 actieve vrijwilligers bereikt de Syrische Rode Halve Maan gemiddeld 4,5 miljoen mensen per maand met medische zorgen, veilig water, voedsel en hulpgoederen zoals tenten en dekens over conflictgrenzen heen. Logistieke steun is broodnodig om te blijven helpen in de zwaarst getroffen gebieden zoals Oost-Aleppo waar andere humanitaire organisaties geen toegang toe hebben. 

Laatste evacuaties opgestart

De laatste burgers en rebellen worden momenteel uit Aleppo geëvacueerd. Hiervoor worden tientallen bussen ingezet. De woordvoerder van het ICRC in Syrië, Inge Sedky, hoopt dat de evacuatie vandaag afgerond kan worden. Sinds de start van de operatie zijn nu 34.000 mensen geëvacueerd.

De operatie zal de hele dag in beslag nemen maar als alles goed gaat, zal de evacuatie deze avond stopgezet kunnen worden.

 

Laatste ziekenhuis in Oost-Aleppo geëvacueerd

De evacuaties in Oost-Aleppo werden vandaag opnieuw hervat nadat ze gisteren tijdelijk werden opgeschort. Ondertussen zijn meer dan 30.000 mensen in veiligheid gebracht onder begeleiding van het Internationale Rode Kruis en de Syrische Rode Halve Maan. 

De collega's ter plekke bevestigen ook dat alle patiënten die nog aanwezig waren in het laatst werkende ziekenhuis deze namiddag geëvacueerd konden worden.

 

Ondertussen worden in Idlib tenten opgezet om de geëvacueerden op te vangen. Het koude weer en de sneeuw maken het er niet makkelijker op aangezien de meeste burgers het met bijzonder weinig middelen moeten stellen. 

25.000 burgers geëvacueerd sinds start van missie

Sinds de start van de evacuaties vorige week donderdag hebben al meer dan 25.000 mensen Oost-Aleppo verlaten. Vrijwilligers en medewerkers van het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) en de Syrische Rode Halve Maan (SARC) werken de klok rond en zorgen ervoor dat nog meer mensen geëvacueerd kunnen worden. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan gewonden en zieken.

Ondertussen faciliteert het Rode Kruis ook de transfer van burgers uit Foua en Kefraya. Onderstaande beelden werden gemaakt tijdens één van de evacuaties gisteren en tonen onder andere hoe het konvooi zich klaarmaakt voor evacuatie.

ICRC en SARC blijven verder evacueren

Sinds deze ochtend zijn zo'n 5.000 mensen geëvacueerd uit Oost-Aleppo. Nog 500 andere mensen konden dan weer geëvacueerd worden uit Foua en Kefraya. De vrijwilligers en medewerkers van het ICRC en SARC blijven ter plekke het nodige doen om ook de duizenden anderen die wachten op evacuatie verder te helpen.

10.000 mensen geëvacueerd uit Oost-Aleppo

Nadat de evacuaties vorige week stopgezet werden, konden afgelopen nacht opnieuw vijf bussen en 1 ambulance Aleppo verlaten en dat onder begeleiding van het Internationale Rode Kruis (ICRC) en de Syrische Rode Halve Maanbeweging (SARC).

Sinds de start van de missie zijn al zo'n 10.000 burgers, waaronder enkele zwaargewonden, geëvacueerd. 

Niet alleen evacuatie telt

In Mahalej Shelter in West-Aleppo blijft het ICRC verder inzetten op het uitdelen van warme maaltijden en water en op de ondersteuning van de medische teams van het SARC. Bovendien helpen vrijwilligers om de familieleden van gevluchtte mensen terug te vinden. De situatie ter plekke blijft echter moeilijk aangezien steeds meer mensen hun toevlucht zoeken tot het kamp.

Ook in Jibreen Shelter voorziet het ICRC dagelijks in 6.500 warme maaltijden voor gevluchtte families. Er werden watertanks gebouwd en dagelijks worden deze voorzien van zuiver water. Het Internationale Rode Kruiscomité staat bovendien mensen bij die wensen terug te keren naar hun vernietigde woningen in Masaken Hanano waar nog steeds geen water of elektriciteit is. Er wordt de klok rond gewerkt om de levensomstandigheden van deze mensen te verbeteren. Er worden dagelijks 300 patiënten geholpen in een mobiele medische unit, huizen worden zo goed als mogelijk hersteld en gezinnen krijgen dekens en matrassen aangeboden. 

Verder blijft het ICRC ook verder werken aan de herstelling van het waternetwerk zodat er opnieuw water voorzien kan worden in Oost-Aleppo en de capaciteit voor West-Aleppo opgetrokken kan worden. Deze herstellingen moeten ervoor zorgen dat er een stabiele bevoorrading van water komt voor miljoenen mensen aan beide kanten van de frontlijn.

Evacuaties zijn afgerond, maar miljoenen mensen in nood

Het Internationale Rode Kruiscomité en de Syrische Rode Halve Maan bevestigen dat de evacuaties uit Oost-Aleppo volledig afgerond zijn. Sinds de start van de missie op 15 december zijn zo'n 40.000 mensen geëvacueerd. Maar hier stopt het natuurlijk niet want miljoenen mensen in Syrië hebben nog steeds hulp zoals voeding, medische zorg en onderdak nodig.

In de nacht van 21 op 22 december werden op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken partijen bij het conflict ook 4.000 strijders geëvacueerd. Het ICRC en SARC zorgden er als neutrale tussenpersoon voor dat gewonden, zieken en de meest kwetsbaren prioriteit prioriteit kregen.

×

      De websites van Rode Kruis-Vlaanderen maken gebruik van cookies om jouw bezoek zo vlot mogelijk te laten verlopen. We installeren noodzakelijke en technische cookies voor het goed functioneren van deze websites. Daarnaast gebruiken we analytische en advertising cookies om het algemeen gebruik van de websites te meten en verbeteren. Geef hieronder aan dat je akkoord bent met ons cookiebeleid om verder te surfen.

          Deze noodzakelijke cookies zorgen dat alle onderdelen van de website goed werken. Deze cookies mogen wij plaatsen zonder toestemming. Door verder te surfen op onze websites ga je akkoord met het gebruik van de noodzakelijke cookies. 

          We gebruiken cookies voor functionele doeleinden. Dit wil zeggen dat deze cookies noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van onze websites.  Deze cookies identificeren en houden jouw (taal)voorkeuren bij en registeren of je cookies hebt geaccepteerd.

          We gebruiken cookies voor analytische doeleinden. Deze cookies verzamelen informatie over de technische gegevens van de uitwisseling of over het gebruik van de websites (bezochte pagina’s, gemiddelde duur van het bezoek,…), dit om de werking van de site te verbeteren. We doen hiervoor beroep op Google Analytics (in overeenstemming met de Google Analytics Terms of Use: https://www.google.com/analytics/terms/us.html).

          We gebruiken cookies voor advertising. Deze cookies geven ons statistieken (die niet herleidbaar zijn tot individuele gebruikers) om onze online communicatie over en werving voor onze activiteiten op diverse kanalen te verbeteren en af te stemmen op maat van jouw behoeften. Door deze cookies te aanvaarden, aanvaard je ook het gebruik van Facebook-pixel.