Historiek

Rode Kruis Lovendegem in vogelvlucht   

Zoals in zeer veel gemeenten kwam ook in Lovendegem de  Rodekruiswerking op gang onmiddellijk na Wereldoorlog 2.
Voor het Hoofdbestuur in Brussel officieel onder de vleugels van Zomergem, het kantonhoofd, dat nog tijdens de oorlog erkend was als afdeling. Het werd derhalve "Afdeling Zomergem, sector Lovendegem".

Begin jaren vijftig waren in Lovendegem een 25-tal vrijwilligers voor het Rode Kruis aktief, zich vrij onafhankelijk opstellend met een beperkt lokaal bestuur.

De werking bestond hoofdzakelijk uit leden- en fondsenwerving met af en toe heel discrete steun, ondermeer in de vorm van kolen en kledij, aan hulpbehoevenden. In de literatuur van die tijd vindt men o.a het woord: "de ondervoed-en". Ook de deelname aan de bloedcollectes in Gent (zie verder) werden lokaal georganiseerd.

In 1954 werd, onder impuls van vrederechter Jean Roels van Kerckvoorde, geijverd naar volledige autonomie. Dit resulteerde in de erkenning per 18 oktober 1954 door het Centraal Bestuurscomité in Brussel, op voorstel van het Provinciaal Comité, van de plaatselijke afdeling Lovendegem. Vinderhoute, toen nog administratief een zelfstandige gemeente, maakte daar als gebiedsomschrijving ook deel van uit.

Het eerste erkende plaatselijk Comité bestond uit de heren Jean Roels van Kerckvoorde (voorzitter), Marcel Cocquet (1ste ondervoorzitter, hoofdgeneesheer), Georges De Sonville (mobilisatiehoofd), René Van Heule (penningmeester), René Van Vlaenderen (hoofd van de Sociale Dienst), Mevrouw Maria Scheirlinck (2de ondervoorzitter) en Juffrouw Rosa Van de Veire (secretaresse). Weinig tijd later vervoegde de heer Louis Van der Haeghen hen als 3de ondervoorzitter. Daarnaast had men 20 «commissarissen », lees wijkmeesters of wervers, die elk in hun wijk of straat lidkaarten aan de man brachten. Het lokaal was bij Adhemar Van der Eecken in Het Landbouwershuis (huidig KBC-kantoor) op het dorp.

Reeds in december van hetzelfde jaar 1954 werd op het Eeksken een cursus « eerste hulp in het gezin » georganiseerd in samenwerking met de afdeling Sleidinge met 16 deelnemers uit Lovendegem.

Hoogtepunten van de werking waren de bloedinzamelingen. Doordat de mobiele collectes van heden nog niet bestonden, begaf men zich met een gehuurde autocar naar de Vijfwindgatenstraat in Gent. Na de afname werden de bloedgevers getracteerd bij "Fritz", het koffiesalon in de Veldstraat (nu de FNAC). Dat men graag op stap ging getuigt ook het feit dat de jaarlijkse huldiging van de verdienstelijke bloedgevers meermaals in eethuizen buiten de gemeente geschiedde tot in de jaren zeventig.

Zoals overal te lande hadden ook in Lovendegem jaarlijks de propagandadagen plaats, met als eerste hoogtepunt de omvorming van de Kerkstraat in 1955 in "Rodekruisstraat": alle winkels en tientallen huizen afficheerden er met het embleem en fanfare 'De Eendracht' zette haar beste beentje voor om het geheel luister bij te zetten. De propaganda-dagen bleven jarenlang het sein om de winkelramen te omzomen met rode kruisjes en te collecteren aan de kerk.
Een zeer bescheiden Hulpdienst bestond toendertijd uit twee of drie vrijwilligers met een ambulanciersopleiding. Deze vatten post aan de Grote Baan, dé toenmalige verkeersader van en naar de kust, om het autoverkeer bij hoogdagen, zoals o.m. de nationale feestdag, in de gaten te houden. Aldaar was er jaar in, jaar uit een vaste post met bescheiden hulpmateriaal, aanvankelijk in garage Goethals, later in het Esso-station nabij Bierstal.

Ook de uitleendienst van sanitair materiaal ontbrak niet, al waren de middelen vrij beperkt.

Toen hij de statutaire leeftijdsgrens naderde vond voorzitter Roels in 1980 in de toenmalige hoofdgeneesheer van de afdeling, Dr Gerrit Van Brabandt, een ‘slachtoffer’ om hem op te volgen.

Inmiddels gingen de bloedinzamelingen in Lovendegem en Vinderhoute door en was hun frekwentie van driemaal per jaar opgedreven naar viermaal.

De ambtsperiode van de tweede voorzitter werd voornamelijk gekenmerkt door de oprichting van een gestructureerde Hulpdienst, die naam waardig. Voortrekkers waren Maurice De Swaef en Jackie Castel (Hoofd van de dienst van 1983 tot 1996).

Uit de succesrijke cursussen ‘Helper’, gegeven door de eigen monitrice Viviane De Busschere, werd regelmatig gerecruteerd. Aldus werd een hechte ploeg gevormd waarvan de leden vandaag nog spreken over hun memorabele ‘werkvergaderingen’ in de Graaf van Vlaenderen. Dat was het nieuwe lokaal geworden na het overlijden van voornoemde Adhemar Van der Eecken.

Het voornaamste was evenwel dat de diverse Lovendegemse verenigingen bij allerlei manifestaties een beroep konden doen op degelijk opgeleide mensen voor preventieve hulpakties.

Deze groep mensen van de Hulpdienst was ook de drijvende kracht om de inmiddels in ‘Veertiendaagse’ omgedoopte Propagandadagen tot een ongekend succes te laten uitgroeien.

Jaar na jaar werden meer stickers verkocht, zodat het stilaan teruglopend aantal lidkaarten dubbel en dik werd goedgemaakt.

De vergaarde fondsen werden voornamelijk geïnvesteerd in de materiële uitbouw van voornoemde Hulpdienst met als uitschieter de aankoop van een nieuwe rodekruistent.

Ook de uitleendienst kreeg moderner materiaal en werd sinds 1985 toevertrouwd aan Luc De Baerdemacker, als kinesist de aangewezen man voor de job (al dacht men er in Brussel niet altijd zo over).

Eind 1988 ging Dr Van Brabandt omwille van zijn drukke werkzaamheden op zoek naar een opvolger. Op aansporing van zijn eigen vader aanvaardde Ignace Roels van Kerckvoorde, toenmalig  verantwoordelijke voor de bloedinzamelingen, uiteindelijk het voorzitterschap op zich te nemen.

De eerste uitdaging voor de kersverse voorzitter was het verzoenen van de ‘oude school’ bestaande uit de bestuursleden en overgebleven ledenwervers die vader Roels hadden gekend met de jonge(re) garde van de Hulpdienst, die, onbewust, een beetje op zichzelf het Rode Kruis van Lovendegem waren gaan uitmaken. Een middel daartoe was onder meer het zelf volgen van de cursus ‘Helper’; cursus waaruit ook Liesbeth Vandenabeele stamde, dewelke al heel vlug door het volgen van de ene opleiding na de andere, de verantwoordelijke Leergangen van de afdeling werd.

Aldus konden, naast andere lesopdrachten, de tweejaarlijke cursussen ‘Helper’ steeds met succes en vooral door eigen mensen verder gezet worden.

Een tweede bevinding was dat Vinderhoute heel weinig bij de Rodekruiswerking betrokken werd. Het infiltratiemiddel aldaar werden voornamelijk de bloedafnames. Deze leidden een eigen leventje, zelfs met een eigen kas, met als trek- en werkpaardjes meester Onderbeke en Gilbert Van Parijs. De integratie in de eigenlijke afdeling Lovendegem verliep heel ongedwongen en vlot.

Zeer vlug werden de collectes in Vinderhoute zelfs de uitweg om de grote opkomst in Lovendegem te ondervangen. De verantwoordelijken van het bloedtransfusiecentrum in Gent ons wilden nopen tot ontdubbeling van de bloedafnamedagen. Op vandaag verwelkomen wij in Vinderhoute gemiddeld 50 donors, in Lovendegem een hondertal.

De Hulpdienst kende in de jaren negentig bloeiende tijden, met op een bepaald ogenblijk een bezettingsgraad van 22 actieve vrijwilligers. Een mentaliteitsommekeer (hoe groter de groep hoe gemakkelijker zoiets kan) bracht zeer velen van hen ertoe regelmatig bijscholingen te volgen met alle positieve gevolgen vandien. Een grote investering betekende de aankoop van nieuwe, modern-ogende werkpakken, waarmee voldaan werd aan Europese veiligsheids-normen.

Hoogtepunt was oktober 2001, toen een ploeg van vijf vrijwilligers van Lovendegem in Zwevezele de tweede plaats wegkaapte op het Nationaal E.H.B.O.-tornooi. Dit voor een eerste deelname en in concurrentie met geroutineerde deelnemers.

Met een legaat via het Hoofdbestuur werd de uitleendienst in 1996 begiftigd met up-to-date hulpmateriaal, regelmatig aangevuld door aankopen door de eigen afdeling.

Tot 2000 bleef de stickerverkoop naar aanleiding van de Veertiendaagse, zonder onderbreking stijgen dank zij de steeds grotere inzet, voornamelijk in tijd en opstellingsplaatsen, van de leden van de Hulpdienst en enkele jonge sympathisanten.

Wijzen wij ten slotte nog op twee succesrijke innovaties. In de loop van de jaren negentig evolueerde de jaarlijkse huldiging van de verdienstelijke bloedgevers tot een volwaardig Rodekruisfeest waarop iedere sympathiserende inwoner welkom is (recordaantal deelnemers : 181).

In 2001 werd de ledenwerving voor de eerste maal opgestart met een uitnodigingsmailing aan de gehele bevoking met het verzoek om de lidkaarten per overschrijving te voldoen. Dit resulteerde in een aanwinst van een 100-tal leden, waarbij nog een twintigtal aanzienlijke giften te noteren vielen.

De werkzaamheden van het jaar 'tweeduizend en ...' ...