Hulpdiensten alarmeren

Heb je een eerstehulpopleiding gevolgd? Blijf dan best zelf bij het slachtoffer en vraag aan een omstaander om te alarmeren. Als de omstaander ergens anders moet gaan bellen omdat hij geen gsm heeft, vraag dan om nadien terug te keren en verslag uit te brengen van het gesprek. Zo ben je er zeker van dat de alarmering (correct) gebeurd is.

Ben je helemaal alleen? Roep eerst om hulp! Als er niemand komt opdagen, verwittig dan zelf gespecialiseerde hulp.

Wie moet je alarmeren?

Bel onmiddellijk 112. Dit is het Europees alarmnummer dat je in elke lidstaat van de Europese Unie kan gebruiken om dringende hulp te roepen.

Heb je alleen politiehulp nodig? Bel dan het éénvormig nummer 101.

Hoe kan je alarmeren?

Gsm of telefoon

Alarmeer bij voorkeur met je gsm. Zo hoef je het slachtoffer niet alleen te laten. De meeste gsm-toestellen laten het bellen van het alarmnummer 112 toe bij ontbrekende belwaarde of zelfs bij slechte gsm-ontvangst. Dit geldt niet als je het nationale alarmnummer 100 vormt. Ook een oproep vanuit een vaste telefoon naar het nummer 112 is in België gratis.

Als je 112 belt in de buurt van een van de landsgrenzen, dan kan het gebeuren dat je gsm al is overgeschakeld naar het buitenlands gsm-netwerk. Je oproep komt dan bij de hulpdiensten van het buurland terecht. Zij weten perfect hoe ze je verder kunnen helpen.

 

Wat moet je meedelen?

Zeg wie je bent en wat je kennis van eerste hulp is (cursus gevolgd, verpleegkundige, arts…).

Leg uit wat er gebeurd is en wat de gevaren zijn

Geef een juiste beschrijving van het ongeval, kort en bondig. Probeer de telefonist niet te overtuigen dat het dringend is. Elke oproep is dringend. Vermeld alle gegevens die nodig zijn om de juiste hulpdiensten te sturen: slachtoffer dat moet worden bevrijd, brand- of ontploffingsgevaar, gaslek, vermoedelijk aantal slachtoffers, toestand van de slachtoffers, gevarencode en identificatienummer van het product bij een ongeval met gevaarlijke producten…

Geef aan waar de hulpdiensten verwacht worden

Gemeente, wijk, straat, huisnummer, eventueel verdieping, grote herkenningspunten in de omgeving (o.m. grootwarenhuis, benzinestation of monument)… Bij een ongeval op de snelweg vermeld je het nummer van de snelweg (E40, R1, A12) of de gebruikelijke naam (bijv. Boudewijnsnelweg), de rijrichting, het nummer van de dichtstbijzijnde kilometerpaal of afritten.
Bij een noodsituatie in een groot gebouw of een moeilijk toegankelijke plek (bijv. flatgebouw, school of winkelcentrum), geef je het adres van de ingang waar de hulpdiensten verwacht worden (niet noodzakelijk de hoofdingang). Zorg ervoor dat alle doorgangen vrij zijn (poort, slagboom, lift) zodat er geen kostbare tijd verloren gaat voor de hulpdiensten.

Vertel wie de slachtoffers zijn en in welke situatie ze zich bevinden

Hoeveel slachtoffers? Gaat het om kinderen, volwassenen of bejaarden? Eventueel andere gegevensals deze belangrijk zijn. Denk maar aan een zwangere vrouw, een hartpatiënt, specifieke letsels (bloeding, open breuk)… Vermeld zeker de vitale functies. Bij een bewusteloos slachtoffer en bij een ademhalingsstilstand wordt een speciaal team (MUG) uitgestuurd met de vereiste apparatuur.

Voorbeeld: "Ter hoogte van nummer 19 in de Nieuwstraat in Diepenbeek is een vrachtwagen tegen een elektriciteitspaal gereden die is afgeknakt. De tank van de vrachtwagen heeft gevaarnummer 856-1796. De chauffeur blijkt niet te zijn gekwetst.

Wanneer alarmeren?

Benader eerst het slachtoffer en zorg dat je een goed beeld van zijn toestand krijgt. Alarmeer onmiddellijk daarna de hulpdiensten en meld hen hoe het zit met het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.

In een aantal gevallen moet je onmiddellijk alarmeren. Als er veel slachtoffers zijn, als het slachtoffer niet veilig kan benaderd worden, als de gevaren te groot zijn om de alarmering uit te stellen tot na de benadering van het slachtoffer (bijvoorbeeld bij een lekkende tank of een ongeval op de snelweg).