Eerste hulp van A tot Z

Ademhalingsstilstand

Als de ademhaling en het hart stilvallen, heb je niet veel tijd om het leven van het slachtoffer te redden. Snel handelen is dan de boodschap!

Wat stel je vast?

Het slachtoffer is bewusteloos en ademt niet meer normaal.

Wat doe je?

  1. Laat onmiddellijk 112 alarmeren en – indien beschikbaar – een AED (automatische externe defibrillator) halen. Als je alleen bent, moet je zelf (met je gsm) 112 alarmeren. Haal dan enkel een AED als je weet dat er één in de directe omgeving aanwezig is.
  2. Start de reanimatie:
    1. Geef eerst 30 hartmassages.
    2. Maak de luchtweg opnieuw vrij en geef 2 maal mond-op-mondbeademing.
  3. Blijf verder reanimeren tot:
    • Er gespecialiseerde hulp aankomt die de reanimatie overneemt.
    • Het slachtoffer bij bewustzijn komt: hij beweegt, opent zijn ogen en begint terug normaal te ademen.
    • Je zelf te vermoeid bent om verder te gaan.
  4. Zodra  er een AED beschikbaar is, voer je de verdere reanimatie met AED uit.

Ben je met 2, wissel elkaar dan om de 2 minuten af.

 

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Zodra je een beeld hebt van de toestand van het slachtoffer (bewusteloos, ademt al dan niet nog normaal), moet je 112 alarmeren. Laat dit bij voorkeur door een omstaander doen. Zo kan jij je concentreren op het slachtoffer.

Als je alleen bent, moet je zelf alarmeren. Dat doe je liefst met je gsm, zodat je het slachtoffer niet alleen hoeft te laten.

Amputatie

Een amputatie kan volledig zijn, maar soms is het lidmaat nog gedeeltelijk vastgehecht aan het lichaam. Wist je dat een amputatie van een (deel van een) lidmaat soms weinig bloedt? Doordat de spieren verkrampen, worden de bloedvaten namelijk samengedrukt en blijft de bloeding vaak beperkt.

Wat stel je vast?

Volledige of gedeeltelijke afrukking van een (deel van een) lidmaat. Er is niet altijd onmiddellijk een hevige bloeding zichtbaar

Wat doe je?

  1. Vraag het slachtoffer om op de wonde te drukken.
  2. Help hem om te gaan liggen.
  3. Trek wegwerphandschoenen aan.
  4. Stelp de bloeding door erop te drukken of door een drukverband aan te leggen
  5. Dek de wonde zo steriel mogelijk af.
  6. Pak het afgerukte lichaamsdeel in:
    • Wikkel het in een steriel kompres of verband.
    • Stop het ingepakte deel in een propere plastic zak en sluit die goed af.
    • Vul een tweede plastic zak met ijsblokjes in water (ongeveer 1 op 3).
    • Dompel de eerste zak in het water. Let erop dat het geamputeerde      lichaamsdeel niet in direct contact komt met het water of ijs.
  7. Zorg ervoor dat het afgerukte lichaamsdeel met het slachtoffer meegenomen wordt naar het ziekenhuis.
  8. Was je handen na het verlenen van eerste hulp.

Schakel gespecialiseerde hulp in

Alarmeer onmiddellijk 112. Laat dit liefst doen door omstaanders. Als je alleen bent, dan doe je dit zelf. Vermeld zeker dat het gaat om een (volledige) amputatie.

Beroerte

Een beroerte kan verschillende symptomen veroorzaken: verwardheid, afwezigheid, opwinding, duizeligheid, slechter zien, scheve mond, moeilijk spreken, verlamming aan één zijde van het lichaam. De symptomen van een beroerte treden plots op en zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van het deel van de hersenen dat getroffen is. Daarom zal je niet altijd alle vermelde symptomen zien.

Wat stel je vast?

Controleer of het slachtoffer adem haalt en bij bewustzijn is. Blijf hem/haar evalueren. Bij een slachtoffer dat nog bij bewustzijn is, voer je de FAST-test uit om je vermoeden van een beroerte te bevestigen.

FAST staat voor Face Arm Speech Time (gelaat-arm-spraak-tijd). Als de persoon één of meer opdrachtjes niet kan uitvoeren, heeft hij waarschijnlijk een beroerte.

  • Face (gezicht): Controleer of de mond van het slachtoffer scheef staat en of er een mondhoek naar beneden hangt. Vraag hem om te lachen of om zijn tanden te laten zien.
  • Arm: controleer of er een arm (of been) verlamd is. Vraag aan het slachtoffer om de ogen dicht te houden en beiden armen (of benen) voor zich uit te strekken. Bij de armen moeten de handpalmen naar boven gedraaid worden. Observeer dit goed.
  • Speech (spraak): Ga na of het slachtoffer moeite heeft met spreken. Laat hem/haar desnoods een zin herhalen of stel vragen.
  • Time (tijd): Probeer te weten te komen hoe lang deze klachten al duren. Hoe sneller het slachtoffer door gespecialiseerde hulp behandeld wordt, hoe kleiner de kans op blijvende hersenschade. Als medische behandeling binnen de 3 uur start, is de kans op herstel aanzienlijk groter.

Wat doe je? 

  • Laat het slachtoffer rusten en geen inspanningen meer doen. Installeer hem in een comfortabele zittende houding. Als het toch nodig is om hem te verplaatsen, ondersteun hem dan aan de verlamde zijde.
  • Geef het slachtoffer geen eten of drinken. De kans bestaat dat hij zich verslikt.
  • Blijf rustig tegen het slachtoffer praten. Hou er rekening mee dat het slachtoffer zelf soms heel moeilijk of niet kan praten en angstig is.

Schakel gespecialiseerde hulp in

Alarmeer altijd 112. Vermeld duidelijk de toestand van het slachtoffer (bewustzijn en ademhaling). Geef door dat het vermoedelijk gaat om een beroerte.

Bewusteloosheid

Bij elk bewusteloos slachtoffer zakt de tong in de keel. Dit kan de luchtweg blokkeren en het slachtoffer laten stikken. Daarom is het belangrijk om te controleren of een slachtoffer bewusteloos is.

Wat stel je vast?

Schud zacht aan de schouders en vraag luid of het gaat. Als het slachtoffer niet reageert, is hij/zij bewusteloos.

Wat doe je?

  1. Roep luid om hulp, zodat je er niet alleen voorstaat tijdens de hulpverlening. Terwijl een tweede persoon 112 alarmeert en een AED (automatische externe defibrillator) haalt (indien beschikbaar), kan jij je concentreren op het slachtoffer.
  2. Draai het slachtoffer op zijn rug en maak de luchtweg vrij.
  3. Als je bij de controle van het bewustzijn duidelijk merkt dat het slachtoffer normaal ademt (bijvoorbeeld zichtbare beweging van de borstkas, hoorbare ademhaling), dan hoef je hem niet op de rug te draaien. Leg hem wel meteen in stabiele zijligging.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Alarmeer altijd 112. Vermeld duidelijk dat het slachtoffer bewusteloos is.

Blaren

Blaren ontstaan door wrijving op de handen of voeten.

Omdat blaren hinderlijk kunnen zijn, of aan de voeten gemakkelijk stuk getrapt worden, kan je deze op een steriele manier openprikken. Het knippen of prikken in de losse huid van een blaar is niet pijnlijk. Wel voelt het slachtoffer pijn zodra je de gevoelige onderhuid aanraakt of erop drukt.

Wat doe je ?

Als de blaar niet hindert, laat hem dan intact. Een blaar bij een (tweedegraads)brandwonde mag je nooit openprikken.

Als de blaar hindert of de kans bestaat dat de blaar spontaan scheurt (bijvoorbeeld bij wrijving in een schoen), prik de blaar dan open.

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Spoel de blaar en de omgeving voorzichtig met water. Als er geen water voorhanden is, dan mag je een niet-prikkelend, niet-kleurend ontsmettingsmiddel gebruiken.
  3. Leg een naald ongeveer 1 minuut in ontsmettingsalcohol. Droog ze nadien af met een steriel kompres. Als je steriele naalden ter beschikking hebt, kan je die ook gebruiken.
  4. Houd de naald evenwijdig met de huid. Prik enkele malen aan de basis van de blaar.
  5. Druk met een steriel kompres het vocht uit de blaar.  
  6. Dek de blaar af met een verband (kleefpleister, kompres of tweedehuidverband).
  7. Verwijder de naald op een veilige manier.

Een open blaar verzorg je zoals een huidwonde

  1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Spoel de open blaar en de omgeving voorzichtig met water. Als er geen water voorhanden is, mag je een niet-prikkelend, niet-kleuren ontsmettingsmiddel gebruiken.
  3. Leg een splinterpincet en een fijn schaartje ongeveer 1 minuut in ontsmettingsalcohol. Droog ze nadien af met een steriel kompres.
  4. Neem de wondfranjes vast met een splinterpincet en knip deze kort bij de intacte huid af met een fijn schaartje. 
  5. Dek de blaar af met een verband (kleefpleister, kompres of tweedehuidverband).

Wanneer schakel je professionele hulp in? Raadpleeg een arts als de blaar infecteert of als de blaar voorkomt bij iemand met diabetes of met een verminderde immuniteit.

Hoe blaren voorkomen ?

  • Als je een lange wandeling wil maken, kan je de kans op blaren verkleinen door vooraf een dunne sok aan te trekken en daarboven een dikke wollen sok te dragen.
  • Er bestaan producten (spray, crèmes, pleisters) voor de voeten die soms helpen om blaren te voorkomen. Vraag raad aan je huisarts of apotheker.
  • Zorg dat je schoenen voldoende ingelopen zijn vooraleer je een lange wandeling maakt.
  • Zorg dat je schoenen en sokken goed droog zijn en blijven.

Bloedingen

Niet elke bloeding is bedreigend. Een huidwonde kan ook licht bloeden. Deze kan je vaak zelf verzorgen.

Wanneer je veel bloed uit de wonde ziet lopen of spuiten, gaat het om een gevaarlijke bloeding. Een bloeding stelp je steeds op dezelfde manier.

Wat doe je?

  1. Vraag het slachtoffer om op de wonde te drukken.
  2. Help het slachtoffer om te gaan liggen.
  3. Trek wegwerphandschoenen aan.
  4. Druk nu zelf met je handen op de wonde. Gebruik hierbij indien mogelijk een propere doek (bijvoorbeeld een handdoek), een drukverband of andere zwachtels.
  5. Als de wonde blijft bloeden, leg er dan extra doeken of verbandmateriaal bovenop zonder de druk op de wonde te verminderen. Druk nog steviger op de plaats van de bloeding.
  6. Blijf druk uitoefenen op de wonde tot de hulpdiensten aankomen.
  7. Was je handen na het verlenen van eerste hulp.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Alarmeer onmiddellijk 112 bij een ernstige bloeding. Laat dit liefst door iemand anders doen. Doe dit zelf als je alleen bent.

Brandwonden

Brandwonden kunnen op verschillende manieren ontstaan: door vuur of een andere warmtebron, door chemische producten, elektriciteit of straling (denk maar aan zonnebrand). Om de ernst te kunnen inschatten zijn volgende zaken belangrijk:

  • De diepte (graad)
  • De verbrande oppervlakte
  • De plaats 
  • De oorzaak
  • De leeftijd van het slachtoffer

Wat stel je vast ?

Een brandwonde is meestal rood, gezwollen en pijnlijk. Soms kan je blaren zien. Een ernstige brandwonde kan zwart, perkamentachtig of wit zijn.

Wat doe je ?

  1. “Eerst water, de rest komt later!”: Koel de brandwonde zo snel mogelijk af met koel of lauw leidingwater. Richt de waterstraal boven de brandwonde en laat het water over de brandwonde vloeien. Het is namelijk pijnlijk om de straal rechtstreeks op de brandwonde te richten. Als je lang en uitgebreid moet koelen (bijvoorbeeld bij grote brandwonden) bestaat het risico dat het slachtoffer onderkoeld geraakt. Gebruik daarom geen ijskoud water en bescherm het slachtoffer na het afkoelen tegen wind en regen. Leg zeker geen ijs op een brandwonde. Dit kan de weefselschade erger maken.
  2. Blijf de brandwonde afkoelen tot de pijn verlicht is.
  3. Verwijder kledij en sieraden als ze niet aan de huid vastkleven.
  4. Prik eventuele blaren niet open. Houd rekening met het gevaar voor infectie. Door de brandwonde valt de beschermende functie van de huid weg, zodat micro-organismen het lichaam kunnen binnendringen. Vergeet niet na te vragen of het slachtoffer gevaccineerd is tegen tetanus.
  5. Let zeker op vergiftigingsverschijnselen. Brand kan gepaard gaan met het vrijkomen van giftige gassen.
  6. Probeer de ernst van de brandwonde in te schatten.
    • Bij een ernstige brandwonde:
      1. Alarmeer gespecialiseerde hulp.
      2. Leg na het koelen een nat wondverband aan (bijvoorbeeld een kompres of een propere doek).
    • Kleine eenvoudige eerstegraadsbrandwondjes kan je na het spoelen bedekken met een vochtinbrengend product.
    • Kleine tweedegraadsbrandwondjes waarbij de huid intact is, kan je afdekken met een verband dat speciaal ontwikkeld is voor brandwonden. Let op: producten die een antibioticum bevatten gebruik je enkel op voorschrift van een arts.

Diabetes (suikerziekte)

Diabetes is een ziekte waarbij de verwerking van suikers in het lichaam verstoord is.

Dankzij een gezonde levenswijze, vaak gecombineerd met medicatie (zoals het inspuiten van insuline), kan een diabetespatiënt zijn bloedsuikergehalte min of meer stabiel houden. Soms loopt daarbij iets mis (bijvoorbeeld door verhoogde inspanning of bij ziekte).

Wordt het bloedsuikerniveau te laag, dan spreken we van hypoglycemie. Een overmaat aan bloedsuiker wordt hyperglycemie genoemd. Bij een ‘hypo’ moet je snel optreden. Hyperglycemie verloopt veel trager (uren tot zelfs dagen).

Wat stel je vast ?

Hypoglycemie (‘hypo’)

  • plotse ycemie (‘hyper’)
  • bewustzijnsstoornissen (duizeligheid, flauwte, soms zenuwachtig en wisselend humeur,
  • tekenen die lijken op dronkenschap)
  • hoofdpijn, troebel zicht
  • bleke huid
  • fel zweten
  • plots hongergevoel
  • plots beven

Hyperglycemie (‘hyper’)

  • veel drinken en urineren
  • droge mond
  • gebrek aan eetlust, soms braken
  • soms hyperventilatie
  • in ernstige gevallen: bewustzijnsverlies

Wat doe je ?

  1. Probeer te weten te komen of het slachtoffer aan diabetes lijdt.
  2. Geef een bewust slachtoffer met hypoglycemie snelwerkende suikers (frisdrank en druivensuiker).
  3. Geef daarna nog een kleine snack (traagwerkende suikers), zoals een boterham, een appel of yoghurt.
  4. Laat het slachtoffer indien mogelijk zijn bloedsuikergehalte meten.
  5. Laat een slachtoffer met hyperglycemie (overmaat aan bloedsuiker) zijn medicatie nemen als hij dat wil en vraag om de dosis te respecteren. Geef zelf nooit medicatie.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Alarmeer 112:

  • Als het slachtoffer bewusteloos is of wordt.
  • Als de toestand van het slachtoffer niet verbetert na de eerste hulp.

Breuken

Het verschil tussen een breuk en een verstuiking is niet altijd makkelijk te maken. Gelukkig zijn de eerste hulpprocedures grotendeels hetzelfde. Als je twijfelt, handel je best alsof het een breuk is.

Wat stel je vast ?

  • abnormale stand van het ledemaat
  • soms beendergeknars
  • zwelling, bloeding en/of blauwverkleuring van de huid
  • open breuk: wonde met bloedverlies en eventueel zichtbare botfragmenten

Bij twijfel ga je er best van uit dat het een breuk is.

Wat doe je?

  • Trek wegwerphandschoenen aan als er een wonde zichtbaar is (open breuk).
  • Stelp een eventuele bloeding door rechtstreeks op de wonde te drukken. Beweeg hierbij het ledemaat niet!
  • Dek een open breuk steriel af.
  • Adviseer het slachtoffer om het ledemaat zo weinig mogelijk te bewegen:
    • Vraag hem om een gebroken arm zelf stil te houden tegen de borst.
    • Laat hem niet op zijn pijnlijke voet steunen.
  • Beweeg het ledemaat zo weinig mogelijk bij de hulpverlening. Zet nooit een ledemaat in een abnormale stand opnieuw recht.
  • In afwachting van gespecialiseerde hulp, koel je een gesloten breuk af met ijsblokjes in een zakje water of een koelzakje ( niet langer dan 20 minuten). Onderbreek het afkoelen als het slachtoffer er hinder van ondervindt. Als de pijn weer opkomt, mag je opnieuw koelen op voorwaarde dat de huid terug een normale temperatuur heeft.
  • Verwijder eventuele ringen of andere nauw aanspannende sierraden.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Alarmeer 112 als het slachtoffer een breuk aan de onderste ledematen heeft. De hulpdiensten beschikken over speciaal materiaal waarmee ze een dergelijk slachtoffer kunnen vervoeren.

Een slachtoffer met een breuk aan de bovenste ledematen kan je zelf naar het ziekenhuis brengen.

Elektriciteitsongeval laagspanning

We spreken van laagspanning bij een wisselspanning van minder dan 1.00 volt (zoals bij een huishoudtoestel van 220 volt).

Wat stel je vast?

Uit de omstandigheden leid je af dat het slachtoffer een ongeval met laagspanning heeft gehad. Het slachtoffer kan bewusteloos zijn. Hij kan ademhalingsproblemen of een ademhalingsstilstand vertonen. Het slachtoffer kan hartritmestoornissen of een hartstilstand hebben. Vaak heeft het slachtoffer één of meerdere brandwonden. Kijk vooral op de plaats waar het slachtoffer contact had met de stroombron (bijvoorbeeld de handen) en waar de stroom het lichaam verliet. Er kunnen ook inwendige brandwonden zijn. Het slachtoffer kan ernstige spierkrampen hebben.

Wat doe je?

  1. Denk aan de veiligheid! Raak een slachtoffer dat verbonden is met een stroombron nooit aan.
  2. Schakel zo vlug mogelijk de stroom uit. Dit kan je doen door:
    1. De stekker van het elektrische toestel uit het stopcontact te trekken (als dat mogelijk is);
    2. Smeltzekeringen te verwijderen of de automatische zekering uit te schakelen;
    3. De hoofdschakelaar uit te zetten.
  3. Zorg ervoor dat de stroom niet terug ingeschakeld kan worden.
  4. Als je de stroom niet kan uitschakelen, probeer dan het slachtoffer en de stroombron van elkaar te verwijderen.
    1. Isoleer jezelf van de grond;
    2. Gebruik daarna een voorwerp dat geen elektriciteit geleidt (bijvoorbeeld een bezemsteel) om de stroombron van het slachtoffer te verwijderen.
    3. Wacht op komst van de brandweer of andere professionele hulpverleners als dit niet mogelijk is.
  5. Alarmeer gespecialiseerde hulp. Elk slachtoffer van een elektriciteitsongeval moet onderzocht worden. De kans bestaat immers dat er inwendige letsels aanwezig zijn of nadien nog gezondheidsklachten blijven bestaan.
  6. Zodra de stroom uitgeschakeld is of het slachtoffer van de stroombron verwijderd is, kan je veilig eerste hulp verlenen. Het slachtoffer staat dan niet meer onder spanning. Controleer het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer en handel volgens je bevindingen.

Epilepsie

Epilepsie kan verschillende symptomen veroorzaken. Soms begint een lichaamsdeel (bijv. een arm, been of het hoofd) oncontroleerbare schudbewegingen te maken.

In andere gevallen lijkt het alsof het slachtoffer er plots even niet bij is, zonder dat hij daarbij valt. Enkel bij een grote aanval (ook ‘vallende ziekte’ genoemd)  is het nodig om eerste hulp te verlenen.

Wat stel je vast ?

  • schokkende bewegingen
  • op de tong bijten
  • verlies van urine of stoelgang
  • vermoeidheid na de aanval, vaak moeilijkheden om zich iets te herinneren

Wat doe je?

  1. Verwijder voorwerpen waaraan het slachtoffer zich kan verwonden of verplaats het slachtoffer naar een veilige omgeving. Leg tijdens de schokkende fase een kussen onder het hoofd van het slachtoffer. Zo voorkom je extra verwondingen aan het hoofd.
  2. Stop niets in de mond van het slachtoffer.
  3. Registreer de kenmerken van de aanval (tijdsduur en reacties van het slachtoffer) en probeer te weten te komen of het slachtoffer een voorgeschiedenis heeft van epilepsie.
  4. Als het slachtoffer na de schokkende fase bewusteloos blijft, controleer dan de ademhaling en zorg voor een vrije luchtweg. Een bewusteloos, maar normaal ademend slachtoffer leg je in stabiele zijligging .
  5. Zorg dat het slachtoffer in een rustige omgeving kan bijkomen.
  6. Zorg voor het comfort van het slachtoffer (opfrissen, omkleden, …).

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Alarmeer gespecialiseerde hulp als:

  • niemand uit de omgeving het slachtoffer kent
  • het slachtoffer bewusteloos blijft na de aanval
  • de aanval langer dan 5 minuten duurt
  • er telkens opnieuw een grote aanval begint
  • het gaat om de eerste epileptische aanval van het slachtoffer
  • het slachtoffer onder invloed is van alcohol of drugs
  • de aanval gepaard gaat met hoge koorts
  • het slachtoffer ernstige letsels oploopt tijdens de aanval

Evacuatie

Sommige noodsituaties hebben een impact op een wijde omgeving. In het geval van een gaslek, overstroming of andere gevaarlijke situatie kunnen de hulpdiensten overgaan tot een evacuatie. De politie gaat dan van deur tot deur en de toegang tot de omgeving wordt afgesloten.

Wat doe je?

  • Zoek een plaats om te overnachten bij vrienden of familie.
  • Maak afspraken over huisdieren
  • Zet je auto op een veilige plaats.
  • Bij overstromingen: veranker losse voorwerpen in je tuin.
  • Druk de checklist bij evacuatie af. Je kan de checklist hier downloaden, samen met een affiche die je achter je raam kan hangen voor je zelf vertrekt, om aan te geven dat je huis ontruimd.
  • Als je geen onderdak vindt, voorziet de gemeente of provincie een plek om te overnachten.
  • In sommige gevallen kan je onder politiebegeleiding terug naar huis. Contacteer het noodnummer om dit na te vragen.

Preventietips

Hou steeds een noodpakketje klaar. Je kan de inhoud samenstellen aan de hand van de checklist.

 

Flauwte

Een flauwte (ook ‘syncope’ genoemd) is een kort en plots bewustzijnsverlies als gevolg van een tijdelijk verminderde bloedtoevoer naar de hersenen.

Een flauwte kan een reactie zijn op pijn, uitputting of een emotie (zoals angst of het zien van bloed). Het komt ook voor bij slachtoffers die lang rechtstaan of stilzitten (zeker in een warme omgeving).

Wat stel je vast ?

  • Bleekheid
  • Het slachtoffer ziet zwakke vlekken voor de ogen
  • Zweten, hoewel de huid koud aanvoelt
  • Zwak gevoel, soms misselijk
  • Bewustzijnsverlies en neervallen

Wat doe je ?

  1. Zorg dat het slachtoffer niet valt. Laat hem neerliggen. 
  2. Zorg voor frisse lucht, laat omstaanders afstand houden. Maak kledij los die de ademhaling kanhinderen (das, bovenste hemdsknoop).
  3. Leg koude kompressen of een vochtig washandje op het voorhoofd van het slachtoffer.
  4. Als het slachtoffer al is flauwgevallen: controleer het bewustzijn, open de luchtweg en controleer de ademhaling.
  5. Als het slachtoffer bijkomt, laat je hem geleidelijk rechtzitten en pas na een tijdje opstaan. Als het slachtoffer zich terug flauw begint te voelen, leg hem dan opnieuw neer tot hij volledig hersteld is.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Als het slachtoffer niet bijkomt na 2 minuten, leg hem dan in stabiele zijligging en alarmeer 112.

Verwijs het slachtoffer door naar een arts:

  • Als de flauwte totaal onverwacht optrad (bijvoorbeeld zonder voorafgaande emotie of zonder hevige pijn).
  • Als de flauwte herhaaldelijk optreedt.
  • Als er vermoedens zijn van hartproblemen (bijvoorbeeld flauwvallen terwijl men neerligt, tijdens een inspanning of bij een persoon met een verhoogd risico).
  • Als de flauwte optrad nadat het slachtoffer zich verwondde (bijvoorbeeld een uitgebreide kneuzing of een blauw oog).

Hoe een (dreigende) flauwte voorkomen?

Als je een flauwte voelt aankomen, ga dan neerliggen indien mogelijk.

Als je niet kan gaan liggen, kruis dan je onderbenen en duw ze krachtig tegen elkaar, terwijl je je beenspieren opspant. Op die manier kan je je bloeddruk doen stijgen, wat een dreigende flauwte helpt voorkomen. Ook op je tenen staan of neerhurken heeft hetzelfde effect.

Hoofdletsel

Een hoofdletsel is het gevolg van een direct contact van het hoofd met een voorwerp of van een plotse en hevige versnelling of vertraging van het lichaam, zoals bij een verkeersongeval of een val van de trap. Er kan schade zijn aan de huid (hoofdwonde), de schedel (schedelbreuk) of aan de hersenen (hersenschudding of hersenletsel).

Wat stel je vast ?

De symptomen zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van het letsel en treden dus niet altijd allemaal (tegelijk) op.

  • hoofdpijn en verwardheid
  • alarmsignalen die kunnen wijzen op een schedelbreuk:
    • bloedverlies of verlies van een helder vocht uit neus, mond of oor
    • een blauwe verkleuring rond de ogen (een brilhematoom)
  • alarmsignalen die kunnen wijzen op een hersenletsel:
    • ernstige stoornissen van het bewustzijn, zoals sufheid, onrust, duizeligheid, geheugenverlies of bewusteloosheid
    • last van licht en/of geluid
    • bloedverlies uit oren en/of neus
    • schokkende bewegingen of een verkrampte, gedraaide houding van armen of benen
    • vertraagde ademhaling
    • braken na een ongeval
  • wonde aan het hoofd (soms hangt een huidflap los)
  • buil
  • tekenen die wijzen op een wervelletsel

Wat doe je ?

  1. Trek wegwerphandschoenen aan als het slachtoffer bloed of ander vocht verliest.
  2. Controleer bewustzijn en ademhaling. Het vrijmaken van de luchtweg en/of reanimeren primeert boven het immobiliseren van het hoofd.
  3. Als er een hevige kracht op het hoofd heeft ingewerkt (bijv. verkeersongeval of val):
    • Let op de alarmsignalen voor schedelbreuk of hersenletsel.
    • Kalmeer het slachtoffer en overtuig hem om niet te bewegen.
    • Immobiliseer hoofd en nek van het slachtoffer. Doe dit enkel als hij wil meewerken (niet bij een onrustig slachtoffer). Dat doe je zo:
      • Kniel achter het hoofd van het slachtoffer en neem met beide handen voorzichtig het hoofd vast. Steun hierbij met je onderarmen op je bovenbenen. Doe dit zonder het hoofd van het slachtoffer te bewegen.
      • Een alternatief is met je knieën rond het hoofd van het slachtoffer te gaan zitten tot de hulpdiensten aankomen.
  4. Blijf het slachtoffer observeren. Kijk of  zijn toestand verslechtert.

Een buil koel je af met ijsblokjes in een zakje water. Houd het ijs niet rechtstreeks tegen de huid, maar wikkel er eerst een handdoek of andere doek rond.

Als het slachtoffer een hoofdwonde heeft:

  • Verzorg een lichte hoofdwonde zoals elke andere wonde.
  • Een ernstige hoofdwonde spoel je niet met water of een ontsmettingsmiddel. Onder de wonde kan immers een open schedelbreuk aanwezig zijn.
  • Laat een losse huidflap op een comfortabele manier liggen en leg een licht drukkend verband aan met kompressen en een zwachtel.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Verwijs het slachtoffer door naar een arts:

  • als hij een ernstige hoofdwonde heeft, maar zich verder goed voelt
  • als hij een kort bewustzijnsverlies heeft gehad
  • als hij zich een tijd na het ongeval onwel
  • als zijn toestand verslechtert (bijv. erger wordende hoofdpijn, misselijkheid of sufheid)

Alarmeer 112:

  • als het slachtoffer bewusteloos is
  • als er een hevige kracht op het hoofd van het slachtoffer heeft ingewerkt
  • als je één of meerdere alarmsignalen voor een schedelbreuk of hersenletsel ziet

Huidwonde

Wat stel je vast ?

Niet alle huidwonden zien er hetzelfde uit. Je kan bijvoorbeeld onderscheid maken tussen een schaafwonde, een snijwonde, een steekwonde, een scheurwonde, een bijtwonde of een schotwonde.

Wat doe je ?

Alle huidwonden kan je op dezelfde manier verzorgen:

  • Zorg ervoor dat je niet in contact komt met bloed of andere lichaamsvloeistoffen: was je handen en doe wegwerphandschoenen aan.
  • Stelp zo nodig de bloeding: druk op de wonde.  
  • Spoel de wonde met lauw stromend kraantjeswater (of ander drinkbaar water) tot ze zuiver is. Laat het water rechtstreeks op de wonde stromen om het vuil uit de wonde weg te spoelen. Blijf spoelen tot er geen vuil meer in de wonde zit. Wrijf niet in de wonde op het vuil eruit te halen.
  • Droog na het spoelen de omgeving van de wonde af, maar komt niet aan de wonde zelf.
  • Dek de wonde af, bijvoorbeeld met een steriel kompres of een wondpleister.
  • Was je handen na het verlenen van eerste hulp.

Is er geen of te weinig water beschikbaar, reinig de wonde dan met een waterig, niet-kleurend ontsmettingsmiddel. Dep eventueel met een kompres op de wonde (zeker niet wrijven). Blijf deppen tot er geen vuil meer in de wonde zit. Als er veel vuil in de wonde zit, moet je regelmatig een nieuw kompres nemen en voldoende ontsmettingsmiddel gebruiken. Ontsmet de wonde nog een keer met een zuiver kompres.

Als je bij een ernstige wonde meer dan zes uur moet wachten vooraleer een gespecialiseerde hulpverlener de wonde kan bekijken, ontsmet je de wonde best na het spoelen.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Verwijs het slachtoffer door naar gespecialiseerde hulpverleners (arts of spoedgevallen) als:

  • de bloeding niet gestelpt kan worden
  • de wonde niet goed gereinigd kan worden
  • het slachtoffer (vermoedelijk) onvoldoende beschermd is tegen tetanus (niet gevaccineerd, herhalingsvaccinatie te lang geleden, bij twijfel)
  • het slachtoffer een schaafwonde heeft die groter is dan de helft van zijn handpalm
  • botten, spieren of andere onderhuidse weefsels zichtbaar zijn
  • het gezicht, de ogen of de geslachtsdelen gekwetst zijn
  • er een voorwerp in de wonde zit
  • de wonde veroorzaakt werd door een beet van dier of mens
  • het gaat om een steekwonde met een vuil voorwerp
  • het gaat om een wonde bij een persoon met diabetes of met een verminderde immuniteit

Hypverventilatie

Bij hyperventilatie ademt een slachtoffer te snel en te diep, terwijl het verbruik van zuurstof door het lichaam normaal blijft. Het is meestal een reactie op een emotioneel geladen situatie. Het kan echter ook het gevolg zijn van een ander onderliggend probleem (bijv. hartprobleem, hersenletsel, druggebruik, stofwisselingsstoornis). In deze situaties mag je zeker niet handelen zoals bij de emotionele hyperventilatie. Daarom gebruik je de onderstaande eerste hulp enkel als je er zeker van bent dat het gaat over hyperventilatie met een psychische oorsprong (bijvoorbeeld als het slachtoffer dit zelf aangeeft).

Wat stel je vast?

  • snelle en diepe ademhaling
  • angst en onrust
  • hartkloppingen, benauwd of draaierig gevoel
  • duizeligheid of misselijkheid
  • soms tintelingen in vingers en om de mond
  • soms verkrampte vingers en tenen

Wat doe je?

  1. Breng het slachtoffer naar een rustige plek. Vraag omstaanders om wat afstand te houden.
  2. Kalmeer het slachtoffer en vraag om langzaam en rustig in en uit te ademen. Geef het voorbeeld en laat het slachtoffer jouw ademhalingsritme volgen.
  3. Als je zeker bent dat het gaat over hyperventilatie met een psychische oorsprong, kan je aan het slachtoffer voor stellen om in een zak te blazen. Is er geen zak voorhanden, laat het slachtoffer dan in zijn gesloten handen ademen.
  4. Blijf bij het slachtoffer tot het terug normaal ademt. Laat hem terug omgevingslucht inademen als hij rustiger wordt.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Alarmeer de hulpdiensten of een arts als de hyperventilatie aanhoudt of als je twijfelt of het om een andere oorzaak gaat.

Insectensteek

Beten en steken van allerhande gevleugelde en andere beestjes: eerder vervelend dan gevaarlijk. In enkele gevallen kan een insectensteek toch ernstig zijn. Als het slachtoffer bijvoorbeeld verschillende keren gestoken wordt, kan de ingespoten hoeveelheid gif voldoende zijn om een ernstige reactie uit te lokken. Ook een steek in de keelholte kan levensbedreigend zijn, omdat de zwelling de luchtweg kan belemmeren. Bij iemand die overgevoelig is voor insectengif, kan zich na één steek al een allergische reactie voordoen die kan leiden tot shock en zelfs tot de dood.

Wat stel je vast?

  • meestal plaatselijke zwelling en roodheid van de huid
  • jeuk, soms pijn op de plaats van de beet
  • ernstige reactie
    • zwelling, roodheid, jeuk en pijn die meer verspreid is over het hele lichaam
    • soms hoofdpijn en duizeligheid
    • soms misselijkheid en diarree
  • zeer ernstige reactie (anafylactische shock)
    • ademhalingsmoeilijkheden
    • slikproblemen
    • bewustzijnsverlies

Wat doe je?

  • Stel het slachtoffer gerust.
  • Verwijder zo snel mogelijk een eventuele angel. Dat doe je door van onder de insteekplaats opwaarts te drukken en te glijden met eender welk stomp voorwerp (bijv. je vingernagel, een bankkaart of de botte kant van een mes). Neem de angel niet vast met je vingers of een pincet. Daardoor zou je het achtergebleven gifzakje kunnen samendrukken en zo het resterende gif in de bloedsomloop doen terechtkomen.  
  • Spoel en koel het wondje af onder stromend water. Eventueel kan je de gestoken plaats verder afkoelen met ijsblokjes in een zakje water. Dat beperkt de zwelling, de jeuk en de pijn. Houd tijdens het afkoelen het ijs niet rechtstreeks tegen de huid, maar wikkel er eerst een handdoek of andere doek rond.
  • Laat het slachtoffer op ijs zuigen of de mond koelen met koud water als hij gestoken werd in de keelholte. Zo verminder je de zwelling.
  • Bij ademhalingsmoeilijkheden, zoek je samen met het slachtoffer naar de meest comfortabele houding (bijv. rechtop zittend, met ellebogen en onderarmen steunend op een tafel).
  • Heeft het slachtoffer een auto-injector bij zich, verhinder hem dan zeker niet om zijn medicatie in te nemen of in te spuiten. Een auto-injector is een voorgevulde injectiespuit met adrenaline waarmee iemand met een gekende allergie zichzelf kan behandelen bij een acute allergische reactie.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Verwijs het slachtoffer door naar de huisarts:

  • als je een achtergebleven angel niet zelf kan verwijderen
  • als het slachtoffer uitgebreide roodheid of een pijnlijk jeukende zwelling krijgt, maar zich verder goed voelt
  • als het slachtoffer zich geruime tijd na de steek slecht begint te voelen

Alarmeer 112:

  • als het slachtoffer tekenen vertoont van een snel opkomende allergische reactie (ademhalingsmoeilijkheden, heesheid, onwel worden, buikkrampen, jeuk en roodheid over het hele lichaam of bewustzijnsverlies)
  • als het slachtoffer gestoken werd in de keelholte

 

Kneuzingen

In de ledematen bevinden zich – naast botten en gewrichten – ook zachte weefsels, zoals bloedvaten, spieren, pezen, zenuwen en vetweefsel. Door een val, een stoot of een beklemming kunnen deze weefsels beschadigd raken. Bij een kneuzing beperkt de schade zich vooral tot gescheurde onderhuidse bloedvaatjes, maar ook de zenuwen kunnen beschadigd zijn. De inwendige bloeding is zichtbaar als een blauwe verkleuring van de huid.

Bij een ernstige kneuzing kan je zelf moelijk een onderscheid maken met andere letsels, zoals een verstuiking of een breuk. Bij twijfel ga je daarom best uit van de ergste situatie.

Wat stel je vast?

  • pijn en zwelling
  • het slachtoffer kan het lidmaat minder goed gebruiken
  • blauwverkleuring van de huid

Wat doe je?

  • Koel af met ijsblokjes in een zakje water of een koelzakje ( niet langer dan 20 minuten). Onderbreek het afkoelen als het slachtoffer er hinder van ondervindt. Als de pijn weer opkomt, mag je opnieuw koelen op voorwaarde dat de huid terug een normale temperatuur heeft.
  • Verwijder eventuele ringen.
  • Adviseer het slachtoffer om het lidmaat zo weinig mogelijk te bewegen:

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Verwijs door naar een arts:

  • als de zwelling zeer uitgesproken is
  • het lidmaat een abnormale stand vertoont
  • het lidmaat abnormaal (on)beweeglijk is
  • bij twijfel

Koortsstuipen

Vooral bij kinderen jonger dan vijf jaar kunnen stuipen optreden bij snel stijgende koorts. Soms zijn koortsstuipen zelfs het eerste teken dat het kind ziek is. Koortsstuipen zijn meestal éénmalig en betekenen niet automatisch dat het kind aanleg heeft voor epilepsie (vallende ziekte). Wel komen ze meer voor in sommige families.

Wat stel je vast ?

  • koorts
  • schokkende bewegingen
  • soms bewustzijnsverlies
  • stokkende ademhaling
  • blauwverkleuring van nagels en lippen
  • soms wegdraaiende ogen

Wat doe je ?

  • Leg het kind op de grond en maak ruimte vrij zodat het zich niet kan bezeren. Stop niets in de mond.
  • Breng het kind verkoeling door het uit te kleden en met lauw water af te deppen. Doe dit niet als het hierdoor overstuur raakt.
  • De ouders mogen het kind een koortswerend middel geven dat geschikt is voor de leeftijd en het gewicht van het kind.
  • Een kind dat stuipt, mag je niets te drinken geven.
  • Als het kind na de schokkende fase bewusteloos blijft, controleer dan de ademhaling en zorg voor een vrije luchtweg. Een bewusteloos, maar normaal ademend kind leg je in stabiele zijligging.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Alarmeer 112 en vermeld dat het kind koortsstuipen heeft.

Kortademigheid

Kortademigheid is een situatie waarbij het slachtoffer plots, zonder dat er een vreemd voorwerp de luchtwegen blokkeert, niet meer goed kan in- of uitademen. Dit kan het gevolg zijn van bepaalde chronische aandoeningen zoals astma en COPD. Soms is er een andere oorzaak voor de kortademigheid, zoals een hartaandoening, een hevige allergische reactie of een zware sportinspanning.

Wat stel je vast?

  • moeilijke, versnelde, piepende of reutelende ademhaling
  • hoesten
  • opvallend bewegende neusvleugels
  • hals- en schouderspieren trekken soms mee samen bij het ademen
  • angst en onrust
  • hartkloppingen, versnelde hartslag
  • soms blauwverkleuring aan de lippen, vingernagels of neus

Wat doe je?

  • Stel het slachtoffer gerust. Vraag hem zo rustig mogelijk te ademen.
  • Laat hem geen inspanningen doen.
  • Zoek samen naar de meest comfortabele houding. Vaak is dit zittend, voorovergebogen met de ellebogen op tafel.
  • Zorg dat het slachtoffer vrij kan ademen. Indien nodig maak je knellende kledij wat losser.
  • Vraag of het slachtoffer al eerder dergelijke aanvallen heeft gehad. Als hij medicatie bij zich heeft (bijvoorbeeld een puffertje), laat hem die dan innemen. Vraag hem de voorgeschreven dosis te respecteren.
  • Blijf bij het slachtoffer tot hij terug normaal ademt.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Alarmeer 112 als:

  • de aanval meerdere minuten duurt
  • het slachtoffer het bewustzijn verliest
  • lippen en nagels van het slachtoffer blauw verkleuren
  • medicatie die het slachtoffer neemt (puffertje) na 5 minuten nog geen effect heeft.

Verwijs het slachtoffer door naar de huisarts als het de eerste keer is dat hij een dergelijke aanval heeft gehad.

Krab van een kat

Krabben is bij katten een normaal gedrag. Een krabletsel is meestal een kleine wonde zonder ernstige gevolgen. Toch moet de wonde goed verzorgd worden.

Wat stel je vast?

Het krabletsel is meestal een rode, verdikte streep op de huid. Er kunnen puntvormige bloedingen te zien zijn. Soms krijgt het slachtoffer enkele dagen na de krab koorts, hoofdpijn en een ziektegevoel. De huidletsels kunnen uitgebreider worden op de plaats van de krab. Een of meer lymfeknopen kunnen opzwellen: je merkt dan een verdikking onder de huid van bijvoorbeeld de hals of oksel. In ernstige gevallen kan het slachtoffer bewustzijnsstoornissen of stuipen vertonen.

Wat doe je?

  1. Trek wegwerphandschoenen aan.
  2. Spoel het krabletsel zo snel mogelijk uitgebreid met water.
  3. Leg een steriel verband aan.
  4. Verwijs het slachtoffer naar gespecialiseerde hulp:
    1. Als de krab gegeven werd door een loslopende verwilderde kat;
    2. Als het slachtoffer enkele dagen na de krab ziek wordt en koorts heeft;
    3. Als het slachtoffer andere symptomen vertoont dan een huidletsel, bijvoorbeeld zwelling van een lymfeknoop, hoofdpijn of stuipen.
  5. Was je handen na het verlenen van eerste hulp.

Onderkoeling

Wist je dat…
het lichaam bij een lage omgevingstemperatuur probeert om warmte bij te houden door spierwerking (rillen), samentrekken van de bloedvaten in de huid (bleekheid) en opzetten van de haartjes (kippenvel) ? Als het verlies aan warmte te hoog wordt in vergelijking met de warmteproductie, daalt de lichaamstemperatuur. We spreken dan van onderkoeling. Daalt de lichaamstemperatuur tot onder de 35°C, dan komen heel wat processen en lichaamsfuncties in het gedrang. Bij nog lagere lichaamstemperaturen is de kans op overlijden erg groot.

Wat stel je vast ?

  • Het slachtoffer kan oncontroleerbaar rillen en klappertanden. Blijft de onderkoeling aanhouden, dan stopt dit geleidelijk aan.
  • Koude, bleke en droge huid.
  • Blauwverkleuring van lippen, oren, vingers en tenen
  • De ademhaling evolueert van snel naar langzaam en oppervlakkig.
  • Verstijfde spieren en verminderde coördinatie van de bewegingen.
  • Bewustzijnsproblemen: verwardheid, sufheid, geheugenverlies, irrationeel gedrag, vermoeidheid.
  • In ernstige gevallen: bewustzijnsverlies. 

Wat doe je?

  • Breng indien mogelijk het slachtoffer in een warmere omgeving of bescherm hem tegen verdere afkoeling.
  • Controleer bewustzijn en ademhaling. Doe dit lang genoeg! De ademhaling kan bij een onderkoeld slachtoffer dermate vertraagd zijn dat hij schijnbaar niet ademt.
  • Vermijd iedere overbodige beweging bij een ernstig onderkoeld slachtoffer. Het risico bestaat immers dat er hierdoor levensbedreigende hartritmestoornissen ontstaan.
  • Als zijn kledij nat is (bijvoorbeeld bij een drenkeling), verwijder je die alleen als er geen risico bestaat dat het slachtoffer opnieuw onderkoelt. Bij een bewusteloos slachtoffer dat niet meer rilt, moet dit uiterst voorzichtig gebeuren, bijvoorbeeld door de kledij te openen of los te knippen.
  • Als het slachtoffer nog rilt en bij bewustzijn is laat hem dan opwarmen in een slaapzak. Als die niet voorhanden is, kan je eender welk deken gebruiken (bijvoorbeeld een isolatiedeken). Je kan hem eventueel warme droge kledij laten aantrekken. Bedek ook het hoofd van het slachtoffer aangezien via deze weg veel warmte ontsnapt. Een bewust slachtoffer kan je eventueel iets warms te drinken geven.
  • Als het slachtoffer niet meer rilt en/ of bewustzijnsstoornissen heeft, is de situatie ernstiger. In dat geval moet je hem actief opwarmen, liefst onder een elektrisch deken. Is dit niet beschikbaar, gebruik dan andere warme voorwerpen (bijvoorbeeld kersenpitkussens, warme stenen of een warmwaterkruik). Let er wel op dat het slachtoffer zich niet verbrandt (bijvoorbeeld door een doek tussen de huid en het warme voorwerp te leggen). Je kan hem eventueel ook opwarmen door lichaamscontact (bijvoorbeeld door samen in een slaapzak te liggen).

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Alarmeer 112:

  • als het slachtoffer niet meer rilt
  • als zijn spieren verstijven
  • als hij bewustzijnsstoornissen vertoont
  • als hij moeite heeft met ademen

Pijn op de borstkas

Pijn op de borstkas kan een teken zijn van een hartaanval, zeker wanneer ze gepaard gaat met een drukkend en beklemmend gevoel. Het kan ook gaan om andere aandoeningen, maar steeds is het een ernstige toestand waar dringende hulp nodig is.

Wat stel je vast?

Een hartaanval begint dikwijls met vage symptomen.

  • drukkende pijn en beklemmend gevoel in de borststreek
  • uitstralende pijn naar linker- of rechterarm, rug, nek, schouders of maagstreek
  • vaak kortademigheid
  • bleke of grauwe huidskleur, met blauwverkleuring aan lippen en vingernagels
    duizeligheid
  • zweten, soms misselijkheid (lijkt op maaglast!)
  • vaak angst

Wat doe je?

  • Laat het slachtoffer stoppen met de inspanning waar hij mee bezig was. Zorg dat hij zo rustig mogelijk blijft.
  • Breng hem in een comfortabele houding (bijv. zittend of halfzittend).
  • Laat het slachtoffer zijn medicatie innemen als hij dat wil. Vraag hem daarbij de dosis te respecteren. Geef zelf geen medicatie.
  • Controleer regelmatig bewustzijn en ademhaling.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

  • Alarmeer 112. Zelfs als je niet zeker bent, mag je niet meer dan 5 minuten afwachten vooraleer je hulp inschakelt
  • Adviseer het slachtoffer om een arts te raadplegen, ook als de symptomen binnen de 5 minuten vanzelf voorbijgegaan zijn.

Processierups

Op eikenbomen vind je in bepaalde regio’s bij het begin van de zomer behaarde rupsen. Het zijn de larven van een nachtvlinder. De haartjes van de rupsen  dringen makkelijk in de huid, de ogen en de luchtwegen.Ze veroorzaken na enkele uren veel irritatie en kunnen zeer ernstige ontstekingen veroorzaken die zelfs tot blindheid kunnen leiden. De reacties op contact met de brandhaartjes verschillen sterk van persoon tot persoon. Bij herhaald contact kan de reactie erger worden.

Wat stel je vast?

  • bij contact met de huid:
    • binnen de 8 uur een pijnlijke rode huiduitslag en hevige jeuk (kan tot 2 weken duren)
    • ook letsels op andere plaatsen omdat de haartjes zich gemakkelijk verspreiden via zweet en door te krabben)
  • bij contact met de ogen:
    • binnen 1 tot 4 uur pijnlijke rode ogen
    • jeukende rode ogen
  • bij inademen van de haartjes:
    • niezen, keelpijn, slikstoornissen
    • soms ademhalingsmoeilijkheden
  • bij inslikken van de haartjes:
    • veel speeksel in de mond, ontstoken mondslijmvlies
    • soms braken of buikpijn
  • in ernstige gevallen: algemeen ziek gevoel, koorts, zweten, ademhalingsmoeilijkheden, bewustzijnsverlies

Wat doe je?

  • Trek wegwerphandschoenen aan en kledij met lange mouwen om jezelf te beschermen tegen contact met de haartjes.
  • Tracht te vermijden dat het slachtoffer zich krabt of op de huid wrijft.  
    Spoel de huid en/of de ogen grondig met water. Adviseer het slachtoffer om een douche te nemen, de haren goed te wassen en nadien andere kledij aan te trekken.
  • De uitgetrokken kledij moet zo warm mogelijk gewassen worden en in de droogkast gedroogd worden.
  • Bij lichte symptomen verdwijnt de last spontaan na enkele dagen tot weken.
  • Bij hevige jeuk kan het slachtoffer een jeukwerende crème of lotion gebruiken. Vraag raad aan de apotheker bij de keuze van het middel.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

  • Verwijs door naar een oogarts bij letsels aan de ogen. Alle haartjes moeten verwijderd worden en dat is meestal niet mogelijk met eenvoudig spoelen.
  • Verwijs door naar een arts bij ernstige klachten.
  • Alarmeer 112 als het slachtoffer ademhalingsmoeilijkheden of bewustzijnsstoornissen vertoont.
    Verwittig het gemeentebestuur of de brandweer voor het verwijderen van de rupsen.

Slangenbeet

Slangenbeten schrikken af. Nochtans verlopen de meeste slangenbeten zonder blijvende letsels. Slechts enkele soorten slangen zijn zeer giftig en kunnen de dood van een mens veroorzaken.

Wat stel je vast?

De plaats van de beet doet pijn en is gezwollen. Er zijn twee rijen van tandafdrukken te zien of een paar kleine puntvormige puntjes. Soms verkleurt de huid blauw tot zelfs groen en paars. Bij een beet van een giftige soort:

  • Kan het slachtoffer misselijk worden en braken;
  • Begint hij soms te zweten en overvloedig speeksel te produceren;
  • Is het slachtoffer dorstig;
  • Kunnen er gezichtsstoornissen (wazig of dubbel zicht) optreden;
  • Kan het slachtoffer stuipen krijgen;
  • Krijgt hij soms gevoelsstoornissen of verlammingen;
  • Kan de bloeddruk van het slachtoffer plots dalen zodat hij in shock geraakt.

Wat doe je?

  1. Let op dat je niet zelf gebeten wordt. Probeer niet om de slang te vangen. Registreer de kenmerken van de slang voor latere identificatie. Je kan eventueel een foto nemen met je gsm.
  2. Als je zeker bent welke soort gebeten heeft of als je niet weet of de slang giftig is, beschouw een slangenbeet dan altijd als ernstig en alarmeer 112.
  3. Help het slachtoffer om neer te liggen. Adviseer hem om kalm te blijven en zo weinig mogelijk te bewegen. Dat beperkt de verspreiding van het gif.
  4. Verwijder juwelen, een horloge of strakke kledij om te voorkomen dat de bloedtoevoer bij zwelling belemmerd wordt. Let op dat je het lidmaat niet te veel manipuleert.
  5. Houd het lidmaat zo onbeweeglijk mogelijk. Elke manipulatie van de wonde kan infectie, absorptie van het gif of een bloeding veroorzaken.
  6. Blijf het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer controleren. Handel volgen je waarnemingen.

Tekenbeet

Wist je dat…
een teek niet kan springen of vliegen maar aan planten of gras hangt te wachten tot hij zich op een mens of dier kan laten vallen om bloed te zuigen ? Een tekenbeet op zich is doorgaans niet gevaarlijk, maar de teek kan wel een rol spelen in het overbrengen van verschillende ziektes, zoals de ziekte van Lyme.

Wat stel je vast?

  • Een tekenbeet is niet pijnlijk en wordt vaak niet opgemerkt.
  • Na enkele uren kan de beet beginnen jeuken.
  • Volgezogen met bloed is een teek ongeveer even groot als een erwt.

Wat doe je?

  • Verwijder de teek zo snel mogelijk. Neem de teek met een tekentang of met een fijn pincet vast bij de monddelen zo kort mogelijk bij de huid van het slachtoffer. Knijp niet op het lichaam van de teek.
  • Trek de teek er in een rechte beweging uit of kijk op de gebruiksaanwijzing van de tekentang. Probeer de teek in zijn geheel te verwijderen en laat geen delen in de huid achter. Resten van de monddelen kunnen immers aanhoudende jeuk en infectie veroorzaken.
  • Spoel de wonde uitgebreid met water en ontsmet nadien
  • Gebruik geen alcohol of andere producten om de teek te verdoven.
  • Bewerk de teek niet met een lucifer of sigaret.
  • Noteer de datum en de plaats van de beet.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Verwijs het slachtoffer naar de arts:

  • als er in de eerste weken na de tekenbeet een abnormale huidverandering optreedt
  • als hij andere ziektetekens krijgt (zoals koorts of gewrichtspijn)
  • als het slachtoffer een zwangere vrouw is

Uitdroging

Als een slachtoffer meer vocht verliest dan hij inneemt, ontstaat uitdroging (dehydratatie). Het slachtoffer verliest niet alleen vocht, maar ook zouten en andere voedingsstoffen. Deze ernstige toestand kan ontstaan bij hevige diarree, braken, zweten of koorts. Het slachtoffer  gaat zich steeds zwakker voelen. Het grootste risico bestaat bij baby’s, jonge kinderen, bejaarden en door ziekte verzwakte personen.

Wat stel je vast?

  • droge mond en slijmvliezen
  • dorst (maar kleine kinderen of ouderen melden dit niet altijd)
  • de ogen liggen diep in de oogkassen
  • de huid verliest zijn soepelheid
  • weinig en donkere, sterk ruikende urine
  • algemeen zwaktegevoel
  • hoofdpijn
  • een baby kan huilen zonder tranen
  • een baby kan gedurende langere tijd droge luiers hebben

Wat doe je?

  • Zorg dat het slachtoffer regelmatig kleine hoeveelheden drinkt:
    • in minder ernstige gevallen is water voldoende;
    • bij ernstige gevallen geef je best een kant-en-klare rehydratatie-oplossing, zoals ORS (Oral Rehydratation Solution). Deze kan je aankopen bij de apotheker, in sportwinkels of winkels voor avontuurlijk reizen. Indien mogelijk vraag je best een oplossing met een verlaagd natriumgehalte.
  • Als het slachtoffer moet braken, wacht je best 5 tot 10 minuten vooraleer je opnieuw vocht toedient. Doe dit met een lepel.
  • Kinderen moeten zo snel mogelijk hun normaal eetpatroon hernemen:
    • een borstgevoede baby moet frequenter aangelegd worden
    • een flesgevoede baby moet de normale hoeveelheid melk krijgen, aangevuld met rehydratatiedrank zoals ORS
    • oudere kinderen (en volwassenen) mogen beginnen eten wanneer ze opnieuw trek hebben.
  • Was je handen met water en zeep na het contact met het slachtoffer om besmetting te voorkomen.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

Raadpleeg een arts:

  • bij baby’s, jonge kinderen, bejaarden  en door ziekte verzwakte personen met tekenen van uitdroging
  • als het slachtoffer bewustzijnsstoornissen heeft (oververmoeidheid, moeilijk wakker te krijgen, verwardheid)
  • als het slachtoffer geen vocht binnen kan houden (bijvoorbeeld door hevig braken)
  • als het slachtoffer weinig of niet urineert en de urine donker van kleur is
  • als het slachtoffer koorts heeft

Hoe uitdroging voorkomen?

Drink voldoende, wacht niet tot je dorst krijgt. Let er zeker op dat kinderen en oudere mensen in je omgeving voldoende drinken.

Drink meer dan gewoonlijk als je koorts hebt, extra inspanning doet (sport of werk) en bij warm en vochtig weer.

  • Drink regelmatig kleine hoeveelheden.
  • Varieer je drank (water, bouillon, groentensap, limonade). 
  • Eet fruit en groenten die rijk zijn aan water.

 

Vergiftiging

Wist je dat veel vergiftigingen door inslikken gebeuren bij kinderen onder de 6 jaar? Nog steeds staan flessen met giftige producten in keukenkasten en badkamers waar ze kunnen gevonden worden door peuters en kleuters.

Wat stel je vast?

  • Als iemand een giftige stof heeft ingeslikt, dan kan je dit meestal uit de omstandigheden afleiden. Je ziet bijvoorbeeld een lege geneesmiddelenverpakking liggen, je ontdekt resten van een giftig product aan de mond van het slachtoffer of je bemerkt een geopende fles.
  • Afhankelijk van het product kan je de volgende symptomen (onmiddellijk of pas na een tijdje) zien:
    • braken of braakneigingen
    • buikkrampen
    • zeer grote of zeer kleine pupillen
    • brandwonden in mond- of keelholte
    • bewustzijnsstoornissen of bewusteloosheid
    • ademhalingsmoeilijkheden (te traag, ondiep, belemmerd) of ademhalingsstilstand
    • problemen met de circulatie (bijv. hartritmestoornissen) of hartstilstand
    • tekenen van shock
    • afwijkende huidskleur (bleek, rood, blauw)
    • klamme huid, sterk zweten
    • ongecontroleerde spiersamentrekkingen (stuipen)

Wat doe je?

  • Zorg voor de veiligheid. Trek handschoenen aan (die bestand zijn tegen het product) bij contact met kledij of lichaamsdelen waarop het product zich bevindt of om de resten van de giftige stof te verwijderen.
  • Controleer het bewustzijn en de ademhaling. Geef onmiddellijk hulp bij bewusteloosheid of ademstilstand. Als je het slachtoffer in stabiele zijligging legt, doe dit dan bij voorkeur op de linkerzijde.
  • Als het nodig is om het slachtoffer te reanimeren, doe dit dan zonder mond-op-mondbeademing te geven. Beperk je tot het geven van hartmassages. Reanimeer bij voorkeur niet in een kleine gesloten ruimte, aangezien de ademlucht van het slachtoffer giftige stoffen kan bevatten.
  • Bel het Antigifcentrum en volg het advies strikt op.
    • Over vergiftiging bestaan heel wat adviezen, zoals het slachtoffer doen braken, melk geven of medicinale houtskool geven. In sommige gevallen kunnen die nuttig zijn, in andere gevallen gevaarlijk.
    • Geef het slachtoffer niets te eten of te drinken zonder advies van het Antigifcentrum of een arts.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

  • Bel steeds het Antigifcentrum op het nummer 070 245 245 en geef informatie over het product. Volgende informatie is belangrijk:
    • de leeftijd en het geschat gewicht van het slachtoffer (een kind of een volwassene);
    • de naam van het ingenomen product (bijv. naam van een giftige plant);
    • de wijze waarop het slachtoffer vergiftigd werd (inslikking);
    • een schatting van de ingenomen hoeveelheid (aantal tabletten, aantal slokken);
    • de omstandigheden van het ongeval (per ongeluk gedronken, zelfmoordpoging);
    • de toestand van het slachtoffer (bewusteloos, ademhalingsmoeilijkheden, braken).
  • Alarmeer indien nodig gespecialiseerde hulp: arts of 112 (afhankelijk van de symptomen die je ziet).

Hoe vergiftiging voorkomen?

  • Bewaar gevaarlijke producten in hun oorspronkelijke verpakking, op een voor kinderen onbereikbare plaats. Giet nooit restjes in limonade- of waterflessen.
  • Berg geneesmiddelen buiten het bereik van kinderen op. Laat ze bijvoorbeeld niet in je handtas zitten of op het nachtkastje staan. Prijs nooit geneesmiddelen aan als snoepjes als een kind ze niet wil innemen.
  • Als je in huis rookt (wat af te raden is!), maak dan de asbakken geregeld schoon, zodat kinderen er niet aan kunnen.
  • Koop bij voorkeur onderhoudsprodukten en geneesmiddelen met een kindveilige sluiting. Om een dergelijke sluiting open te maken, moeten er steeds twee bewegingen tegelijk worden uitgevoerd (drukken en draaien of trekken en draaien).
  • Eet geen paddenstoelen die je in de vrije natuur plukt, tenzij je zeer goed de eetbare van de giftige soorten kan onderscheiden.
  • Als je kleine kinderen hebt, verwijder dan eventueel tijdelijk de giftige kamerplanten. Je kan ze ook buiten hun bereik zetten. Informeer jezelf over het voorkomen van giftige planten in je tuin en zorg dat je de naam van je planten kent.
    • Leer kinderen zo vroeg mogelijk dat ze niet van kamer- en tuinplanten mogen eten.
    • Leer hen wat nog gevaarlijk is bij sommige planten bijv. fluitjes maken uit de holle stengel van de reuzenberenklauw (dit sap veroorzaakt ernstige huidirritatie).

Verslikking

Bij een verslikking komt een voorwerp, voedsel of drank terecht in de luchtweg. Gelukkig lost ons lichaam het probleem meestal zelf op. Door even flink te hoesten wordt het voorwerp verwijderd.

Soms is de toestand echter ernstig: een brok voedsel of een voorwerp kan de luchtweg helemaal afsluiten. Ademen wordt dan heel moeilijk of zelfs onmogelijk. Dit is een levensbedreigende situatie die onmiddellijke actie vereist!

Wat stel je vast ?

Om het onderscheid te maken tussen een lichte en ernstige verslikking, stel je een vraag aan het slachtoffer: ‘Heb je je verslikt?’.

Bij een lichte verslikking:

  • kan het slachtoffer op deze vraag antwoorden
  • kan hij nog spreken, hoesten of ademen

Bij een ernstige verslikking:

  • kan het slachtoffer niet antwoorden (knikt misschien wel met het hoofd)
  • kan hij niet hoesten of ademen
  • maakt hij soms hoestbewegingen zonder geluid
  • wordt het hoofd van het slachtoffer soms blauw
  • verliest hij geleidelijk het bewustzijn

Wat doe je?

Bij een lichte verslikking:

  • moedig je het slachtoffer aan om te hoesten
  • blijf je hem controleren tot hij opnieuw normaal ademt

Bij een ernstige verslikking:

  • roep je om hulp
  • sla je 5 keer op de rug
  • Als dit niet helpt, geef dan maximaal 5 buikstoten (ook Heimlich manoeuvre genoemd).
  • Is het probleem hiermee nog niet opgelost, geef dan afwisselend 5 slagen op de rug en 5 buikstoten.
  • Verliest het slachtoffer het bewustzijn, leg hem dan voorzichtig op de grond. Laat onmiddellijk 112 alarmeren en start de reanimatie. Als je tijdens het reanimeren het hoofd achterover kantelt en de kin omhoog tilt, kijk je in de mond. Zie je het voorwerp, probeer het dan te verwijderen.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

  • Alarmeer 112 als het slachtoffer het bewustzijn verliest.
  • Verwijs het slachtoffer door naar een arts:
    • Als hij na het verwijderen van het voorwerp blijft hoesten, last heeft met slikken of het gevoel heeft dat er iets in zijn keel zit. Misschien is er een stukje achtergebleven in de luchtpijp.
    • Als hij buikstoten kreeg om het voorwerp te verwijderen. Deze techniek kan immers inwendige beschadigingen veroorzaken. Elk slachtoffer dat buikstoten kreeg, moet daarom door een arts onderzocht worden.

Hoe verslikking voorkomen?

  • Neem je tijd om te eten. Snel eten, weinig kauwen en praten tijdens het eten verhogen de kans op verslikking.
  • Oudere baby’s en peuters zijn erg nieuwsgierig. Zij steken vaak voorwerpen in hun mondje. Geef hen enkel speelgoed dat geschikt is voor hun leeftijd. Plaats hen in een veilige omgeving (park, bedje, achter een spijlenhekje…) wanneer je even minder toezicht kan houden (bijvoorbeeld als je naar het toilet moet).
  • Baby’s verslikken zich nogal eens wanneer ze een flesje krijgen. Veranderen van speen kan hierbij een oplossing zijn.
  • Spelen en eten gaan nooit samen. Laat kinderen enkel aan tafel eten.

Verstuiking

We spreken van een verstuiking als de bewegingsmogelijkheid van een gewricht overschreden wordt. De botuiteinden blijven ter plaatse ten opzichte van elkaar. Bij een verstuiking worden de gewrichtsbanden uitgerekt of scheuren ze, wordt het gewrichtskapsel soms beschadigd en lopen soms ook de omgevende bloedvaten, zenuwen en andere weefsels schade op.

Wat stel je vast?

  • Het slachtoffer heeft pijn ter hoogte van het verstuikte gewricht.
  • Hij kan het betrokken gewricht moeilijk gebruiken.
  • Op de plaats van de verstuiking kunnen er zwelling en blauwverkleuring optreden.

Wat doe je?

  • Adviseer het slachtoffer om het getroffen lidmaat zo weinig mogelijk te bewegen.
  • Gaat het om een verstuiking van de bovenste ledematen? Verwijder dan ringen, want de vingers kunnen opzwellen.
  • Gaat het om een verstuiking van de onderste ledematen? Laat het slachtoffer dan zelf zijn schoenen uittrekken. Hij voelt het best wat het minst pijn doet.
  • Koel het letsel af met ijsblokjes in een zakje water of met een koelzakje. Zo ga je zwelling en pijn tegen. Heb je geen ijs? Gebruik dan koud water. Houd het ijs niet rechtstreeks tegen de huid. Wikkel het eerst in een dunne (hand)doek, zoals een keukenhanddoek. Gebruik geen badhanddoek, want die laat de koude minder goed door. Koel niet langer dan twintig minuten.
  • Onderbreek het afkoelen als het slachtoffer er hinder van ondervindt. Als de pijn weer opkomt, mag je opnieuw koelen, maar alleen als de huid weer een normale temperatuur heeft.
  • Breng een steunverband aan als dat niet te pijnlijk is voor het slachtoffer. Dat geeft steun en beperkt de pijn en het verder opzwellen van de getroffen regio.
  • Ga naar een arts als je een verstuiking vermoedt en de pijn niet overgaat na het koelen of als je twijfelt over de ernst van het letsel

Wervelletsel

Een wervelletsel is een breuk of verschuiving van één of meerdere wervels. Dit kan zowel in de hals als ter hoogte van de rug optreden. Bij een wervelletsel is er gevaar voor beschadiging van het ruggenmerg. Als het ruggenmerg ter hoogte van de hals beschadigd is, kan een groot deel van het lichaam verlamd raken of kan het slachtoffer overlijden. Ruggenmergletsels ter hoogte van de rug kunnen een verlamming van het onderlichaam veroorzaken.

Je kan een wervelletsel vermoeden bij een ongeval met grote kracht op het lichaam, zoals een verkeersongeval of een val van een trap of ladder.

Wat stel je vast?

  • Als eerstehulpverlener kan je een wervelletsel niet met zekerheid vaststellen. Je kan het enkel vermoeden. Bij twijfel over de ernst van de situatie, ga je uit van de ergste veronderstelling.
  • Denk aan een mogelijk wervelletsel bij:
    • een slachtoffer ouder dan 65 jaar dat gevallen is
    • een slachtoffer in een verkeersongeval
    • een slachtoffer dat van een hoogte gevallen is
    • een slachtoffer van een duikongeval (kan met nek of hoofd tegen de bodem gebotst zijn)
  • Het slachtoffer kan verlammingsverschijnselen hebben of een verminderd of tintelend gevoel in de ledematen.
  • Hij kan pijn hebben in de nek of de rug, al dan niet gepaard met een hoofdletsel. 
  • Het slachtoffer kan een gestoord bewustzijn vertonen: sufheid, slaperigheid, onrust, geheugenverlies, bewusteloosheid.

Wat doe je?

  • Kalmeer het slachtoffer en overtuig hem om niet te bewegen.
  • Controleer bewustzijn en ademhaling. Het vrijmaken van de luchtweg en/of reanimeren primeert boven het immobiliseren van het hoofd.
  • Immobiliseer hoofd en nek van het slachtoffer. Doe dit enkel als hij wil meewerken (niet bij een onrustig slachtoffer). Dat doe je zo:
    • Kniel achter het hoofd van het slachtoffer en neem met beide handen voorzichtig het hoofd vast. Steun hierbij met je onderarmen op je bovenbenen. Doe dit zonder het hoofd van het slachtoffer te bewegen.
    • Een alternatief is met je knieën rond het hoofd van het slachtoffer te gaan zitten tot de hulpdiensten aankomen.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in?

  • Alarmeer 112 als je een wervelletsel vermoedt.
  • Als het slachtoffer een tijd na het ongeval nog last heeft, denk dan aan een whiplash. Verwijs hem door naar de huisarts.

Wonden met een vreemd voorwerp

In een wonde kunnen kleine voorwerpen zitten zoals hout- of glassplinters, maar soms ook grotere zoals een mes, een vishaakje of een stuk metaal. Als algemene regel onthoud je best dat je een vreemd voorwerp in een wonde niet zelf verwijdert. Een uitzondering hierop is een splinter. In een eerstehulpcursus kan je een correcte techniek leren om een splinter op een ongevaarlijke plaats zelf te verwijderen.

Wat stel je vast ?

Een wonde waarin een vreemd voorwerp vast zit (bijvoorbeeld een glasscherf, een stuk metaal of een mes).

Wat doe je ?

  • Trek wegwerphandschoenen aan.
  • Laat het voorwerp steeds ter plaatse! Bij een poging om het te verwijderen zou je bijkomende schade kunnen veroorzaken. Een uitzondering op deze algemene regel is het verwijderen van een splinter.
  •  Zorg dat het voorwerp onbeweeglijk blijft.
  • Was je handen na het verlenen van de eerste hulp.
  • Verwijs het slachtoffer door naar gespecialiseerde hulp.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Schakel altijd gespecialiseerde hulp in. Naar gelang van de ernst, alarmeer je 112 of verwijs je het slachtoffer door naar de spoedgevallendienst of een arts. 

Zonneslag

Het lichaam produceert doorlopend warmte, die moet afgevoerd worden om de lichaamstemperatuur constant te houden. Dat gebeurt ondermeer door zweten en het verhogen van de huiddoorbloeding (waardoor de huid rood en warm wordt). Als de warmteproductie in het lichaam te hoog wordt in vergelijking met de warmteafgifte, ontstaan er allerlei problemen. Wordt een dergelijk slachtoffer niet snel geholpen, dan kan hij een hitteslag krijgen, wat levensbedreigend is.

Als de symptomen veroorzaakt werden door directe zonnestraling op het hoofd, spreken we van een zonneslag.

Wat stel je vast ?

  • hoofdpijn, duizeligheid in een warme omgeving (al dan niet na een inspanning)
  • soms misselijkheid en braken
  • rode huid
  • aanvankelijk fel zweten, maar het zweten vermindert naarmate het slachtoffer vochttekort krijgt (door te weinig drinken of door verdamping van zweet)
  • verkrampte spieren
  • stuipen
  • bewustzijnsproblemen: verwardheid, sufheid, bewusteloosheid

Wat doe je ?

  • Probeer de oorzaak weg te nemen:
    • Breng het slachtoffer in een koele omgeving.
    • Laat hem stoppen met grote inspanningen.
    • Haal hem uit de zon.
    • Verwijder te warme kledij.
  • Controleer het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer en handel volgens je bevindingen.
  • Koel het slachtoffer af.  Hoe ernstiger de symptomen, hoe drastischer je mag te werk gaan.
    • Richt een ventilator op het slachtoffer.
    • Leg koude kompressen of ijsblokjes in een zakje water op het lichaam (in de  lies, onder de oksels, in de nek).
    • Besprenkel of overgiet de huid met koud water.
  • Als de symptomen het gevolg zijn van grote inspanningen en het slachtoffer is goed bij bewustzijn, geef hem dan iets te drinken (bij voorkeur een sportdrankje).
  • Geef het slachtoffer geen koortsremmers. Koorts kent een ander ontstaansmechanisme.

Wanneer schakel je gespecialiseerde hulp in ?

Alarmeer 112:

  • als het slachtoffer bewustzijnsstoornissen heeft, abnormaal gedrag vertoont of moeite heeft met ademen
  • als het slachtoffer niet meer zweet

Hoe een hitteslag voorkomen ?

  • Vermijd zware inspanningen op warme dagen of in een warme omgeving als je hier niet specifiek op voorbereid bent (training, acclimatisatie).
  • Drink voldoende als het warm is. Regelmatig drinken is belangrijk, liefst in kleine hoeveelheden per keer. Ook de maaltijden bevatten bij voorkeur veel vocht (zoals koude soep, yoghurt, fruit en rauwkost).
  • Als je het lastig hebt op warme dagen (omwille van bijvoorbeeld een hogere leeftijd of een verminderde weerstand), overweeg dan de aankoop van een ventilator of een airconditioning. Neem extra douches op warme dagen.
  • Laat nooit iemand achter in een wagen die in de zon geparkeerd staat (ook geen dieren).

Nieuws