Mannen die seks hebben met mannen mogen na 12 maanden bloed geven

Het uitgangspunt voor deze voorzorgsmaatregel is de veiligheid garanderen van de patiënt die bloed toegediend krijgt. Omdat we begrip hebben voor de emoties die gepaard gaan met deze maatregel, vinden we het belangrijk om deze correct te kaderen.

We baseren ons op de laatste wetenschappelijke cijfers

Cijfers tonen objectief aan dat mannen die seks hebben met mannen een verhoogd risico hebben op hiv en andere soa’s.

  • 1 op 20 homoseksuele mannen is besmet met hiv (t.o.v. 1 op 5.000 bij mannen die geen seks hebben met mannen) (Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid, 2014)

  • MSM contacten liggen bij mannen vaak aan de basis van andere SOA’s zoals syfilis (88%), gonorroe (84%) en HCV  (100%)

  • Wetenschappelijke literatuur toont dat er een relatie is tussen MSM-contacten en een verhoogd risico op hiv bij bloeddonoren. Dit risico is volgens een studie het duidelijkst aanwezig bij mannelijke donoren die minder dan 1 jaar geleden seks hadden met een man. (Centrum voor Evidence Based-Practice van Rode Kruis-Vlaanderen, 2015)

  • Onderzoek in andere landen die hun uitstelbeleid al aanpasten naar minimum 1 jaar uitstel toont aan dat een uitstelbeleid van minstens één jaar na het laatste MSM-contact een hoge mate van veiligheid van bloedproducten voor de ontvanger garandeert.

  • Binnen een stabiele MSM-relatie is het risico dat een besmetting met hiv niet ontdekt wordt meer dan 50 keer hoger dan in een heteroseksuele relatie met een nieuwe partner. (Hoge Gezondheidsraad, 2016)

  • Bij elke donor die geïnfecteerd geraakt met hiv proberen we de manier waarop de donor besmet werd te achterhalen. In België blijkt op basis van gesprekken met deze donoren dat – ondanks het levenslange uitstel – in ongeveer 40 % van de gevallen, MSM-contacten aan de basis liggen. Uit geavanceerde genetische tests die toelaten om de meest waarschijnlijke oorzaak van hiv besmettingen te achterhalen, blijkt dat in Vlaanderen en Nederland wellicht zelfs 75 % van de besmetting bij mannelijke donoren door MSM contacten wordt veroorzaakt.

  • In landen (bv. Italië en Spanje) waar individuele risicobeoordelingen bij donoren worden uitgevoerd, ligt het aantal hiv-besmettingen bij gekende donoren 10 keer hoger dan in België.

We volgen de maatregel van de federale overheid

De federale overheid heeft wettelijk vastgelegd dat een uitsteltermijn van minimum 1 jaar van kracht is voor het geven van bloedproducten na beëindiging van seksueel contact of seksueel gedrag dat gepaard gaat met een verhoogd risico op het oplopen van via bloed overdraagbare infecties. Het gaat niet alleen om seksueel contact van een man met een andere man, maar ook om seks tegen betaling of in ruil voor geld, groepsseks of seksueel contact met een risicopersoon voor het oplopen van hiv, hepatitis B of C. Voorafgaand aan deze beslissing werd een Ronde Tafel georganiseerd waarop de diverse belangengroepen aanwezig waren (patiëntenvertegenwoordigers, holebi-verenigingen, Unia, Hoge Gezondheidsraad, WIV, academici en bloedinstellingen) met presentatie van de beschikbare wetenschappelijke evidentie door de Hoge Gezondheidsraad.

We stimuleren en doen zélf onderzoek

We volgen de epidemiologische cijfers op de voet en screenen relevant onderzoek om beleidsmakers te adviseren. Maar we doen meer dan dat: we voeren zelf onderzoek uit naar de veiligheid van bloedtransfusie. Ons Centrum voor Evidence-Based Practice deed een onderzoek over bloeddonatie door mannen die seks hebben met mannen. Hoewel er weinig kwalitatief goede studies beschikbaar zijn, geeft de bestaande literatuur aan dat er een verhoogd risico bestaat op hiv bij donoren die minder dan 1 jaar geleden seksueel contact hebben gehad met een andere man. Geen enkele studie toont aan dat bloed van mannen die seks hebben met mannen even veilig is al van mannen die niet behoren tot deze groep.

Een studie in het vaktijdschrift Transfusion (2016) beschrijft dan weer de ervaring van 3 landen (VK, Canada en Australië) die recent een tijdelijk uitstelbeleid voor MSM-donoren hebben geïnstalleerd. In geen enkel van deze 3 landen werd een stijging van hiv bij donoren vastgesteld nadat donoren werden toegelaten die meer dan 1 jaar geleden (voor VK, Australië) of meer dan 5 jaar geleden (Canada) MSM-contacten hebben gehad.

Veilig bloed: een gedeelde verantwoordelijkheid

We streven naar een zo groot en veilig mogelijke bloedvoorraad. Maar garanderen dat bloed veilig is, kan alleen maar door een combinatie van maatregelen: zelfuitsluiting van personen met risicogedrag, een strenge donorselectie, gevoelige laboratoriumtests, pathogeeninactivatie van sommige bloedproducten, melding door de donor van elk voorval dat een eerdere donatie ongeschikt maakt voor transfusie (postdonatiekaart).  De combinatie van élk van die maatregelen maakt het risico dat een infectie via een bloedtransfusie wordt overgedragen van donor naar patiënt zo klein mogelijk.

Als donor vragen we je om ons te helpen om de bloedtransfusies veilig te houden, door elke risicosituatie die op jou van toepassing is te melden voor, tijdens of na je donatie.

Is dit geen vorm van discriminatie?

We vertrekken altijd van het recht van een patiënt op veilig bloed, niet van het recht van een persoon om donor te zijn. Dit is geen maatregel van discriminatie, maar een maatregel ter bescherming van de volksgezondheid. Lesbische vrouwen met een vaste partner mogen bijvoorbeeld wel bloed geven omdat zij geen verhoogd risico op hiv lopen.

Stel dat je zelf bloed moet krijgen: dan wil je bloed dat zo veilig mogelijk is. Patiënten die frequent bloedtransfusies moeten krijgen - zoals hemofiliepatiënten bijvoorbeeld - roepen zelf op om het beleid rond donorselectie niet te funderen op politieke of sociale beschouwingen, maar op basis van risicoanalyses die vertrekken van objectieve, wetenschappelijke gegevens.

Lees het position statement van het European Haemophilia Consortium.

Bloed is toch veilig als je veilig vrijt of al jaren een vaste partner hebt?

We weten dat heel veel homoseksuele mannen veilig vrijen of monogaam zijn en begrijpen dus ook de emoties die hiermee gepaard gaan. Helaas kan een arts onmogelijk voor elke donor nagaan of hij veilig vrijt. Een uitsluiting van 12 maanden is een strenge maatregel, maar hij is duidelijk en gelijk voor iedereen die een hoger risico loopt. Wanneer in Vlaanderen hiv wordt vastgesteld bij een donor, achterhalen we in een gesprek met de donor de oorzaak van besmetting. Daaruit blijkt dat donoren vaak hun eigen risico niet goed kunnen inschatten, en zich niet bewust zijn van het risicogedrag van hun partner. Binnen een monogame homoseksuele relatie blijkt het risico dat een besmetting met hiv niet ontdekt wordt meer dan 50 keer hoger dan in een heteroseksuele relatie met een nieuwe partner (Hoge Gezondheidsraad, 2016).

Hetero’s kunnen toch ook veel wisselende seksuele partners hebben?

Bij elke kandidaat-donor stellen we vragen rond zijn of haar seksueel gedrag. Bij risicogedrag vragen we donoren altijd om tijdelijk geen bloed te geven. De uitsteltermijn van 12 maanden na beëindiging van de risicosituatie geldt niet alleen voor mannen die seks hebben met mannen, maar is van toepassing op elk seksueel contact/gedrag dat gepaard gaat met een verhoogd risico op het oplopen van een door bloed overdraagbare infectieziekte.

Wordt het bloed dan niet getest op hiv?

Toch wel, we testen alle bloed op hiv. Die tests zijn de afgelopen jaren altijd gevoeliger en betrouwbaarder geworden. Maar er is een periode – de zogenaamde vensterperiode - waarin we hiv (of een andere via bloed overdraagbare ziekteverwekker) nog niet kunnen waarnemen met een test, ook al is het in het bloed aanwezig. Voor hiv bedraagt die periode gemiddeld 11 tot 22 dagen, maar ze kan oplopen tot 6 maanden. Daarom willen we zelfs het kleinste risico op besmet bloed absoluut vermijden.

Bij mannen die seks hebben met mannen komen ook andere infectieziekten zoals syfilis en hepatitis C vaker voor. Ook al leggen we hoge kwaliteitseisen aan onze laboratoriumtests, er bestaat altijd een minimale kans op fouten. Veilig bloed is dus een combinatie van meerdere maatregelen.

Wat als mensen liegen over hun seksueel gedrag?

Dat kan helaas gebeuren. Wie liegt, stelt zijn eigen wens om bloed te geven boven de veiligheid van andere mensen die het bloed ontvangen. Daarom proberen we goed uit te leggen waarom onze selectiecriteria zo streng zijn, en waarom het zo belangrijk is om eerlijk te zijn.  Wanneer een donor hiv-positief blijkt te zijn en we het gesprek aangaan, komen het verkeerd inschatten van het eigen risicogedrag, het niet waarheidsgetrouw invullen van de medische vragenlijst en het niet kennen van het risicogedrag van de partner als belangrijkste risico’s naar voor. Uit geavanceerd genetisch onderzoek van het virus zelf dat toelaat om de meest waarschijnlijke oorzaak van hiv besmetting te achterhalen, blijkt dat in Vlaanderen en Nederland wellicht 75% van de besmetting bij mannelijke donoren door seksueel contact met een andere man wordt veroorzaakt.

Wat doen we om valse verklaringen te vermijden?

Via onze donorzelftest kunnen donoren vooraf checken of ze bloed mogen geven. Bij een bloedinzameling informeren we alle donoren over de overdracht van besmettingen via bloedtransfusie. En vlak voor het doneren is er een gesprek met een arts. Bovendien krijg je na elke donatie een postdonatiekaart met daarop jouw gegevens en onze contactgegevens. Zo kan je ons anoniem bereiken wanneer je donatie niet bruikbaar is omwille van een risicosituatie. Sociale druk kan er immers voor zorgen dat mensen verzwijgen dat ze geen bloed mogen geven. Bijvoorbeeld wanneer een persoon die is vreemdgegaan samen met zijn partner bloed gaat geven.

Wat gebeurt er als je risicosituaties niet meldt?

Personen die blootgesteld zijn aan het risico van een via bloed overdraagbare infectie, kunnen besmet zijn en nog geen symptomen vertonen (de zgn. vensterperiode). Als je doneert binnen die vensterperiode, kunnen we de infectie –ondanks onze gevoelige laboratoriumtests - niet opsporen in je bloed en kan de patiënt die jouw bloedproduct toegediend krijgt, een besmet bloedproduct krijgen.

Meld daarom elke mogelijke risicosituatie.

Zijn er andere mensen die 12 maanden lang geen bloed mogen geven?

Ja, er zijn nog andere mensen aan wie we vragen om gedurende 12 maanden geen bloed te geven omdat de risicosituatie waarin ze zich bevinden de kans op een via bloed overdraagbare infectie vergroot. Zo geldt na elk seksueel contact met verhoogd risico op het oplopen van een door bloed overdraagbare infectie een uitsteltermijn van 12 maanden.

Waarom mogen mannen die seks hebben met mannen in sommige landen wel na een kortere termijn bloed geven?

De huidige uitsluitingsmaatregelen voor MSM verschillen inderdaad van land tot land. Naast de wetenschappelijke gegevens, hangen de aanbevolen uitstelperiodes ook af van de opvattingen van de regelgevers over hoe ze het voorzorgsprincipe willen toepassen.

  • In sommige landen is het risico op het oplopen van bloedoverdraagbare infectieziekte niet hoger bij seksueel contact tussen 2 mannen dan bij heteroseksueel contact. Dat is het geval in landen waar hiv vaak voorkomt bij de bevolking.
  • In landen waar individuele risicobeoordelingen bij donoren worden uitgevoerd (bv. Italië en Spanje), ligt het aantal hiv-besmettingen bij gekende donoren 10 keer hoger dan in België. (EDQM, 2011).

Stel je vraag

  • Geboortedatum

  • verzend

Zoek een bloedafname bij jou in de buurt

Je kan pas plasma of bloedplaatjes geven als je al bloed gaf

Mag ik bloed geven?

Ben je niet zeker of je bloed mag geven? Dankzij onze donorzelftest kom je niet vergeefs naar een donatie.

+ Mag ik bloed geven?

Nieuws

  • Wij hoopten op een warme zomer en kregen hem ook! Misschien niet echt letterlijk maar wél figuurlijk! Want afgelopen twee maanden kwamen maar liefst 3.616 donoren bloed geven tijdens de opendeurweken in onze donorcentra of speciale inzamelingen georganiseerd door bedrijven. 3.616 donoren met een…

    Lees meer...
  • Elke dag fietst Hannelore Vens (24) uit Brugge naar haar werk in Aalter. Soms, als ze opziet tegen de lange tocht van 30km, neemt ze de trein. Ook op die ene dag, toen Hannelore net terug uit vakantie was en klaar om aan een nieuwe werkweek te beginnen. Maar na een ongelukkige val komt ze op de…

    Lees meer...
  • 25-08-2017 Nood aan AB plasma

    De voorraad AB plasma staat onder druk. Dit komt omdat er een zogenaamde ‘plasmawisseling’ bij één patiënt. Na een eerste oproep op 19 juli lanceerden we eind juli terug een oproep, omdat de behandeling van de patiënt terug opgestart werd. Slechts 5% van de bevolking heeft de bloedgroep die…

    Lees meer...