Verdrag (VII) nopens de verandering van handelsschepen in oorlogsschepen

Tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870 beval de koning van Pruisen, als voorzitter van de Noord-Duitse Confederatie, de oprichting van een zeemacht van vrijwilligers door de eigenaars van privé-boten uit te nodigen om deel uit te maken van de Duitse zeemacht. Naar aanleiding hiervan rees de vraag of dit in strijd was met de Verklaring van Parijs waarin de ondertekenaars de verbintenis aangingen geen privé-personen in te zetten. Hoewel in de daaropvolgende decennia algemeen aanvaard werd dat koopvaardijschepen in het reguliere leger geïncorporeerd kunnen worden, bleven nog vele vragen open. Tijdens de Tweede Haagse Vredesconferentie werd een akkoord bereikt over de algemene principes. Een aantal problemen bleven evenwel onbeantwoord. Zo kon geen akkoord bereikt worden over de vraag of de omschakeling van schepen in de haven of op volle zee kan gebeuren, en of het toegelaten is om een koopvaardijschip dat omgeschakeld is tot oorlogsschip voor het einde van de oorlog opnieuw in een koopvaardijschip te veranderen.

De verdragstekst

(aanduiding van de verdragsluitende Mogendheden)

Overwegend dat het, met het oog op de inlijving in tijd van oorlog van vaartuigen van de handelsvloot bij de oorlogsvloten, wenselijk is de voorwaarden te omschrijven waaronder deze verandering kan geschieden;

Dat echter, daar de verdragsluitende Mogendheden niet tot overeenstemming zijn kunnen geraken over de vraag of de verandering van een handelsvaartuig in een oorlogsschip in volle zee mag plaats hebben, het verstaan is dat de vraag over de plaats van de verandering buiten beschouwing blijft en geenszins in de hieronder vermelde regels bedoeld wordt;

Wensend met dat doel een verdrag te sluiten, hebben tot hun Gevolmachtigden benoemd, te weten:
 
(aanduiding van de Gevolmachtigden)

Die, na hun volmachten te hebben neergelegd, welke in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden, omtrent het volgende zijn overeengekomen:

Artikel 1 - Gezag en toezicht van vlaggestaat

Geen handelsvaartuig, dat in oorlogsschip is veranderd, kan de rechten en verplichtingen hebben aan die hoedanigheid verbonden, indien het niet onder het rechtstreeks gezag, het onmiddellijke toezicht en de verantwoordelijkheid is geplaatst van de Mogendheid wiens vlag het voert.

Artikel 2 - Uiterlijke kentekenen

De in oorlogsschepen veranderde handelsvaartuigen moeten de uiterlijke kentekenen van  oorlogsschepen van hun nationaliteit dragen.

Artikel 3 - Bevelhebber

De bevelhebber moet in Staatsdienst zijn en behoorlijk aangesteld door de bevoegde overheden. Zijn naam moet voorkomen op de lijst van de officieren van de krijgsvloot.

Artikel 4 - Bemanning

De bemanning moet onderworpen zijn aan de regels van de krijgstucht.

Artikel 5 - Respect voor wetten en gebruiken van de oorlog

Elk in oorlogsschip veranderd handelsvaartuig is gehouden in zijn verrichtingen de wetten en gebruiken van de oorlog in acht te nemen.

Artikel 6 - Opname in lijst krijgsvloot

De oorlogvoerende, die een handelsvaartuig in oorlogsschip verandert, moet die verandering zo spoedig mogelijk op de lijst van de schepen van zijn krijgsvloot vermelden.

Artikel 7 - Toepassingsgebied

De bepalingen van dit Verdrag zijn slechts toepasselijk tussen de Verdragsluitende Mogendheden en alleen indien de oorlogvoerenden allen partijen zijn bij het Verdrag.

Artikel 8 - Bekrachtiging

Dit Verdrag zal zo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.

De akten van bekrachtiging zullen in Den Haag worden neergelegd.

De eerste neerlegging van akten van bekrachtiging zal vastgesteld worden door een proces-verbaal, getekend door de vertegenwoordigers van de Mogendheden die er aan deelnemen en door de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken.

De latere neerlegging van akten van bekrachtiging zullen plaats hebben door middel van een geschreven kennisgeving gericht aan de Nederlandse Regering en vergezeld van de oorkonde van bekrachtiging.

Een gewaarmerkt afschrift van het proces-verbaal van de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de oorkonden van bekrachtiging, zal door de zorgen van de Nederlandse Regering en langs diplomatieke weg onmiddellijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regering haar tegelijkertijd de datum doen kennen waarop zij de kennisgeving ontvangen heeft.

Artikel 9 - Toetreding

De niet ondertekenende Mogendheden zijn bevoegd tot dit Verdrag toe te treden.

De Mogendheid die wenst toe te treden geeft van haar bedoeling schriftelijk kennis aan de Nederlandse Regering, onder overmaking van de akte van toetreding, die in de archieven van genoemde Regering wordt neergelegd.

Deze Regering doet onmiddellijk aan alle andere Mogendheden een gewaarmerkt afschrift toekomen van de kennisgeving, alsmede van de akte van toetreding, met aangifte van de datum waarop zij de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 10 - Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking voor de Mogendheden die aan de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging hebben deelgenomen, zestig dagen na de dagtekening van het proces-verbaal van neerlegging en voor de Mogendheden, die later de akten van bekrachtiging neerleggen of toetreden, zestig dagen nadat de kennisgeving van de neerlegging van haar akten van bekrachtiging of van haar toetreding door de Nederlandse Regering is ontvangen.

Artikel 11 - Opzegging

Moest een van de Hoge Verdragsluitende Mogendheden dit Verdrag willen opzeggen, dan wordt deze opzegging schriftelijk ter kennis gebracht van de Nederlandse Regering, die onmiddellijk een gewaarmerkt afschift van de kennisgeving doet geworden aan al de andere Mogendheden en haar daarbij de datum van ontvangst doet kennen.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de Mogendheid die er kennis van heeft gegeven en één jaar nadat de kennisgeving ervan de Nederlandse Regering heeft bereikt.

Artikel 12 - Registratie

Een register, gehouden door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, wijst de datum aan van neerlegging van de akten van bekrachtiging, geschied ingevolge artikel 8, lid 3 en 4, alsmede de datum waarop de kennisgeving van toetreding (artikel 9, lid 2) of van opzegging (artikel 11, lid 1) zijn ontvangen.

Iedere verdragsluitende Mogendheid is bevoegd kennis te nemen van dit register en er gewaarmerkte uittreksels uit te vragen.

Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden dit Verdrag van hun ondertekening hebben voorzien.

Gedaan te Den Haag, op 18 oktober 1907, in enkelvoudig exemplaar, dat neergelegd blijft in de archieven van de Nederlandse Regering en waarvan gewaarmerkte afschriften langs diplomatieke weg worden overgemaakt aan de Mogendheden die tot de Tweede Vredesconferentie zijn uitgenodigd geworden.

Stel je vraag

  • Geboortedatum

  • verzend

Detail

  • Plaats: Den Haag
  • Aangenomen: 18-10-1907
  • Inwerkingtreding: 26-01-1910

In België

  • Ratificatie: 06-08-1910
  • Inwerkingtreding: 07-10-1910
  • Ondertekening: 18-10-1907
  • Publicatie: 06-11-1910