Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidene werking te hebben

 
De Internationale Rodekruisconferentie van 1965 en de Internationale Conferentie voor Mensenrechten van 1968 benadrukten de nood aan een bijkomende regelgeving voor het gebruik van bepaalde methoden en middelen van oorlogvoering. Ook de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties sprak zich in 1968 in die zin uit (resolutie 2444 (XXIII)). Tijdens de conferentie van regeringsdeskundigen die het Internationale Rodekruiscomité in 1971 en 1972 organiseerde, ter voorbereiding van de diplomatieke conferentie van 1974-1977, overheerste de mening dat een akkoord over conventionele wapens moest worden bereikt. Massavernietigingswapens werden buiten beschouwing gelaten.

Het Internationale Rodekruiscomité riep in 1974 (Lucerne) en in 1976 (Lugano) twee expertenvergaderingen samen. De diplomatieke conferentie van 1977, ter voorbereiding van de Aanvullende Protocollen, maakte de aanbeveling om niet later dan 1979 een conferentie samen te roepen met als doel een akkoord te bereiken over het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens. Deze conferentie vond plaats van 15 september tot 10 oktober 1980. Deze conferentie aanvaardde een verdrag en drie protocollen.

Het verdrag biedt een kader waarin enkel algemene principes zijn opgenomen. Het bevat geen bepalingen die het gebruik van specifieke wapens verbieden. De bepalingen inzake de beperking van het gebruik van bepaalde wapens maken deel uit van de protocollen die aan het Verdrag zijn toegevoegd. Overeenkomstig het verdrag moeten staten hun instemming met minstens 2 protocollen bevestigen bij ratificatie of toetreding tot het verdrag.

In 1995 vond in Wenen de eerste herzieningsconferentie van de verdragsstaten plaats. Op 13 oktober 1995 aanvaardde deze een vierde protocol die het gebruik en de doorvoer van blindmakende laserwapens verbiedt. Op 3 mei 1996 werd een herziene versie van het Protocol II inzake het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen aanvaard.

De tweede herzieningsconferentie in 2001 aanvaardde een wijziging van het artikel 1 van het Verdrag waardoor het toepassingsgebied van de bestaande protocollen wordt uitgebreid tot niet-internationale gewapende conflicten. Tijdens deze conferentie werd ook de aanzet gegeven voor besprekingen over een nieuw protocol inzake niet ontplofte oorlogsresten. Op 28 november 2003 bereikten de staten een akkoord over een Vijfde Protocol inzake niet ontplofte oorlogsresten.

De verdragstekst

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

In herinnering brengend, dat iedere Staat, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, de plicht heeft zich in zijn internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld gericht tegen de soevereiniteit, de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een Staat, dan wel plaatsvindend op enige andere wijze, die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties,

Voorts herinnerend aan het algemene beginsel dat de burgerbevolking tegen de gevolgen van vijandelijkheden dient te worden beschermd,

Zich baserend op het volkenrechtelijke beginsel dat het recht van de partijen bij een gewapend conflict ten aanzien van de keuze van de methoden of middelen van oorlogvoering niet onbegrensd is, en op het beginsel dat het verboden is in gewapende conflict en wapens, projectielen en stoffen alsmede methoden van oorlogvoering te gebruiken, die naar hun aard overbodig letsel of onnodig leed veroorzaken,

Voorts eraan herinnerend dat het verboden is methoden of middelen van oorlogvoering te gebruiken, bestemd om omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het natuurlijke milieu toe te brengen, of die dergelijke schade naar kan worden verwacht, zullen toebrengen,

Hun vastbeslotenheid bevestigend dat in gevallen waarin niet wordt voorzien door dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen, of door andere internationale overeenkomsten, de burgerbevolking en de combattanten te allen tijde beschermd blijven door en onderworpen blijven aan de beginselen van het volkenrecht, die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het algemene rechtsbewustzijn,

Verlangend bij te dragen tot de internationale ontspanning, de beëindiging van de bewapeningswedloop en het wekken van vertrouwen tussen Staten, en aldus tot de verwezenlijking van het streven van alle volken in vrede te leven,

Erkennend dat het van belang is alles te doen wat kan bijdragen tot vorderingen in de richting van algemene en volledige ontwapening onder strikt en doeltreffend internationaal toezicht,

Opnieuw de noodzaak bevestigend voort te gaan met de codificatie en geleidelijke ontwikkeling van de regels van het volkenrecht, toepasselijk in geval van gewapende conflicten,

Geleid door de wens het gebruik van bepaalde conventionele wapens te verbieden of verder te beperken, en ervan overtuigd dat de op dit terrein geboekte positieve resultaten de algemene ontwapeningsbesprekingen met het oogmerk een einde te maken aan de productie, de opslag en de verspreiding van zulke wapens, kunnen vergemakkelijken,

De nadruk leggend op de wenselijkheid dat alle Staten partij worden bij dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen, vooral de militair belangrijke Staten,

Indachtig het feit dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties kunnen besluiten een mogelijke verruiming te bestuderen van het toepassingsgebied van de verboden en beperkingen, vervat in dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen,
Voorts indachtig het feit dat de Ontwapeningscommissie kan besluiten de aanvaarding te overwegen van verdere maatregelen tot verbod of beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1 - Toepassingsgebied
Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen zijn van toepassing in de situaties bedoeld in de artikelen 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor de bescherming van de oorlogsslachtoffers, met inbegrip van de situaties zoals beschreven in artikel 1, vierde lid, van Aanvullend Protocol I bij deze Verdragen.

Artikel 2 - Verhouding tot andere internationale overeenkomsten
Geen enkele bepaling in dit Verdrag of de daaraan gehechte Protocollen mag zo worden uitgelegd als zou daardoor afbreuk worden gedaan aan andere verplichtingen, die de Hoge Verdragsluitende Partijen zijn opgelegd door het internationaal humanitair recht dat van toepassing is in gewapende conflicten.

Artikel 3 - Ondertekening
Dit Verdrag staat gedurende een tijdvak van twaalf maanden te rekenen van 10 april 1981 open voor ondertekening door alle Staten op het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York.

Artikel 4 - Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding
Dit Verdrag is onderworpen aan bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door de ondertekenaars. Een Staat die dit Verdrag niet heeft ondertekend, kan tot het Verdrag toetreden.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden neergelegd bij de depositaris.
Verklaringen van instemming te zijn gebonden door aan dit Verdrag gehechte Protocollen, kunnen worden afgelegd door elke Staat wanneer deze zulks verkiest, met dien verstande dat die staat, op het tijdstip van de neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of van toetreding ertoe, de depositaris in kennis stelt van zijn instemming te zijn gebonden door ten minste twee van deze Protocollen.
Een Staat kan te allen tijde na de neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag, of van toetreding tot dit Verdrag, de depositaris in kennis stellen van zijn instemming te zijn gebonden door een aangehecht Protocol waardoor hij niet reeds was gebonden.
Een Protocol waardoor een Hoge Verdragsluitende Partij is gebonden vormt voor die Partij een integrerend deel van dit Verdrag.

Artikel 5 - Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking zes maanden na de datum van neerlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Voor elke Staat die zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding neerlegt na de datum van neerlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt dit Verdrag in werking zes maanden na de datum waarop die Staat zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft neergelegd.
Elk van de aan dit Verdrag gehechte Protocollen treedt in werking zes maanden na de datum waarop twintig Staten hebben kennis gegeven van hun instemming daardoor te zijn gebonden overeenkomstig artikel 4, derde of vierde lid van dit Verdrag.
Voor elke Staat die kennis geeft van zijn instemming te zijn gebonden door een aan dit Verdrag gehecht Protocol na de datum waarop twintig Staten hebben kennis gegeven van hun instemming daardoor te zijn gebonden, treedt het Protocol in werking zes maanden na de datum waarop die Staat heeft kennisgegeven van zijn instemming aldus te zijn gebonden.

Artikel 6 - Verspreiding
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, zowel in vredestijd als ten tijde van een gewapend conflict, dit Verdrag en die van de daaraan gehechte Protocollen waardoor zij gebonden zijn, op zo ruim mogelijke schaal in hun onderscheiden landen te verspreiden en in het bijzonder de bestudering ervan op te nemen in hun militaire opleidingsprogramma’s zodat de strijdkrachten van die akten op de hoogte kunnen zijn.

Artikel 7 - Verdragsbetrekkingen na de inwerkingtreding van dit Verdrag
Wanneer één van de partijen bij een conflict niet is gebonden door een aangehecht Protocol, blijven de door dit Verdrag en dat aangehecht Protocol gebonden partijen daardoor gebonden in hun onderlinge betrekkingen.
Een Hoge Verdragsluitende Partij is door dit Verdrag en enig daaraan gehecht Protocol dat ten aanzien van haar van kracht is, gebonden in een in artikel 1 bedoelde situatie, met betrekking tot een Staat die geen partij is bij dit Verdrag of gebonden is door het desbetreffende aangehechte Protocol, indien de laatstgenoemde partij dit Verdrag of het desbetreffende Protocol aanvaardt en toepast en de depositaris daarvan in kennis stelt.
De depositaris stelt de betrokken Hoge Verdragsluitende Partijen onmiddellijk in kennis van een ingevolge het tweede lid van dit artikel ontvangen kennisgeving.
Dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen, waardoor een Hoge Verdragsluitende Partij gebonden is, zijn van toepassing ten aanzien van een gewapend conflict waarbij die Hoge Verdragsluitende Partij betrokken is, van het soort bedoeld in artikel 1, vierde lid, van Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor de bescherming van oorlogsslachtoffers:wanneer de Hoge Verdragsluitende Partij tevens partij is bij Aanvullend Protocol I en een autoriteit zoals bedoeld in artikel 96, derde lid, van dat Protocol zich heeft verbonden de Verdragen van Genève en Aanvullend Protocol I toe te passen overeenkomstig artikel 96, derde lid van bedoeld Protocol en zich ertoe verbindt dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen met betrekking tot dat conflict toe te passen, of
wanneer de Hoge Verdragsluitende Partij geen partij is bij Aanvullend Protocol I en een autoriteit van het soort bedoeld onder letter a hierboven de verplichtingen van de Verdragen van Genève en van dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen met betrekking tot dat conflict aanvaardt en toepast. Deze aanvaarding en toepassing hebben met betrekking tot dat conflict de onderstaande gevolgen:de Verdragen van Genève en dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen worden ten aanzien van de partijen bij het conflict onmiddellijk van kracht;
de bovenbedoelde autoriteit oefent dezelfde rechten uit en neemt dezelfde verplichtingen op zich als een Hoge Verdragsluitende Partij bij de Verdragen van Genève, dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen, en
de Verdragen van Genève, dit Verdrag en de desbetreffende aangehechte Protocollen zijn gelijkelijk verbindend voor alle partijen bij het conflict.
De Hoge Verdragsluitende Partij en de autoriteit kunnen ook overeenkomen de verplichtingen van Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève op basis van wederkerigheid te aanvaarden en toe te passen.

Artikel 8 - Herziening en wijzigingen
Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij te allen tijde wijzigingen van dit Verdrag of een daaraan gehecht Protocol waardoor zij is gebonden, voorstellen. Elk wijzigingsvoorstel wordt toegezonden aan de depositaris die alle Hoge Verdragsluitende Partijen ervan in kennis stelt en vraagt of er naar hun mening een conferentie ter bestudering van het voorstel dient te worden bijeen geroepen. Indien een meerderheid van niet minder dan achttien van de Hoge Verdragsluitende Partijen daarmede instemt, roept hij onverwijld een conferentie bijeen waarop alle Hoge Verdragsluitende Partijen worden uitgenodigd. Staten die geen partij bij dit Verdrag zijn, worden voor de conferentie als waarnemers uitgenodigd;
Een zodanig conferentie kan wijzigingen overeenkomen die worden aanvaard en die in werking treden op dezelfde wijze als dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen, met dien verstande dat wijzigingen van dit Verdrag alleen kunnen worden aangenomen door de Hoge Verdragsluitende Partijen en dat wijzigingen van een bepaald aangehecht Protocol alleen kunnen worden aangenomen door de Hoge Verdragsluitende Partijen die door dat Protocol zijn gebonden.
Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij te allen tijde aanvullende protocollen voorstellen betreffende andere categorieën conventionele wapens die niet vallen onder de bestaande aangehechte Protocollen. Elk voorstel voor een aanvullend protocol wordt toegezonden aan de depositaris die alle Hoge Verdragsluitende Partijen ervan in kennis stelt overeenkomstig het eerste lid, letter a) van dit artikel. Indien een meerderheid van niet minder dan achttien Hoge Verdragsluitende Partijen daarmede instemt, roept de depositaris onverwijld een conferentie bijeen, waarvoor alle Staten worden uitgenodigd.
Een zodanige conferentie kan, met de volledige deelneming van alle ter conferentie vertegenwoordigde Staten, aanvullende protocollen overeenkomen, die worden aangenomen op dezelfde wijze als dit Verdrag, daaraan worden gehecht en in werking treden, zoals bepaald in artikel 5, derde en vierde lid, van dit Verdrag.
Indien er na een tijdvak van tien jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag geen conferentie is bijeengeroepen overeenkomstig het eerste lid, letter a) of het tweede lid, letter a), van dit artikel, kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij de depositaris verzoeken een conferentie bijeen te roepen waarvoor alle Hoge Verdragsluitende Partijen worden uitgenodigd, ter toetsing van het toepassingsgebied en de werking van dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen en ter overweging van voorstellen tot wijziging van dit Verdrag of van de bestaande Protocollen. Staten die geen partij bij dit Verdrag zijn, worden voor de conferentie als waarnemers uitgenodigd. De conferentie kan wijzigingen overeenkomen die worden aangenomen en in werking treden overeenkomstig het eerste lid, letter b), hierboven.
Op een zodanige conferentie kunnen tevens voorstellen in overweging worden genomen voor aanvullende protocollen betreffende andere categorieën conventionele wapens die niet vallen onder de bestaande aangehechte Protocollen. Alle ter conferentie vertegenwoordigde Staten kunnen volledig aan zulke beraadslagingen deelnemen. Aanvullende protocollen worden aangenomen op dezelfde wijze als dit Verdrag, worden daaraan gehecht en treden in werking zoals bepaald in artikel 5, derde en vierde lid, bij dit Verdrag.
Een zodanige conferentie kan overwegen of voorzien moet worden in de mogelijkheid van bijeenroeping van een volgende conferentie op verzoek van een Hoge Verdragsluitende Partij indien, na een tijdvak overeenkomend met dat bedoeld in het derde lid letter a) van dit artikel, geen conferentie is bijeengeroepen overeenkomstig het eerste lid, letter a), of het tweede lid letter a) van dit artikel.

Artikel 9 - Opzegging
Een Hoge Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag of elk van de daaraan gehechte Protocollen opzeggen door kennisgeving aan de depositaris.
Een zodanige opzegging wordt eerst van kracht een jaar na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de depositaris. Indien echter aan het einde van dat jaar de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt, is verwikkeld in een situatie, zoals bedoeld in artikel 1, blijft de Partij gebonden door de verplichtingen van dit Verdrag en van de desbetreffende aangehechte Protocollen tot het einde van het gewapend conflict of de bezetting, en in elk geval tot de beëindiging van de verrichtingen in verband met de definitieve vrijlating, repatriëring of nieuwe vestiging van de personen die worden beschermd door de in gewapende conflicten toepasselijke regels van het volkenrecht, en in het geval van een aangehecht Protocol dat bepalingen bevat betreffende situaties waarin het bewaren van de vrede, het verrichten van waarnemingen of soortgelijke taken worden verricht door strijdkrachten of missies van de Verenigde Naties in het betrokken gebied, tot de beëindiging van die taken.
Elke opzegging van dit Verdrag wordt beschouwd tevens te gelden voor alle aangehechte Protocollen waardoor de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt, is gebonden.
Een opzegging geldt alleen ten aanzien van de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt.
Geen enkele opzegging tast, met betrekking tot welke handeling ook die is verricht voordat de opzegging van kracht wordt, verplichtingen aan die ten gevolge van een gewapend conflict krachtens dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen reeds rusten op de Hoge Verdragsluitende Partij die opzegt.

Artikel 10 - Depositaris
De Secretaris-generaal van de Verenigde Naties is depositaris van dit Verdrag en de daaraan gehechte Protocollen.
Naast het verrichten van zijn gebruikelijke taken, stelt de depositaris alle Staten in kennis van:elke ondertekening van dit Verdrag ingevolge artikel 3;
elke neerlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of van toetreding tot dit Verdrag, verricht ingevolge artikel 4;
elke kennisgeving van instemming te zijn gebonden door aangehechte Protocollen ingevolge artikel 4;
de data van inwerkingtreding van dit Verdrag en van elk van de daaraan gehechte Protocollen ingevolge artikel 5, en
elke kennisgeving van opzegging ingevolge artikel 9 en de datum waarop deze van kracht wordt.
Artikel 11 - Authentieke teksten
Het origineel van dit Verdrag met de daaraan gehechte Protocollen, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt neergelegd bij de depositaris, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan alle Staten.

Stel je vraag

  • Geboortedatum

  • verzend

Detail

  • Plaats: Genève
  • Aangenomen: 10-10-1980
  • Inwerkingtreding: 02-12-1983

In België

  • Ratificatie: 07-02-1995
  • Inwerkingtreding: 07-08-1995
  • Ondertekening: 10-04-1981
  • Publicatie: 26-02-1995
  • Geen voorbehoud of verklaring