Verdrag (III) nopens de opening van de vijandelijkheden


De oorlog tussen Rusland en Japan die in 1904 aanving zonder oorlogsverklaring, gaf aanleiding tot het opstellen van geschreven regels over de aanvang van een oorlog. Het Instituut voor Internationaal Recht aanvaardde een resolutie in die zin in 1906. De Tweede Haagse Vredesconferentie van 1907 aanvaardde de huidige tekst.

De verdragstekst

(aanduiding van de verdragsluitende Mogendheden)

Overwegend dat het voor de veiligheid van de vreedzame betrekkingen van belang is, dat de vijandelijkheden niet beginnen zonder een voorafgaande waarschuwing;

Dat het eveneens van belang is, dat de staat van oorlog onverwijld wordt bekend gemaakt aan de onzijdige Mogendheden;

Wensend met dat doel een verdrag te sluiten, hebben tot hun Gevolmachtigden benoemd te weten:

(aanduiding van de verdragsluitende Mogendheden)

Die, na hun volmachten te hebben neergelegd, welke in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden, omtrent het volgende zijn overeengekomen:

Artikel 1 - Waarschuwing

De verdragsluitende Mogendheden erkennen dat de vijandelijkheden tussen hen niet moeten beginnen zonder voorafgaande en ondubbelzinnige waarschuwing, die de vorm van hetzij een met redenen omklede oorlogsverklaring, hetzij een ultimatum met voorwaardelijke oorlogsverklaring moet hebben.

Artikel 2 - Kennisgeving aan neutrale Mogendheden

De staat van oorlog moet onverwijld aan de onzijdige Mogendheden worden bekendgemaakt en heeft ten aanzien van deze eerst gevolg na ontvangst van een kennisgeving, die zelfs langs telegrafische weg kan worden gedaan. Evenwel kunnen de onzijdige Mogendheden zich niet op het ontbreken van kennisgeving beroepen, als zonder twijfel vaststaat, dat zij feitelijk van de staat van oorlog kennis droegen.

Artikel 3 - Toepassingsgebied

Artikel 1 van dit Verdrag heeft gevolg in geval van oorlog tussen twee of meer van de verdragsluitende Mogendheden. Artikel 2 is bindend in de betrekkingen tussen een verdragsluitende oorlogvoerende en de eveneens verdragsluitende onzijdige Mogendheden.

Artikel 4 - Bekrachtiging

Dit Verdrag zal zo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.

De akten van bekrachtiging zullen te Den Haag worden neergelegd.

De eerste neerlegging van akten van bekrachtiging zal vastgesteld worden door een proces-verbaal, getekend door de vertegenwoordigers van de Mogendheden die er aan deelnemen en door de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken.

De latere neerlegging van akten van bekrachtiging zullen plaats hebben door middel van een geschreven kennisgeving gericht aan de Nederlandse Regering en vergezeld van de oorkonde van bekrachtiging.

Een gewaarmerkt afschrift van het proces-verbaal van de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de oorkonden van bekrachtiging, zal door de zorgen van de Nederlandse Regering en langs diplomatieke weg onmiddellijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regering haar tegelijkertijd de datum doen kennen waarop zij de kennisgeving ontvangen heeft.

Artikel 5 - Toetreding

De niet ondertekenende Mogendheden zijn bevoegd tot dit Verdrag toe te treden.

De Mogendheid die wenst toe te treden geeft van haar bedoeling schriftelijk kennis aan de Nederlandse Regering, onder overmaking van de akte van toetreding, die in de archieven van genoemde Regering wordt neergelegd.

Deze Regering doet onmiddellijk aan alle andere Mogendheden een gewaarmerkt afschrift toekomen van de kennisgeving, alsmede van de akte van toetreding, met aangifte van de datum waarop zij de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 6 - Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking voor de Mogendheden die aan de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging hebben deelgenomen, zestig dagen na de dagtekening van het proces-verbaal van neerlegging en voor de Mogendheden, die later de akten van bekrachtiging neerleggen of toetreden, zestig dagen nadat de kennisgeving van de neerlegging van haar akten van bekrachtiging of van haar toetreding door de Nederlandse Regering is ontvangen.

Artikel 7 - Opzegging

Moest een van de Hoge Verdragsluitende Mogendheden dit Verdrag willen opzeggen, dan wordt deze opzegging schriftelijk ter kennis gebracht van de Nederlandse Regering, die onmiddellijk een gewaarmerkt afschift doet geworden aan al de andere Mogendheden en haar daarbij de datum van ontvangst doet kennen.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de Mogendheid die er kennis van heeft gegeven en één jaar nadat de kennisgeving ervan de Nederlandse Regering heeft bereikt.

Artikel 8 - Registratie

Een register, gehouden door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, wijst de datum aan van neerlegging van de akten van bekrachtiging, geschied ingevolge artikel 4, lid 3 en 4, alsmede de datum waarop de kennisgeving van toetreding (artikel 5, lid 2) of van opzegging (artikel 7, lid 1) zijn ontvangen.

Iedere verdragsluitende Mogendheid is bevoegd kennis te nemen van dit register en er gewaarmerkte uittreksels uit te vragen.

Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden dit Verdrag van hun ondertekening hebben voorzien.

Gedaan te Den Haag, op 18 oktober 1907, in enkelvoudig exemplaar, dat neergelegd blijft in de archieven van de Nederlandse Regering en waarvan gewaarmerkte afschriften langs diplomatieke weg worden overgemaakt aan de Mogendheden die tot de Tweede Vredesconferentie zijn uitgenodigd geworden.

Stel je vraag

  • Geboortedatum

  • verzend

Detail

  • Plaats: Den Haag
  • Aangenomen: 18-10-1907
  • Inwerkingtreding: 26-01-1910

In België

  • Ratificatie: 06-08-1910
  • Inwerkingtreding: 07-10-1910
  • Ondertekening: 18-10-1907
  • Publicatie: 06-11-1910