Marijke Peys

Stafmedewerker Internationaal Humanitair Recht

Collectieve bestraffing

Het verbod op collectieve bestraffing is een algemeen rechtsbeginsel. Dit betekent dat een straf persoonlijk en individueel moet zijn. Een straf kan slechts opgelegd worden aan de persoon die het misdrijf heeft gepleegd. Wanneer verschillende personen betrokken zijn bij eenzelfde misdrijf dan dient de straf ten aanzien van elke persoon afzonderlijk uitgesproken te worden.

Collectieve bestraffing en internationaal humanitair recht (IHR)
Dit principe, waarbij niemand veroordeeld mag worden dan op basis van een individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid, wordt ook bevestigd onder het internationaal humanitair recht en gaat terug tot artikel 50 van het Verdrag van Den Haag van 1899. Na de Eerste Wereldoorlog werd dit principe bevestigd in het Verdrag van Genève van 1929, onder andere als reactie op de executie van volledige Belgische dorpen door de Duitsers voor verzetsactiviteiten. Later is het verbod specifiek hernomen in het Derde en Vierde Verdrag van Genève van 1949. Bovendien bevat gemeenschappelijk artikel 3 in de Verdragen van Genève van 1949 een verwijzing naar het recht op een eerlijk proces.

Ook de twee Aanvullende Protocollen van 1977 bij de Verdragen van 1949 vermelden het verbod. Het gaat om een fundamenteel beginsel dat een menselijke behandeling moet waarborgen en volgens de voorbereidende teksten bij het Eerste Aanvullende Protocol van 1977 in de meest ruime zin geïnterpreteerd dient te worden. Het verbod op collectieve bestraffing moet onder het internationaal humanitair recht niet alleen gelezen worden in relatie tot een strafrechtelijke veroordeling na een gerechtelijke procedure, maar ten aanzien van elke sanctie of intimidatie ten aanzien van daden die men niet gepleegd heeft en die niet in overeenstemming zijn met het algemene principe van menselijkheid. Denk bijvoorbeeld aan administratieve sancties of intimiderende handelingen ten aanzien van de burgerbevolking om verzetsactiviteiten te voorkomen.

Regel 103 van de Studie van het Internationale Rode Kruiscomité over gewoonterecht binnen het internationaal humanitair recht bepaalt dat het verbod op collectieve bestraffing deel uitmaakt van het gewoonterecht. De studie bevestigt dat dit verbod een afgeleide is van het feit dat niemand bestraft mag worden dan op basis van een individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

Het verbod op collectieve bestraffing geldt zowel voor internationale als voor niet-internationale gewapende conflicten.

Collectieve bestraffing als oorlogsmisdaad
Het gebruik van collectieve bestraffing in tijden van gewapend conflict kan een oorlogsmisdaad zijn. Zo omschrijven de statuten van het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda en het Bijzonder Gerechtshof voor Sierra Leone collectieve bestraffing als een oorlogsmisdaad dat onder hun bevoegdheid valt.


Het Bijzonder Gerechtshof voor Sierra Leone sprak zich hier bijvoorbeeld reeds over uit in de AFCR zaak en benadrukte dat collectieve bestraffing een schending is van gemeenschappelijk artikel 3 en het Tweede Aanvullende Protocol.

Collectieve bestraffing en mensenrechten
De mensenrechten uiten niet expliciet het verbod op collectieve bestraffing, maar een dergelijke daad kan wel een schending van bepaalde mensenrechten uitmaken, in het bijzonder het recht op vrijheid en veiligheid van een persoon en het recht op een eerlijk proces.

Collectieve bestraffing in de actualiteit
De Israëlisch overheid heeft plannen aangekondigd om zes huizen op de Westbank af te breken Deze huizen behoren toe aan familieleden van Palestijnse beschuldigd van criminele feiten. Volgens het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) zou de vernietiging van deze huizen neerkomen op een collectieve bestraffing, wat verboden is onder het internationaal humanitair recht. De familieleden hebben de feiten immers niet gepleegd en zijn dus niet individueel strafrechtelijk verantwoordelijk. Het Internationale Rode Kruiscomité roept de overheid op deze plannen te herroepen.


+ meer artikels van deze expert

Gerelateerd

  • Marijke Peys

    Stafmedewerker Internationaal Humanitair Recht

    Op 19 september werden een opslagplaats van de Syrische Rode Halve Maan (SARC) en een hulpkonvooi in Aleppo, gebombardeerd. De Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging veroordeelt deze aanval fel. Hulp voor 78.000 personen Maandagavond werden een hulpkonvooi gebombardeerd en een…

    Lees meer...
  • Laura De Grève

    Stafmedewerker Internationaal Humanitair Recht

    Rode Kruis actief in Myanmar Het Internationaal Rode Kruiscomité (ICRC) en de Internationale Federatie van de Rode Kruis en de Rode Halve Maanverenigingen (IFRC) zijn, in samenwerking met de Nationale Rode Kruisvereniging van Myanmar, al vele jaren actief in Myanmar. Ze komen tegemoet aan de…

    Lees meer...
  • Laura De Grève

    Stafmedewerker Internationaal Humanitair Recht

    Het rode kruis, de rode halve maan en het rode kristal zijn universele tekenen van hoop voor mensen in humanitaire crisissen. Voor gemeenschappen die trauma’s ondervinden van gewapende conflicten, interne onrust en noodsituaties zijn de emblemen het teken dat neutrale en onpartijdige hulp onderweg…

    Lees meer...
  • Marijke Peys

    Stafmedewerker Internationaal Humanitair Recht

    Foltering, onmenselijke of onterende behandelingen zijn te allen tijde verboden. Het gaat om een absoluut verbod. Ondanks dit verbod worden nog steeds heel wat mensen het slachtoffer van dergelijke behandelingen. De Verenigde Naties erkent 26 juni als een dag waarop steun wordt betuigd aan de…

    Lees meer...