www.rodekruis.be

Ga naar inhoud.
Ga naar hoofdnavigatie.

U bent hier: home > steun ons > bloed geven > 12 veelgestelde vragen over plasma en bloedplaatjes geven

Bloed geven

Print

Plasma en bloedplaatjes geven

1.   Wat is plasma eigenlijk?

Bloed bestaat voor 55% uit plasma en voor 45% uit bloedcellen. Plasma is het geelachtige vloeibare gedeelte van het bloed. Het bestaat voor 93% uit water en zorgt voor het transport van de bloedcellen door het lichaam. De overige 7% zijn stoffen zoals suikers, vetten, zouten, hormonen, vitaminen en eiwitten. De eiwitten spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling en bij je ziekteafweer.

2.   En wat zijn bloedplaatjes?

Bloedplaatjes zijn bloedcellen. Ze zijn onmisbaar bij het stelpen van bloedingen. Bloed bevat dan ook veel bloedplaatjes: zo’n 150 tot 450 miljard bloedplaatjes per liter bloed.

3.   Mag ik plasma en bloedplaatjes geven?

Iedereen in goede gezondheid tussen 18 en 66 jaar oud mag bloed geven. Vanaf de 66ste verjaardag tot en met de dag vóór de 71ste verjaardag worden ook gekende donoren toegelaten voor een bloeddonatie indien de laatste donatie (bloed, plasma, bloedplaatjes of dubbele rode bloedcellen) niet langer dan 3 jaar geleden is.

4.   Duurt de afname lang?

Een plasma-afname duurt ongeveer 30 minuten, een bloedplaatjesafname neemt ongeveer anderhalf uur tijd in beslag. Voor je plasma of bloedplaatjes mag geven, moet je een vragenlijst invullen en door een arts onderzocht worden. Na de afname bieden we je een drankje aan om het verloren vocht te compenseren. In totaal houd je dus best een uurtje vrij.

5.   Hoe vaak mag ik plasma en bloedplaatjes geven?

Je kunt tot 30 keer per jaar een gift doen. Daarvan mag je maximaal 24 keer bloedplaatjes geven. Plasma en bloedplaatjes kan je om de twee weken geven. Na een bloedgift moet je twee weken wachten voor je weer plasma mag geven, en vier weken voor je weer bloedplaatjes mag geven.

6.   Hoeveel plasma of bloedplaatjes mag ik geven?

Bij een afname geef je maximaal 575 ml plasma of 500 ml bloedplaatjes. De arts bepaalt de hoeveelheid. Als je gezond bent, kan je best wat plasma missen. De stoffen in je plasma maakt je lichaam continu aan. Ook na een bloedplaatjesgift maakt je lichaam snel nieuwe bloedplaatjes aan.

7.   Doet een afname pijn?

Plasma of bloedplaatjes geven doet geen pijn. Je voelt alleen de naaldprik. Daarna begint de afname. Het plasma of de bloedplaatjes wordt verzameld in de plasma- of plaatjeszak, de andere bloedbestanddelen krijg je terug toegediend. Daar voel je weinig van.Ook het weghalen van de naald is pijnloos.

8.   Is plasma en bloedplaatjes geven veilig?

Plasma en bloedplaatjes worden afgenomen door gespecialiseerde medewerkers. Zowel het zakje waarin plasma of bloedplaatjes terechtkomen, de leidingen die je bloed naar de machine voeren, als de naald zijn steriel en zijn bestemd voor eenmalig gebruik. Alleen voor jou dus. Er is geen enkel risico op besmetting.

9.   Wordt mijn gift getest?

Iedere gift wordt getest. Laboratoriumtests gaan de gezondheid van de donor na en controleren of het plasma of de bloedplaatjes geschikt zijn voor patiënten.

10.  Wat gebeurt er als de tests niet goed zijn?

We contacteren je persoonlijk als de laboratoriumtests aantonen dat er iets niet in orde is met je gift.

11.  Wie help ik met mijn plasma?

Soms krijgt een patiënt een zakje plasma in zijn geheel toegediend. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij zware operaties, brandwonden of bij problemen met de bloedstolling. Er worden ook een hele reeks geneesmiddelen uit plasma gemaakt. De belangrijkste zijn bloedstollingsfactoren en afweerstoffen die ons beschermen tegen infectieziektes.

12.  En wie help ik met mijn bloedplaatjes?

Sommige mensen hebben te weinig bloedplaatjes, bijvoorbeeld omdat ze chemotherapie hebben ondergaan, omdat ze een bloedziekte hebben of omdat ze een zware bloeding hebben gehad. Daardoor lopen ze een groot risico op levensbedreigende bloedingen, want bloedplaatjes helpen bij de stolling van bloed en dus bij het stoppen van bloedingen. Jouw bloedplaatjes kunnen deze mensen helpen.