Op 16 februari 2010 heeft Burkina Faso als dertigste staat het Verdrag inzake clustermunitie ondertekend. Deze historische gebeurtenis betekent dat het vereiste aantal staten om het verdrag in werking te laten treden, bereikt is. Het verdrag treedt formeel in werking op 1 augustus 2010.
Lijden beëindigen
De Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging is een grote voorstander van het Verdrag inzake clustermunitie. Het verdrag is verbiedt het gebruik, de productie, opslag en de overdracht van clustermunitie. Het vereist ook de ontruiming van verontreinigde grond, de vernietiging van bestaande voorraden en het verlenen van zorg en bijstand aan slachtoffers van clustermunitie. Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) roept alle staten op om zo spoedig mogelijk toe te treden tot het verdrag.
Het internationaal humanitair recht en clustermunitie
Het gebruik van clustermunitie is om meerdere redenen problematisch en moeilijk te verenigen met de beginselen van het internationaal humanitair recht. Door het grote bereik van de wapens en de beperkte nauwkeurigheid is het moeilijk om een onderscheid te maken tussen militaire doelwitten, burgerbevolking en hun goederen. Bovendien blijkt heel wat van deze munitie onbetrouwbaar. Dit heeft tot gevolg dat vele submunitie niet ontploft, waardoor deze als explosieve oorlogsresten achterblijven. Ze hebben dan dezelfde werking als landmijnen. Ze zijn in de meeste gevallen zelfs dodelijker.
Dertig verdragsluitende landen
De dertig landen die het verdrag tot op heden geratificeerd hebben, zijn: Albanië, Oostenrijk, België, Burkina Faso, Burundi, Kroatië, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, de Heilige Stoel, Ierland, Japan, de Democratische Volksrepubliek Laos, Luxemburg, Macedonië, Malawi, Malta , Mexico, Moldavië, Montenegro, Nicaragua, Niger, Noorwegen, Nieuw-Zeeland, San Marino, Sierra Leone, Slovenië, Spanje, Uruguay en Zambia.