Naast de impact op individuele slachtoffers, heeft het gebruik van clustermunitie ook grote sociaal-economische gevolgen voor een ganse leefgemeenschap. In de praktijk wordt clustermunitie tijdens gewapende conflicten vaak in of nabij bewoonde zones ingezet. Zo kwam in Laos en Cambodja 20% van alle submunitie neer op een afstand van minder dan één kilometer van een dorp. De impact ervan is vergelijkbaar met die van antipersoonsmijnen.
De landen en regio’s waar clustermunitie gebruikt werd, zijn meestal arm en in belangrijke mate afhankelijk van de landbouw. Niet-ontplofte submunities vergroten de kwetsbaarheid van dergelijke gebieden omdat ze landbouwers de toegang tot hun weiden, velden en waterbronnen ontzeggen. Het hoeden van vee of bewerken van grond wordt levensgevaarlijk. Ganse oogsten gaan verloren en ouders durven hun kinderen niet meer naar school te sturen.
De aanwezigheid van niet-ontplofte submunities vertraagt of verhindert ook de reconstructie na het einde van het conflict. Huizen, scholen, wegen en andere infrastructuur kunnen niet of slechts langzaam heropgebouwd worden vanwege het verborgen gevaar. Vluchtelingen en ontheemden zijn niet in staat om terug te keren naar hun woonst. De ontwikkelingskansen van het getroffen gebied worden zo ernstig aangetast.