www.rodekruis.be

Ga naar inhoud.
Ga naar hoofdnavigatie.

U bent hier: home > internationaal > internationaal humanitair recht > clustermunitie > de humanitaire impact van clustermunitie

Internationaal humanitair recht

Print

De slachtoffers

Ontploffende submunities richten over het algemeen meer lichamelijke schade aan dan antipersoonsmijnen en doden of verwonden vaak meerdere personen tegelijkertijd. Slachtoffers die de explosie overleven, verliezen doorgaans één of meerdere ledenmaten: handen, voeten, benen en/of armen. Ook beschadiging van de ogen en de vitale organen komt dikwijls voor.

De lichamelijke schade gaat gepaard met psychische trauma’s. Overlevenden lijden aan een verlies van waardigheid en zelfrespect en vallen vaak ten prooi aan discriminatie en uitsluiting. De psychische gevolgen worden nog vergroot wanneer het slachtoffer door zijn verwondingen niet langer de rol kan vervullen die het voorheen in de familie of gemeenschap had. Ernstig gehandicapten zijn niet in staat hun vroeger werk te hervatten en raken daardoor werkloos.

De groepen die het meest gevaar lopen om het slachtoffer te worden van clustermunitie zijn  volwassen mannen, kinderen en terugkerende vluchtelingen. Drie vierden van alle slachtoffers zijn van het mannelijk geslacht. Velen zijn arm en niet-geschoold. Vrouwen lopen doorgaans minder risico.

De risicogroepen

Volwassen mannen vormen de meest kwetsbare groep. Als kostwinner van het gezin vervullen zij vaak landbouwactiviteiten en lopen daarbij het gevaar achtergebleven submunities te doen ontploffen. Wanneer volwassen mannen gedood of gewond raken, betekent dat een bijzonder groot economisch verlies voor de familie.

Kinderen zijn de tweede meest getroffen groep. Vooral jongens tussen de 5 en 15 jaar lopen gevaar wanneer ze meehelpen op het veld, vee hoeden of hout sprokkelen. Ze worden ook sneller aangetrokken door objecten waarvan ze de gevaren niet kennen. Sommige submunities zijn geel gekleurd om de zichtbaarheid ervan te vergroten. Net omwille van die opvallende kleur zijn ze interessant voor kinderen.

Terugkerende vluchtelingen lopen eveneens een bijzonder risico. Ze hebben er soms geen idee van of en waar er in hun dorp clustermunitie gebruikt werd. Bij het opnieuw betrekken van hun huizen, het ruimen van puin en het herbetreden van hun velden kunnen ze achtergebleven submunities doen ontploffen.

Armen en niet-opgeleiden zijn sterk oververtegenwoordigd in de groep van slachtoffers. Zelfs wanneer ze weten dat hun weiden en velden met submunities bezaaid zijn, hebben armen vaak geen andere keuze dan deze toch te bewerken. Hun overleven hangt er immers van af. Een andere gevaarlijke overlevingsactiviteit is het verzamelen van oud ijzer van niet-ontplofte munitie.

Gerelateerde info