De menselijke kost van het gebruik van clustermunitie is zeer hoog. In een studie van Handicap International van 2007 werden in totaal 13.306 slachtoffers in meer dan 20 landen geregistreerd. Zo’n 98% van die slachtoffers zijn burgers. Schattingen over het aantal niet-geregistreerde slachtoffers variëren van 55.000 tot 100.000.
De onnauwkeurigheid van clustermunitie is verantwoordelijk voor een deel van het totale aantal slachtoffers, namelijk die burgers die tijdens de aanval zelf gedood of gewond raken. De meeste slachtoffers vallen echter niet tijdens de aanval, maar erna. Clustermunitie blijft jaren en zelfs decennia na het einde van een gewapend conflict doden. Dat komt doordat het wapen onbetrouwbaar is en veel van de submunities bij impact niet ontploffen.
Niet-ontplofte submunities zijn uiterst gevaarlijk omdat ze extreem gevoelig zijn. De geringste aanraking kan een dodelijke explosie veroorzaken. Soms volstaat zelfs de vibratie van een voorbijrijdende wagen, kar of fietser. Wegens de extreme gevoeligheid van het ontstekingsmechanisme, zijn niet ontplofte submunities veel gevaarlijker dan andere soorten niet-ontplofte munitie.
De bedreiging die niet-ontplofte submunities vormen is vergelijkbaar met die van antipersoonsmijnen. Net als antipersoonsmijnen zijn ze doorgaans erg klein en daardoor moeilijk zichtbaar. Ze belanden in struiken en bomen, op daken van huizen, tussen puin, op de aarde of in het water. Door landbouwactiviteiten of de weersomstandigheden raken ze soms begraven onder de grond waar ze, net als een landmijn, verborgen op een slachtoffer liggen te wachten.
De omvang van het probleem
De slachtoffers
Impact op leefgemeenschappen