www.rodekruis.be

Ga naar inhoud.
Ga naar hoofdnavigatie.

U bent hier: home > internationaal > internationaal humanitair recht > clustermunitie > clustermunitie in het internationaal humanitair recht

Internationaal humanitair recht

Print

Clustermunitie in het internationaal humanitair recht

Het gebruik van clustermunitie is niet verboden door het Conventioneel Wapenverdrag van 1980. Ook andere internationale verdragen bevatten (voorlopig) nog geen specifieke regels met betrekking tot dit wapen. Om te beoordelen of het gebruik van clustermunitie in overstemming is met het internationaal humanitair recht, moet dus gekeken worden naar de algemene regels.

De algemene regels

Het internationaal humanitair recht bevat talrijke regels met betrekking tot het voeren van militaire operaties. Ze zijn gebaseerd op volgende fundamentele principes:

  • Het principe van onderscheid tussen burgers en strijders: enkel strijders en militaire doelen mogen worden aangevallen.
  • Het verbod op niet-onderscheidende aanvallen: wapens en gevechtsmethoden die geen onderscheid kunnen maken tussen burgers en strijders zijn verboden.
  • Het principe van proportionaliteit: bij het aanvallen van een militair doel mag de schade aan burgers of hun goederen niet buitensporig zijn in verhouding tot het te verwachten militaire voordeel van de aanval.

De praktijk in gewapende conflicten heeft aangetoond dat deze basisregels bij het gebruik van clustermunitie op grote schaal geschonden worden.

De schendingen

Wegens zijn onnauwkeurigheid en onbetrouwbaarheid is clustermunitie niet geschikt om ingezet te worden in bewoonde zones. Toch gebeurde dat tijdens de oorlogen van de voorbije decennia keer op keer, vaak op massale schaal. Grote aantallen burgers kwamen daarbij om.

De meeste typen clustermunitie zijn niet in staat om een onderscheid te maken tussen burgers en strijders. Wanneer de munitie in een bewoonde zone gebruikt wordt, komt dat dus neer op een niet-onderscheidende aanval.

Omwille van zijn onbetrouwbaarheid vormt clustermunitie ook na een aanval nog een gevaar. Niet-ontplofte submunities bedreigen vooral burgers, zelfs decennia na het einde van een gewapend conflict. Uit statistieken van Handicap International blijkt dat niet minder dan 98% van de geregistreerde slachtoffers onschuldige mannen, vrouwen en kinderen zijn.

Zelf indien er tijdens de eigenlijke aanval geen burgers in de buurt zijn, is het gebruik van clustermunitie vaak niet-proportioneel. Het militair nut van het wapen weegt namelijk niet op tegen de langetermijnschade die het aanricht aan de burgerbevolking en zijn leefomgeving.

De realiteit leert dat de bestaande, algemene regels van het internationaal humanitair recht bij het gebruik van clustermunitie niet of nauwelijks nageleefd worden. Net als het geval was voor antipersoonsmijnen, is er daarom nood aan een specifiek verdrag voor dit type wapen.

Gerelateerde info