Het Eerste en Tweede Aanvullende Protocol bij de Verdragen van Genève werden aangenomen op 8 juni 1977. Ze vormen een mijlpaal in het internationaal humanitair recht omdat ze de bestaande regels aan de realiteit van de toenmalige gewapende conflicten aanpasten en zo een betere bescherming bieden. Basisprincipes, zoals het principe van onderscheid tussen burgers en strijders, werden er voor het eerst expliciet in vastgelegd.
Het Eerste Aanvullende Protocol heeft betrekking op internationale gewapende conflicten. Nationale bevrijdingsoorlogen tegen een koloniale overheersing, een vreemde bezetting of een racistisch regime worden voor het eerst tot die categorie van conflicten gerekend. Het Protocol kent aan leden van guerillabewegingen het strijderstatuut toe en introduceert essentiële regels met betrekking tot het voeren van de vijandelijkheden.
Het Tweede Aanvullend Protocol is veel minder uitgebreid dan het eerste. Desalniettemin betekende het een ware doorbraak in het internationaal humanitair recht. Het Protocol was immers het eerste internationaal verdrag is dat exclusief gewijd is aan de bescherming van personen in niet-internationale gewapende conflicten.