Interventies in de kijker
Het Rode Kruis biedt psychosociale bijstand aan slachtoffers en familieleden bij incidenten. Dit kan gaan om kleine rampen of ongevallen. Daarnaast verlenen we ook psychosociale hulp op verzoek van organisaties na een ongeval of een andere schokkende gebeurtenis. Voorbeelden hiervan zijn: psychosociale opvang voor het personeel van een restaurant na een gewapende overval, opvang van personeelsleden na een zelfmoord van een collega op het werk...
2010 - Treinramp in Halle:
15 februari 2010 - Naar aanleiding van de treinramp vlakbij Halle is de dienst Dringende Sociale Interventie (DSI) in actie gekomen. Vele DSI-vrijwilligers uit verschillende provincies kwamen ter hulp voor de psychosociale opvang van de slachtoffers en hun familieleden. In Buizingen werd een onthaalcentrum opgericht voor niet-gewonde slachtoffers én voor familieleden of kennissen die op zoek waren naar hun verwant. Hier kregen zij een eerste opvang en werden ze geregistreerd.
Al snel werd in de media een nummer vrijgegeven waar iedereen naar kon bellen die een vermoeden had dat één van zijn verwanten betrokken was bij het treinongeval. Al deze telefoonoproepen kwamen terecht in het telefooninformatiecentrum dat werd opgericht in de provinciale zetel van het Rode Kruis te Leuven. DSI-vrijwilligers stonden hier in voor de ondersteuning van de ongeruste bellers en het geven van informatie over de betrokken slachtoffers bij de treinramp.
Er werden DSI-vrijwilligers gestuurd naar alle locaties waar er slachtoffers van de treinramp waren. Vanuit al deze locaties werd de informatie over slachtoffers verzameld en gecentraliseerd ter hoogte van de provinciale zetel van het Rode Kruis te Leuven. Hier stonden DSI-vrijwilligers in voor het verwerken van de informatie zodanig dat familieleden zo snel mogelijk geïnformeerd werden over hun verwant. Ook dagen na de ramp bood DSI nog ondersteuning aan de familieleden van overleden- en vermiste slachtoffers.
Brand in Ronse: een DSI hulpverlener getuigt
22 oktober 2008 – De telefoon gaat, het Rode Kruis! Of ik zo snel mogelijk ter plaatse kan komen. Een appartementsblok staat in brand en 20 personen moeten geëvacueerd worden. Het is vroeg in de ochtend, maar ik ben onmiddellijk klaarwakker en spring mijn bed uit.
Dit wordt mijn eerste interventie als kersverse hulpverlener van DSI (Dringende Sociale Interventie) van het Rode Kruis. Nu zal ik voor het eerst écht slachtoffers bijstaan. De brand, da’s voor de brandweer. Wij van DSI bekommeren ons om de mensen. Want ook al zijn ze niet gewond, zo’n evacuatie is toch een ingrijpende en schokkende gebeurtenis.
Alle inwoners van het appartementsbok moeten geëvacueerd worden. Ik en mijn DSI-collega’s en enkele andere hulpverleners vangen hen op. We informeren hen en ondersteunen hen zo goed mogelijk in het herbergingscentrum. We luisteren naar hun verhaal en zoeken samen naar oplossingen voor praktische problemen. Rond de middag is onze taak afgerond.
Moe maar voldaan rijd ik weer naar huis. Ik ben heel blij dat ik de stap heb gezet om vrijwilliger bij het Rode Kruis te worden. Mensen helpen, daar doe ik het voor.
Opvang van gerepatriëerde Belgen
Op dinsdag 18 maart 2008 stond het Rode Kruis in voor de opvang van gerepatrieerde Belgen vanuit Guatemala. Het zijn de vrijwilligers van de Rode Kruis dienst Dringende Sociale Interventie die deze opvang verzorgden.
Astrid Fortuin: “Men vroeg mij de familieleden van de slachtoffers op te vangen en voor te bereiden op de terugkeer van hun familie. De slachtoffers werden door collega-hulpverleners opgewacht aan het vliegtuig en begeleid naar een rustig lokaal waar hun familie op hen wachtte. Daar vond in alle sereniteit de reünie plaats; buiten het zicht van de camera's, wat door de mensen erg geapprecieerd werd. Zowel de slachtoffers als hun familie hadden de mogelijkheid om hun verhaal te vertellen en kregen een woordje uitleg over de gevolgen van een schokkende gebeurtenis en hoe je daarmee om kan gaan. Dit was mijn eerste DSI-interventie, maar ik kijk uit naar meer.”
Geen crisis in het crisiscentrum na de tsunami
Het Rode Kruis doet veel meer dan enkel medische noodhulp verlenen. De speciaal opgeleide vrijwilligers van Dringende Sociale Interventie (DSI) vangen ook de niet-gewonde slachtoffers op, verzamelen informatie over de slachtoffers, begeleiden familieleden, zoeken slaapplaatsen voor de geëvacueerden...
Bijvoorbeeld in het crisiscentrum van het ministerie van Buitenlandse Zaken was de inzet van DSI cruciaal na de tsunami in Zuidoost-Azië. Op 26 december 2004 sloeg daar het noodlot toe. In totaal bemanden 102 Rode Kruisvrijwilligers de telefooncentrale om vragen te beantwoorden en verwerkten 73 vrijwilligers de gegevens van ongeruste familieleden. Gedurende enkele weken wisselden DSI-vrijwilligers van de verschillende provincies elkaar af. Daarnaast boden een dertigtal vrijwilligers psychosociale ondersteuning bij de aankomst van Belgische toeristen uit het rampgebied.