www.rodekruis.be

Ga naar inhoud.
Ga naar hoofdnavigatie.

U bent hier: home > activiteiten > hulp op evenementen > uit de praktijk

Hulp op evenementen

Print

Uit de praktijk

Rocking Rode Kruis

Niet alle festivalgangers overleven zonder kleerscheuren het Rock Werchter-weekend. Elk jaar opnieuw passeren er honderden langs de tenten van het Rode Kruis, waar tientallen vrijwilligers klaarstaan om de eerste pijn te verzachten.

Rode Kruisvrijwilligers Jos, Bruno, Marion en Nele draaien al een aantal jaren mee op dit festival. Hun grootste bezorgdheid is elk jaar opnieuw de deinende massa die voor heel wat ongelukken zorgt. Zeker wanneer een groep het publiek ophitst.

Volgens Bruno brengt de ene act al wat meer risico mee dan de andere: “Met Rammstein of The Offspring op het podium wisten we op voorhand dat we paraat moesten staan. Onze posten werden dan overspoeld met ‘stagedivers’ en ‘bodysurfers’ die verkeerd landden.” Dat is nu verboden net zoals er geen flessen meer op het terrein mogen.

Ook daarvan kent Bruno de voorgeschiedenis. “Toen Sting hier optrad, interpreteerden sommige toeschouwers het liedje ‘Message in a Bottle’ wat al te letterlijk. De glazen flessen met boodschappen in vlogen door de lucht. Zulke incidenten zijn echter veeleer zeldzaam. De meeste standaardproblemen zijn onschuldig en nogal weersgebonden. Bij slecht weer gaat het dan over onderkoeling, bij goed weer over een zonnesteek, appelflauwtes of uitdrogingsverschijnselen. Rode Kruisvrijwilliger zijn op Rock Werchter is trouwens niet te onderschatten. We werken hier met ongeveer 150 Rode Kruismensen per dag. Discipline is dus nodig. We merken ook vlug wie enkel bij het Rode Kruis komt voor de gratis toegang. Die zien we het volgende jaar meestal niet meer terug want veel tijd om van het festival zelf te genieten is er niet bij.”

“De muziek doet velen vergeten dat de zon schijnt”

Patrick De Groote is de organisator van het jaarlijkse Sfinks Festival in Boechout. Hij doet altijd een beroep op vrijwilligers van het Rode Kruis voor een preventieve hulppost op zijn evenement. Zij helpen bij kleine en grote ongevallen, of versnellen bij een werkelijke ramp de werking van het rampenplan. Gelukkig is dat laatste bij het Sfinks Festival nog niet nodig geweest. Maar het Rode Kruis is op het ergste voorbereid.

Patrick: “Zowel bij de organisatie als bij het Rode Kruis is er intussen heel wat ervaring. In april start telkens een eerste algemene coördinatievergadering met de verschillende hulpdiensten. We stellen een rampenplan op en proberen iedereen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.

Gelukkig is Sfinks geen ‘probleem-festival’. Dat wil zeggen dat er weinig risicofactoren zijn: geen fanatiek publiek, een beperkt alcoholverbruik, een familiale sfeer... Het Rode Kruis heeft er vooral te kampen met kleine aandoeningen zoals verstuikingen, hoofdpijn, wespensteken enzovoort. Bij warm weer hebben de Rode Kruisvrijwilligers opvallend meer werk. Blijkbaar doet de muziek velen vergeten dat de zon schijnt.”

Gestrand in de hulppost van De Panne

Van 1 juli tot en met de eerste week van september zitten Rode Kruisvrijwilligers Carla Casteleyn en haar man Filip Leune op de eerste rij voor een adembenemend zicht op strand en zee. Toch is luieren er niet bij. Want in hun zogenaamde ‘buitenverblijf’ in De Panne vangen ze verdwaalde kinderen op, staan ze paraat om de eerste zorgen toe te dienen en beantwoorden ze allerlei vragen van toeristen.

“Onder een stralende zon of bij stormwind en regen, vanaf 1 juli openen we onze deuren”, zegt Filip kordaat. “Toeristen kunnen elke dag van halfelf tot halfzeven in de strandhulppost terecht. Al nemen we die uren meestal niet zo nauw. Als er bijvoorbeeld een kind zoek is, sluiten we de deur niet voor het weer terecht is.”

Carla en haar man Filip zijn al jarenlang Rode Kruisvrijwilliger en hebben binnen het Rode Kruis al heel wat watertjes doorzwommen. Sinds 1992 is het vooral Carla die de organisatie van de strandhulppost in De Panne op zich neemt. “Al steekt mijn man wel geregeld een handje toe”, vertelt ze. “Meestal zijn we met vijf à zes personen. Filip en ik, een paar jobstudenten en een ‘loper’ die de verlofdagen van de jobstudenten opvangt. Van de jobstudenten vragen we een minimale kennis van hulpverlening. Vaak zijn het mensen die al ervaring hebben als vrijwilliger bij het
Rode Kruis.”