Eenvoudig en dichtbij
In bijna elke gemeente organiseert het Rode Kruis een bloedinzameling. Je kan ook bloed geven in een bloedtransfusiecentrum. Bloed, plasma en bloedplaatjes geven mag vanaf 18 jaar tot de dag dat je 66 wordt. Bloed geven mag zelfs tot de dag dat je 71 wordt, op voorwaarde dat je in de 3 jaar voor je 66e verjaardag een bloed-, plasma- of bloedplaatjesgift hebt gedaan.
Bloed geven in 1-2-3
Zo gaat bloed geven praktisch in zijn werk:
- Je krijgt een medische vragenlijst die je rustig kunt invullen. Deze lijst bespreek je daarna met een arts en die bepaalt of je al dan niet bloed mag geven. Soms wordt je bloed geweigerd omdat je bijvoorbeeld een bepaald medicijn hebt ingenomen of je pas een piercing hebt laten zetten.
- Als je bloed mag geven, neem je plaats op een afnamebedje. Een arts of verpleegkundige legt een knelband aan rond je arm en ontsmet de plaats waar geprikt zal worden. Vervolgens geeft hij of zij je een prikje met een steriele naald. Bloed wordt afgenomen door speciaal daartoe opgeleid personeel. Zij gebruiken steriel materiaal dat alleen voor jou bestemd is en dat na gebruik weggegooid wordt.
- Na de bloedafname kun je iets drinken en even bijpraten met andere donors. Je voelt je niet moe of leeg, je kunt gewoon verder doen met wat je bezig was.
Om de veiligheid van het bloed zoveel mogelijk te garanderen mag niet iedereen bloed geven: mensen met risicogedrag voor aids, chronisch zieken, zwangere vrouwen, mensen met hepatitis…